Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Actueel Nieuws "Ik heb mijn familie al een jaar niet gesproken"
3 juni 2015 |

"Ik heb mijn familie al een jaar niet gesproken"

#Ebola - Roel Veltman is als hulpverlener werkzaam in de ebola behandelcentra in Sierra Leone. Hij merkt dat er naast ziekte en overlijden nog een ander probleem heerst rond de epidemie: stigma. Zowel hulpverleners als patiënten en ex-patiënten worden vermeden door familieleden en vrienden. Hierdoor vereenzamen ze.

SITE1.jpg 

 Alles wat we dragen raakt door en door nat van het zweet.

"'Ik heb mijn familie al een jaar niet gesproken', vertelt een lokale collega mij. Zijn familie wilde niets meer van hem weten toen hij in het Ebola Treatment Centre (ETC) ging werken. Deze angstige reactie van familie en vrienden is herkenbaar voor mij. Verreweg de meest gestelde vraag voor mijn vertrek naar Sierra Leone was: "Ben je niet bang dat je zelf ebola krijgt?" Ik antwoordde meestal met: "Nee, ik heb net zo veel schrik als ik op de snelweg rijd en ik naast me kijk en zie dat mijn medeweggebruiker aan het Tinder-daten is terwijl hij 120 km per uur rijdt". 

We lijken net kippen


De eerste week in het ETC in Kenema is extreem heet. Ik krijg het nog warmer als ik een plastic schort, handschoenen, een mondkapje, laarzen, tennissokken en een skibril moet dragen met een laag condens tot net onder de wenkbrauw. We proberen net door dat ene kiertje van helder plastic te kijken door telkens voorover te bukken. Van een afstand lijken we net kippen die voer pikken. Alles wat we dragen raakt door en door nat van het zweet. Om niet uit te drogen drink ik liters ORS, een middel dat vocht langer vasthoudt. Mijn lokale vrienden nemen genoegen met zakjes water. 
SITE2.jpg

Tijdens bijeenkomsten proberen we mensen ervan te overtuigen dat ze hun vrienden en familieleden juist moeten aanmoedigen om hulpverlener te worden.


Een van onze taken is het desinfecteren van een kinderopvangplaats. Deze is gebruikt tijdens de piek waarin veel kinderen wees werden. De lokale bevolking eist dit geleende stuk grond terug en daarom moeten wij het reinigen. Tijdens de reiniging wordt het stigma heel duidelijk. Er is nooit ebola geweest in de kinderopvangplaats en toch moeten we hem grondig schoonmaken. Alles desinfecteren we met chloor. De eigenaar eist zelfs dat we alle kiezelsteentjes, verspreid over een oppervlakte van een half voetbalveld, afspuiten met chloor en verwijderen. Om materiaal te desinfecteren gaan we als volgt te werk:

  • Reinig met water en zeep 
  • Reinig met 0,5 chloor 
  • Reinig met water 
  • Drogen in de zon

Gloednieuwe keuken afbreken

Deze manier van desinfecteren is voor de landeigenaar wat betreft de keuken niet genoeg. Die moeten we helemaal afbreken - terwijl hij gloednieuw is. Ik ben verbaasd. In een land als Sierra Leone zouden mensen toch blij moeten zijn met een ongebruikte en bovendien gratis keuken? De kiezelsteentjes die we verwijderen zouden we kunnen gebruiken om een asfaltweg van te maken, maar ook hier wil de landeigenaar niets van weten. Nu ze zo moeilijk doen over materialen die niet besmet zijn met het virus, maak ik me extra druk om mijn collega's, ex-patiënten en betrokkenen zoals moeders en kinderen. Hoe moeten zij ooit terug naar hun gemeenschap nu zij in aanraking zijn geweest met de epidemie? De angst overheerst. 
Naar kennis en wetenschap wordt weinig geluisterd.

 

Mooiste moment


Wij proberen mensen weer bij elkaar te krijgen en het stigma terug te dingen. We richten ons op het bezoeken van zo veel mogelijk ceremonies en openbare partijen, om relatief veel mensen ineens te bereiken. Tijdens die bijeenkomsten proberen we mensen ervan te overtuigen dat ze hun vrienden en familieleden juist moeten aanmoedigen om hulpverlener te worden in een ETC. Ze zijn de helden van Sierra Leone die ervoor zorgen dat ebola verdwijnt.
SITE3.jpg
Na ceremonies en trainingen krijgen we altijd een applaus. Deze momenten zijn een geweldige samenloop van saamhorigheid en optimisme.

Om het stigma nog meer te verminderen, geven we veel trainingen. We hebben zelfs opnames gemaakt van een dansende menigte tijdens het aan en uitdoen van onze beschermende pakken. We voerden ook een dans op met muziek uit geïmproviseerde instrumenten die we samen hadden gecreëerd. Dit was echte verbondenheid. Met dit soort momenten breken we met routine, vooroordelen en vooral met de stigmatisering. Na de ceremonies en trainingen krijgen we altijd een applaus, en ik heb nog nooit iemand gezien die dat weigerde. Deze momenten zijn een geweldige samenloop van saamhorigheid en optimisme in een omgeving waar honderden zijn overleden. 

Mijn lokale collega die zijn familie al een jaar niet had gesproken, heeft sinds een ceremonie waarbij het Rode Kruis aanwezig was, weer contact. Mijn collega bedankte ons hiervoor en dat was wat mij betreft een van de mooiste momenten tijdens deze missie."

Doneer en steun

Help mee het ebola-virus te bestrijden. Het IBAN nummer behorend bij giro 6868 is NL83 INGB 0000 0068 68, ten name van het Nederlandse Rode Kruis in Den Haag en onder vermelding van ebola.