Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Actueel Nieuws 5 Jaar conflict in Syrië - en de uitzichtloosheid voor de Syriërs
16 maart 2016 |

5 Jaar conflict in Syrië - en de uitzichtloosheid voor de Syriërs

"Je beseft ineens hoe mensen zich daar moeten voelen”

 

#SyriaCrisis - De humanitaire situatie in Syrië heeft na vijf jaar conflict een dieptepunt bereikt, vindt Juriaan Lahr, hoofd internationale hulpverlening van het Nederlandse Rode Kruis. Een reconstructie van de hulp die nodig is en waarom het zo moeilijk is om geld bijeen te brengen voor de hulp aan Syrië.

 rode-halve-maan-ontvangt-harten-uit-NL.jpg

 Juriaan Lahr (rechts op de foto, rechtopstaand) brengt de 'harten' uit Nederland over aan de hulpverleners van de Syrische Rode Halve Maan. (Beeld: Rode Kruis)

'Zó veel oorlogen, het is ongekend.’ Met die uitspraak haalt Juriaan Lahr, hoofd internationale hulpverlening van het Nederlandse Rode Kruis in 2014 het Algemeen Dagblad. De noodkreet wordt breed opgepakt door de Nederlandse media. Syrië behoort tot de grootste brandhaarden in de wereld op dat moment. Het conflict woedt dan al 3 jaar. Anno 2016 is de humanitaire situatie niet verbeterd, ondanks alle inspanningen van het Rode Kruis dat al sinds het begin van het conflict in 2011 probeert toegang te krijgen tot de moeilijk bereikbare gebieden in het land. De ziekenhuizen raken datzelfde jaar overvol. Ambulances worden aangevallen en vier vrijwilligers gedood.

Wat kun je je van die eerste jaren herinneren over de humanitaire situatie in Syrië?

“Het conflict in Syrië is langzaam grootschalig geworden. Het begon in het zuiden. Er waren spontane demonstraties en allengs vormden zich groepen in reactie op de gewelddadige repressie van de overheid. Aanvankelijk demonstraties zonder wapens, maar gaandeweg ontstonden er verschillende oppositiegroepen die met wapens tegenover de regering stonden. Het duurde vrij lang voordat we spraken van een gewapend conflict. We noemden het aanvankelijk ‘political unrest’. Er was nog langere tijd voldoende publieke hulp beschikbaar.”

 

Eind 2012 telt de UNHCR 500.000 Syrische vluchtelingen. Het merendeel vindt onderdak bij familie elders in Syrië.  Ruim 150.000 vluchten naar buurland Libanon. Het is een rampjaar met in totaal 25 omgekomen vrijwilligers. Onder hen Abdulrazak Jbero, de vicepresident van de Syrische Rode Halve Maan. Onze zustervereniging in het land kampt met grote tekorten aan medische hulp en medicijnen. Het Rode Kruis deelt aan ruim voedselpakketten aan 1,5 miljoen mensen uit. Het Nederlandse Rode Kruis start in ditzelfde jaar (2012) de actie ‘Nederland helpt Syrië’ samen met Stichting Vluchteling.

Hoe was de situatie toen in Syrië?

“In tegenstelling tot veel andere hulporganisaties waren wij al actief in Syrië, omdat de Syrische Rode Halve Maan al veel gevluchte Irakezen in Syrië hielp. Om nu ook de Syriërs te kunnen helpen lag er een hulpvraag van het Internationale Rode Kruis (IFRC), een appeal van ruim € 4 miljoen voor Syrië, als onderdeel van een regionale hulpoperatie die ook Tunesië, Egypte, Libië en Jemen omvatte. Een relatief klein bedrag nog, hoofdzakelijk voor medische hulp, en in mindere mate voor onderdakmaterialen en hygiënepakketten. Het bedrag was gebaseerd op een combinatie van het aantal slachtoffers, wat er aan hulp nodig is, maar ook wat we konden doen. In Damascus was het toen nog relatief rustig. Demonstraties gingen niet altijd gepaard met geweld. Veel Syriërs uit Aleppo en Homs, waar de strijd heviger was, hadden hun toevlucht genomen rond de hoofdstad. Toch nam ook rond Damascus het geweld toe en checkpoints werden opgeworpen. We merkten dat er angst was - mensen die niet durfden te praten. De Syrische Rode Halve Maan volgde via social media de locaties waar zij hun ambulances moeten plaatsen om gewonden snel te kunnen helpen.”

 

Juriaan-Lahr-in-Homs.PNG 

 Juriaan Lahr (helemaal rechts) kijkt toe als zijn collega Merlijn een inwoonster van Homs interviewt. Dit in het bijzijn van een hulpverlener van de Syrische Rode Halve Maan. (Beeld: Rode Kruis)

In het voorjaar van 2013 breng je een bezoek aan Syrië, in combinatie met Jordanië en Libanon, samen met Merlijn Stoffels, woordvoerder van het Nederlandse Rode Kruis. Merlijn blogt dat jullie blij zijn dat jullie Syrië in mogen.

Ben je over zoiets blij?

“Het is niet gemakkelijk een visum te krijgen. Journalisten kwamen er bijvoorbeeld amper in. Je hebt toestemming nodig van verschillende partijen. Soms ga je alvast op reis, zonder dat je weet of je het land in mag. We wilden hoe dan ook zien hoe de hulpverlening verloopt en wat er nodig is. En mensen spreken die hulp krijgen om hun verhaal in Nederland te kunnen vertellen.”

 

Merlijn blogt over de vluchtelingenkampen die jullie bezoeken. Hij blogt: “We kunnen slechts 20 procent van de geregistreerde vluchtelingen helpen. Zij krijgen per drie maanden één voedselpakket dat na een maand alweer op is. Het voedsel dat bedoeld is voor één gezin moeten ze vaak delen met drie gezinnen.”

Hoe was het in de vluchtelingenkampen?

“In de vluchtelingenkampen in Jordanië verblijven gevluchte Syriërs in tenten en prefab woningen met meer dan 100.000 mensen op een kluitje. Er is een ziekenhuis, er zijn scholen en winkels gelegen aan een hoofdstraat. We gaven de mensen ‘creditcards’ omdat spaargeld en bronnen van inkomsten opdroogden. Ontheemden kregen € 50, € 80, soms € 120 per maand op een pas, afhankelijk van hoe zwaar ze getroffen zijn en hoe groot het gezin is. Ze konden dit geld gebruiken voor voedsel, medische hulp, schoolgeld of huur. Dit bleek succesvol en wordt nog steeds gedaan. Het is vorm van hulp die vanuit het Rode Kruis gezien kosteneffectief is en tegelijk bijdraagt aan de zelfstandigheid en waardigheid van de mensen zelf. Maar de winters zijn streng en dan is een tent een katoenen dak en geen huis.”

 

Eind 2013 wordt het gebrek aan medische hulp voelbaar. Syriërs sterven door gebrek aan medische hulp.

Dit moet een afschuwelijke constatering zijn…


"De hulpverlening in conflictgebieden is in de praktijk extreem ingewikkeld", legt Lahr uit. "We moeten gebieden in waar wordt gevochten en partijen duidelijk maken dat we er zijn om humanitaire redenen. Dat we mensen helpen die medische hulp nodig hebben, ongeacht of iemand burger is of strijder. Maar dit wordt niet altijd begrepen. In Syrië was er bovendien weinig vertrouwen in onpartijdige, neutrale hulpverlening. De overheid controleerde grotendeels wat er aan hulpverlening gebeurde. En strijdende partijen wantrouwden dit. We hebben overal ter wereld moeten lobbyen met de grootste voorzichtigheid. Een verkeerde uitspraak kon het vertrouwen jegens onze Rode Kruis hulpverleners in Syrië in het geding brengen.”

Die granaatinslag najaar 2013. Kun je je die nog herinneren?

“Die kan ik me nog heel goed herinneren. Het was bovendien vrij hachelijk: een mortiergranaat sloeg 150 tot 200 meter bij ons vandaan in. Er was bedrijvigheid in en rond het voetbalstadion dat dienst deed als opvang van ontheemden en distributieplaats. Mensen kwamen voedsel halen. Direct na de inslag brachten moeders onmiddellijk hun kinderen in veiligheid, naar binnen, en weg van ramen. Een ambulance bracht de gewonden weg. We hebben gewacht tot de laatste mortierinslag. Daarna zijn we vrij snel weggegaan. Op slechte dagen sloegen er in die wijk 70 granaten per dag in. Je beseft ineens hoe mensen zich daar moeten voelen. Onvoorstelbaar.”

Eind 2013 roep je Nederland op te geven op 6868 'om de Syriërs wat emotionele warmte te kunnen bieden'?

Waarom emotionele warmte?

“Dit was de Open Your Heart-campagne van het Nederlandse Rode Kruis in een poging de harten voor het menselijk lijden in Syrië te openen. Elke Syriër die we spraken leed door het verlies van familie en vrienden en door het dagelijkse geweld. We deden een beroep op Nederland om te geven op giro 6868 zodat we deze mensen in elk geval het minste konden bieden - dagelijkse voeding, medische zorg, en een beetje warmte. En belangrijk - onze betrokkenheid bij hun lot te tonen, hen te laten weten dat ze er niet alleen voorstaan, en dat ze op onze empathie konden rekenen.”

In augustus 2014 volgt een nieuwe oproep. Landelijke media koppen ‘Rode Kruis in geldnood’ en ‘Rode Kruis heeft honderden miljoenen euro's extra nodig’.

Honderden miljoenen euro's extra: was dit een emotionele of een rationele roep om geld?

“Beide. Het kwam voort uit de nood die ineens overal vandaan kwam. Niet alleen ebola, ook de conflicten in Zuid-Soedan, de Centraal Afrikaanse Republiek, Irak. En in Syrië explodeerde de situatie voor de burgers. Deze oproep kwam recht uit ons hart. Als we ons werk overal naar behoren wilden doen, waren echt honderden miljoenen euro’s extra nodig.”

En in 2015 vraagt het Rode Kruis aandacht voor 60 miljoen vluchtelingen. “Met duizenden vreemden onderweg, zonder eten of drinken. Vervuild, niet wetend of je huis nog overeind staat. Verscheurd door de onzekerheid of je geliefden nog leven…" zeg je. 

Waarom stap je in 2015 weg van de rauwe tv-beelden?


“De rauwe beelden van beschietingen, kapotgeschoten gebouwen en verwoeste wijken zag je op het nieuws, maar de menselijke kant van de crisis werd nauwelijks belicht. Wat de consequenties zijn voor de familie als iemand wordt gedood. Voor kinderen die alleen opgroeien. Voor een moeder van 50 die de vader van haar gehandicapte dochter zou verliezen als zij niet US$120 zou vinden voor een noodzakelijke operatie. Voor hele gezinnen die soms een aantal keer hun hele hebben en houden moesten meenemen, en een nieuw noodonderkomen moesten vinden in een andere, nog ‘veilige’ wijk. Totdat ook daar de gevechten begonnen, en de vaders, moeders hun kinderen wederom moesten rondsjouwen. Voor mensen die een veilige plek zoeken, tot duizenden kilometers verderop.  Gaandeweg raken mensen elkaar op deze manier kwijt. Dit verhaal op microniveau werd niet verteld. In de afgelopen vijf jaar is het altijd de vraag geweest hoe de problematiek van de Syrische bevolking  aanhangig te maken. We voelden dat het heel moeilijk zou worden om geld bij elkaar te krijgen voor de hulp bij dit conflict.”

Via social media in januari 2016 zag de wereld beelden van de belegering van Madaya.

Kan het nog erger?

“De menselijke waardigheid is inmiddels totaal verdwenen. De aard en omvang van het conflict zijn op dit moment ongekend. In belegerde gebieden zijn burgers totaal overgeleverd aan hun belegeraars. Hun situatie zit uitzichtloos. Het gaat niet meer alleen om burgers die door het wapengekletter van gewapende troepen omkomen. Er wordt nu een oorlog gevoerd waarbij burgers doelbewust doelwit lijken te zijn. Als je overgaat tot belegering van gebieden en de hulp voor burgers systematisch weigert, voedsel en medicijnen consequent niet toelaat, wetend dat mensen dan gewoon doodgaan, vraag ik me af wat je militaire doel was en waar je waardigheid is gebleven. Kun je dan nog wel recht in de spiegel kijken? De strijdende partijen moeten zich aan de regels van het humanitair oorlogsrecht houden, en dus burgers, zieken, gewonden, hulpverleners en krijgsgevangenen ontzien. Het Rode Kruis zal blijven aandringen op de menselijke waardigheid van een ieder.”

Is er sinds het begin van het conflict iets veranderd in de hulpverlening?

“Al vroeg ontdekten we hoe belangrijk onze neutraliteit en onpartijdigheid is en hoe we dit het beste in de praktijk moesten brengen. Ons Rode Halve Maan-embleem werd bijvoorbeeld door andere medische diensten gebruikt in een nauwelijks afwijkende vorm. Dit gaf veel verwarring en heeft ertoe geleid dat we de ambulances van de Syrische Rode Halve Maan moesten restylen. Geleidelijk aan kreeg men meer vertrouwen jegens het Rode Kruis als onpartijdige hulpverlener. We vroegen slachtoffers die we hielpen geen naam, noch afkomst of andere persoonlijke gegevens. Alleen naar welk ziekenhuis we ze moesten vervoeren om elke schijn van partijdigheid te voorkomen; het is bij een checkpoint volstrekt onbelangrijk te weten wie de gewonde is die je in de ambulance hebt – een gewonde is een mens. Ook bij de opleiding van nieuwe hulpverleners besteedden we veel aandacht aan onpartijdigheid en neutraliteit. Omdat een frontlinie steeds verraderlijk kan verschuiven, is kiezen voor de kant van het slachtoffer de enige manier om voorbij een checkpoint te komen, dat geldt niet in Syrië, maar in alle landen waar conflicten zijn. Helaas heeft dit niet kunnen voorkomen dat we ook hulpverleners zijn verloren. Onze vrijwilligers spelen een centrale rol in de hulpverlening onder extreme uitdagende omstandigheden. Sinds het begin van het conflict kwamen al 61 hulpverleners om. Kun je voorstellen wat dit betekent voor het commitment van het Rode Kruis - we betalen met het verlies van onze medewerkers een hoge prijs.”

Kun je je voorstellen dat Nederlanders het niet meer begrijpen? Waarom moeten we nog steeds aandacht voor de Syriërs hebben?

“Aandacht voor het lijden van mensen lost het conflict niet op, maar maakt het wel draaglijker. Je weet nu al dat de Syriërs getekend zijn door het conflict. Ze zijn dierbaren verloren en hebben meegemaakt wat mensen elkaar kunnen aandoen. Er zijn veel spanningen, er is veel meer huiselijk geweld en er zijn grote trauma’s, bij jonge kinderen en ouders. Dit zal nog heel lang effect hebben. Maar terwijl we snappen hoe traumatiserend een conflict is, geven we slachtoffers van een conflict veel minder dan de slachtoffers van een natuurramp. De geefbereidheid is laag. Met een SHO-actie in maart 2013 haalden we € 5 miljoen op voor Syrië, tegenover € 36 miljoen voor de Filipijnen begin 2014, terwijl in Syrië destijds al 130.000 doden waren gevallen, tegenover 7.000 in de Filipijnen. Inmiddels zijn ruim 13 miljoen Syriërs afhankelijk van hulp en zijn er 11 miljoen Syriërs op de vlucht, waarvan twee derde in Syrië zelf. Kijk naar de discussies die er in Nederland zijn over opvang van vluchtelingen. Dit verschil in empathie en geefbereidheid weiger ik te begrijpen. Indirect zeg je daarmee dat mensen er een zootje van hebben gemaakt. Ik bedenk wel eens waar ik zelf behoefte aan zou hebben als ik daar was.”

Wat doet het Rode Kruis en wat is er nog nodig?

“Op dit moment helpen we maandelijks meer dan 4,5 miljoen Syriërs. Kijken we breder naar de crisis dan moet het mogelijk zijn voor Syriërs om veiligheid en bescherming buiten Syrië te zoeken en hen geen tijd te laten verliezen door kinderen en jongeren niet naar school te laten gaan, niet te laten werken, en geen perspectief te bieden. Het Rode kruis probeert in elk land de vluchtelingen te helpen met noodhulp, noodopvang en gezondheidszorg, maar ook sociale hulp en ondersteuning. Het Internationale Rode Kruis heeft uitgerekend dat het € 220 miljoen nodig heeft om de Syriërs in eigen land te helpen. Voor de hulp aan Syriërs in omringende landen als Libanon, Jordanië, Irak, Turkije is € 285 miljoen nodig. Dit brengt de totale hulpvraag op € 405 miljoen. Vorig jaar deed het Nederlandse Rode Kruis met vijf andere hulporganisaties een oproep om ruimhartig te zijn, zodat we iedereen die het geweld ontvlucht een warm en veilig heenkomen kunnen bieden. Die oproep is actueler dan ooit.”

En nu?

“Op de keper beschouwd heeft Europa op dit moment niet zozeer te maken met een vluchtelingenprobleem, maar met de gevolgen van de Syrische crisis – een humanitaire crisis die tot ver buiten de grenzen van Syrië reikt. Het Rode kruis zal zich blijven bekommeren om het lot van de Syriërs, maar hulp is niet voldoende om de humanitaire crisis te beteugelen. De oplossing ligt in de handen van politieke leiders. Het is de politiek die faalt. Het gedeeltelijke bestand dat 27 februari 2016 startte, loopt nog steeds, en een nieuwe gespreksronde is deze week begonnen. Het is essentieel voor de Syriërs die al 5 jaar in oorlog leven dat een blijvende politieke oplossing wordt gevonden.” 

Help de Syriërs!

Het conflict in Syrië duurt al vijf jaar. In veel steden en dorpen heerst armoede en mensen hebben een gebrek aan basisbehoeften zoals eten, drinken, medicijnen en brandstof. Wil jij helpen? Doneer dan nu op NL83 INGB 0000 0068 68 t.n.v. het Nederlandse Rode Kruis, onder vermelding van Syrië.


 

Artikel delen?