Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Actueel Nieuws Rode Kruis wil oorlogsverleden onderzoeken
29 maart 2012 |

Rode Kruis wil oorlogsverleden onderzoeken

Het Rode Kruis gaat een onafhankelijk onderzoek faciliteren naar haar rol in de Tweede Wereldoorlog. Dat stelde directeur Cees Breederveld vandaag bij een symposium in het Joods Historisch Museum, ter gelegenheid van het in bruikleen geven van de cartotheek van de Joodsche Raad aan het museum . Het is bedoeling dat de resultaten uiterlijk over vijf jaar, als het Rode Kruis 150 jaar bestaat, worden gepresenteerd.

Zwarte bladzijde

Al eerder, in 2005, erkende het Rode Kruis dat het in de Tweede Wereldoorlog weinig tot niets heeft gedaan om de joodse gemeenschap te helpen. Ook in de opvang van overlevenden na de oorlog liet het Rode Kruis steken vallen. Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het Rode Kruis. “In de Joodse gemeenschap leven nog steeds zeer negatieve gevoelens over deze zwarte bladzijde uit onze geschiedenis. Het Rode Kruis heeft in de oorlog en daarna deze gemeenschap te weinig hulp geboden’’, stelt Breederveld. “Los van individuele initiatieven van vrijwilligers, waar wij ons echter niet achter mogen verschuilen.” De organisatie wil leren van de fouten die destijds gemaakt zijn, om er lessen uit te kunnen trekken voor de toekomst.

De cartotheek

In de cartotheek staan kaarten met gegevens van Joden die in Nederland woonden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op de kaarten staat informatie zoals deportatiedata, baraknummer en beroep. Het overgrote deel van deze Joden is tussen 1942 en 1944 door de bezetter gedeporteerd en in vernietigingskampen vermoord. De cartotheek is na de bevrijding gebruikt bij onderzoek naar verhalen van gedeporteerden. Zo kon voor velen plaats en tijdstip van overlijden worden vastgesteld.  

Bron van herinneringen

Voor veel overlevenden en betrokkenen is de cartotheek een belangrijke bron voor de herinnering aan dierbaren die de oorlog niet overleefden. Daarom is het belangrijk dat het Joods Historisch Museum en de Hollandsche Schouwburg nu toegang krijgen. Op die manier kunnen ze betrokkenen informatie geven. Vanwege de privacy mogen alleen direct betrokkenen en familieleden het digitale archief raadplegen.