Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Actueel Nieuws Succesvolle eerste Henry Dunant lezing door generaal Peter van Uhm
1 juni 2012 |

Succesvolle eerste Henry Dunant lezing door generaal Peter van Uhm

Op woensdag 30 mei vond de eerste Henry Dunant lezing van het Rode Kruis plaats in de Haagse Tweede Kamer. Gastvrouw en Kamervoorzitter Gerdi Verbeet verwelkomde de genodigden, waaronder H.K.H. Prinses Margriet der Nederlanden en erevoorzitter van het Nederlandse Rode Kruis.


Na de introductie van Verbeet nam Rode Kruis-voorzitter Inge Brakman het woord. Zij stond in haar toespraak stil bij het 145-jarig bestaan van de organisatie en bij de voortdurende relevantie van de missie van het Rode Kruis: de bescherming van de meest kwetsbaren. Zo sloeg zij een brug naar de volgende spreker: Generaal Peter van Uhm, Commandant der Strijdkrachten en de keynote speaker van de bijeenkomst. 

Overeenkomsten en verschillen

In zijn toespraak ging Van Uhm uitgebreid in op de overeenkomsten tussen het Rode Kruis en de krijgsmacht. “De kwellingen van zoveel mogelijk arme stakkers te verlichten is nu eenmaal een diep menselijk verlangen”, zei Henry Dunant ooit. Volgens Van Uhm delen Rode Kruis hulpverleners en militairen daarmee dezelfde drijfveer: menslievendheid, het helpen van mensen in nood. Daarnaast zet zowel het Rode Kruis als de krijgsmacht zich in voor de bevordering van de kennis van en het respect voor het internationaal oorlogsrecht, bedienen beide partijen zich deels van dezelfde middelen en zorgt de krijgsmacht vaak voor de voorwaarden waaronder het Rode Kruis haar werk kan doen: door doorgangsroutes, landingsbanen of hospitaaltenten beschikbaar te stellen. Van Uhm ziet daarin de overlap in het werk van het Rode Kruis en het leger en toont aan “dat militairen en mensen van het Rode Kruis met passie en overtuiging dezelfde idealen nastreven en daarvoor ook deels dezelfde uitgangspunten hanteren.”

Neutraliteit als obstakel

Het Rode Kruis grondbeginsel van neutraliteit zorgt soms ook voor obstakels in de samenwerking met de krijgsmacht. Het behoud van die neutraliteit is  ontzettend belangrijk om het werk goed te kunnen blijven doen. Niet alleen ter plaatse in een gebied, maar overal ter wereld waar het Rode Kruis vaak de enige is die juist door die neutraliteit hulp kan en mag verlenen. Samenwerken of gezien worden met wapens, militairen of een legereenheid liggen daarom heel gevoelig. 

Toch zouden het Rode Kruis en het leger volgens Van Uhm beter kunnen samenwerken. Vooral vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid als ‘actor’ in een conflict- of oorlogsgebied. Van Uhm riep daarom op om “te erkennen dat wij beiden professionele organisaties zijn die elkaar tegenkomen, die elkaars werk beïnvloeden en die beiden optreden vanuit het basisgedachtengoed van mensen helpen.” De generaal sloot zijn lezing af met het uitspreken van de hoop dat de grondbeginselen de krijgsmacht en het Rode Kruis niet belemmeren, maar dichter bij elkaar brengen.

Stille diplomatie

Na de lezing volgde een discussie over thema’s en dilemma’s die kunnen ontstaan bij humanitaire hulpverlening in conflictgebieden. Het panel, gevormd door Rem Korteweg, Lousewies van der Laan, prof. Jaap de Hoop Scheffer en prof. Nico Schrijver, besprak de effectiviteit én beperkingen van stille diplomatie. Allen waren uiteindelijk van mening dat stille diplomatie zeer effectief kan zijn, op voorwaarde dat dit geborgd wordt door de bereidheid en mogelijkheid om deze eventueel te laten overgaan in heftiger – militaire – maatregelen.

Neutraliteit: een heilig principe?

Er werd ook stevig gediscussieerd over de betekenis en praktische toepassing van neutraliteit van het Rode Kruis. Het panel was grotendeels eensgezind: dit is een wezenskenmerk van de organisatie waar niet aan getornd mag worden. Zij werden het echter niet eens over hoe het Rode Kruis in de praktijk het beste kan omgaan met de dilemma’s en belemmeringen die dit grondbeginsel soms veroorzaakt. Kan of mag er “geschipperd” worden? Is het bijvoorbeeld niet realistisch om soms wel met het leger samen te werken, mits dit volledig ‘under the radar’ gebeurt? Moet het Rode Kruis niet soepeler omgaan met waardevolle informatie die kan helpen in internationale tribunalen?
 
De publieksbijdrage van de Plaatsvervangend Gevolmachtige Minister van Curaçao sloot deze discussie krachtig af: “Er mag wat mij betreft überhaupt nooit gesproken worden over neutraliteit en ‘praktijkinvulling’ of schipperen; Dat zorgt voor een glijdende schaal en het oprekken van grenzen, terwijl  je niet weet waar dat eindigt. Neutraliteit is neutraliteit en die moeten we te allen tijde bewaken,” aldus de heer Senior.  

Lees de verschillende toespraken van de Henry Dunant lezing nog eens na:  
Peter van Uhm


​​​​
Peter van Uhm