Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Actueel Nieuws Floortje Dessing bezoekt de Centraal Afrikaanse Republiek
31 oktober 2015 |

Floortje Dessing bezoekt de Centraal Afrikaanse Republiek

"Als je niet beter zou weten, zou je denken dat dit vluchtelingenkamp een normaal Afrikaans dorp is."

#Vluchtelingen - Floortje Dessing reisde in oktober 2015 voor het Rode Kruis naar de Centraal Afrikaanse Republiek. Ze kan het bestaan van de Centraal-Afrikanen in een gigantisch vluchtelingenkamp maar nauwelijks combineren met haar luxe leven thuis. "Laten we een klein deel van onze rijkdom delen."

‚Äč

Floortje-dessing-in-car-1.jpg  (Beeld: J.Boerman)

 

"Het is oktober 2015, en een erg onrustige zomer is ten einde gekomen. Europa kraakt in zijn voegen: nog nooit zijn er de afgelopen jaren zo veel vluchtelingen naar ons continent gekomen. In de dagen dat ik niet op reis ben lees ik de krant die 's morgens op mijn deurmat valt, en voel ik me met de dag treuriger worden. Niet om alle mensen die richting het westen trekken, maar vooral door de scherpe lijnen die dwars door onze maatschappij worden getrokken. Het is en blijft voor bijvoorbeeld een klein Nederlands dorp bijna niet te verteren dat er ineens honderden vluchtelingen bij hen neerstrijken. Aan de andere kant is het aantal vluchtelingen dat Nederland bereikt nog een schijntje vergeleken bij de miljoenen die in de buurlanden rondom de conflictgebieden vastzitten en geen kant meer uit kunnen.

 

Waar ik het helemaal moeilijk mee heb zijn sommige 'kort door de bocht'-uitspraken die in de pers gedaan worden, door onder andere politici. Uitspraken die mensen vooral bang maken, en ze de realiteit uit het oog laten verliezen. 'Heel Afrika wil naar ons toekomen!' is zo'n veelgehoorde kreet. Bijvoorbeeld onlangs nog uitgesproken door minister Plasterk in het programma 'De Wereld Draait Door'. Maar na mijn bezoek met het Rode Kruis aan de Centraal Afrikaanse Republiek weet ik wel beter. Al zouden ze willen, het is niet eens mogelijk. Dat kregen we ook weer eens te zien in dit vergeten land. 

 

Samen met directeur Gijs de Vries vliegen we, met heel wat omwegen, naar de hoofdstad Bangui om van daaruit met een klein vliegtuigje door te vliegen naar het plaatsje Kaga Bandoro, in de binnenlanden van dit immense land. Daar ligt een gigantisch vluchtelingenkamp waar meer dan 25.000 vluchtelingen een menswaardig bestaan proberen op te bouwen, met behulp van onder andere het Rode Kruis. Het conflict in dit gebied is uiterst gecompliceerd en duurt, zoals in zo veel landen in deze regio, al eindeloos zonder een directe oplossing in het verschiet. Kortweg komt het er op neer dat de christenen het aan de stok hebben met de moslims, en andersom. De scheidslijn van dit etnisch-religieuze conflict loopt door het midden van het land. Met de christenen in het zuiden en westen en de moslims in het noorden en oosten van het land. Sinds het oplaaien van de strijd, eind 2012, is 25% van de bevolking gevlucht naar veiliger oorden, op het hoogtepunt zo'n 930.000 mensen. De strijd heeft aan meer dan 6.000 mensen het leven heeft gekost.

 

Tijdens ons bezoek was er dan een broos bestand, maar als je op het vliegveld arriveert heb je het gevoel dat je in een 'war zone' bent beland: overal staan pantservoertuigen met blauwhelmen, en op diverse plaatsen met zandzakken omgeven bastions waar de regeringsmilitairen zich verschansen. Het vluchtelingenkamp zelf is verrassend goed georganiseerd, als je je bedenkt met welke middelen er gewerkt moet worden. Overal staan kleine hutten van stro waar vrouwen kleine vuurtjes stoken om te kunnen koken. Op diverse plekken zijn latrines gebouwd zodat er geen besmettelijke ziektes kunnen uitbreken en gigantische waterreservoirs zorgen ervoor dat er genoeg drink- en waswater is. Er is zelfs al een markt waar het een drukte van jewelste is. Als je niet beter zou weten, zou je denken dat dit een normaal Afrikaans dorp is.


Die middag lunchen we met de medewerkers van het Rode Kruis in de eenvoudige compound waar ze wonen. Een Spaanse psychologe vertelt me over de trauma's die de kinderen hier hebben opgelopen door de jarenlange oorlog, en hoeveel moeite het kost om ze weer te laten spelen, als kinderen. Maar ook heel veel volwassenen zijn angstig en verward, en hebben hulp nodig om met de trauma's om te gaan.

 

floortje-dessing-bezoekt-car-2.jpg  (Beeld: J.Boerman)

 Jean Francois Sangsue, hoofd van de ICRC-delegatie in de Centraal Afrikaanse Republiek is niet al te optimistisch: "Het conflict kan zo weer oplaaien. Niemand vertrouwt elkaar echt en men heeft elkaar zo veel leed aangedaan dat wraakgevoelens nog dicht onder de oppervlakte liggen. Er is ook bijna geen werk en men kan amper het hoofd boven water houden. Hulp van de NGO's is voor heel veel mensen van levensbelang, alleen is er wereldwijd een nijpend gebrek aan geld voor deze vergeten conflicten". "Maar waarom blijven de mensen dan toch in deze regio?" vraag ik hem. "Ach", zegt hij, "denk je dat de mensen in deze regio geld hebben om de grens over te gaan en richting het westen te reizen? Ze hebben niet eens geld om hun dagelijkse voedsel te kopen, laat staan een dure reis richting een onbekende bestemming."

 

's Avonds kan ik maar moeilijk in slaap vallen en ik bedenk me dat ik over een paar dagen weer op het veilige Schiphol zal landen waar ik vriendelijk welkom word geheten als ik mijn paspoort laat zien. En niet veel later zal ik de voordeur van mijn eigen huis openen waarna ik een douche kan nemen en op de bank neer kan zakken met een bord eten. Het contrast met de situatie hier kan bijna niet groter. Europa is van slag, en de mensen zijn onrustig, maar we hebben het met elkaar nog altijd maar mooi zo onbeschrijfelijk veel beter dan honderden miljoenen anderen. En om een heel klein deel van die rijkdom te delen met de rest van de wereld moet toch niet een al te groot probleem zijn. Laten we daar alsjeblieft niet bang voor zijn!

Dit blog van Floortje komt uit het Rode Kruis Magazine nr.1 2015. Lees meer >