Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Actueel Nieuws “Mijn vader dwong me om te vluchten. Hij overleefde het niet” - Blog 2
6 juni 2015 |

“Mijn vader dwong me om te vluchten. Hij overleefde het niet” - Blog 2

#Bootvluchtelingen - Merlijn Stoffels is afgereisd naar Sicilië om verhalen op te tekenen van de bootvluchtelingen. Hij ontmoet de jonge Malinees Moussa, die er drie jaar over deed om Sicilië te bereiken en zich nog lange tijd daarna helemaal alleen op de wereld voelde.

 

blog1.jpg 

"We rijden langs de vulkaan Etna. Een paar kleine wolkjes hangen tegen de top van de berg en uit de vulkaan zie ik een rookpluim komen. Midden tussen al dit natuurschoon doemt het vluchtelingenkamp op. Het ligt aan de voet van een van de oudste dorpjes van het land Mineo, gesticht in 459 voor Christus. Tot mijn verrassing zie ik een woonwijk in Amerikaanse bouwstijl. Voorheen woonde hier de militairen die op de nabijgelegen Amerikaanse basis gelegerd waren. Om de wijk staat een hek met prikkeldraad en de ingangen worden door militairen en pantservoertuigen bewaakt. Buiten het hek zie ik enkele vluchtelingen lopen. Ze blijken alleen overdag het kamp te mogen verlaten. 

 Overspoeld door vluchtelingen

Het kamp, op een paar uur rijden van Catania in het oosten van Italiaanse eiland, is een van de grootste vluchtelingenkampen van Europa. Het is overvol vertellen de collega's van het Italiaanse Rode Kruis. Aanvankelijk verbleven er zo'n 2.000 vluchtelingen. De afgelopen maanden is dit aantal uitgegroeid naar 4.000. Het eiland, met 5 miljoen inwoners, wordt overspoeld door bootvluchtelingen. Het afgelopen jaren kwamen meer dan 130.000 vluchtelingen aan op Sicilië. Om deze stroom vluchtelingen aan te kunnen heeft het Rode Kruis op het eiland steeds meer vrijwilligers nodig. De teller staat inmiddels op 6.000.

Rijen patiënten voor de Rode Kruis-kliniek

Eenmaal binnen de hekken van het kamp is het alles behalve een normale woonwijk. Voor een aantal huizen zijn draden gespannen waar kleren zijn opgehangen. Het blijken kledingwinkels te zijn. Op straat zie ik vooral Afrikanen, maar ook mensen die overduidelijk uit het Midden-Oosten komen. We rijden langs een speeltuin en een voetbalveld, waar fanatiek wordt gesport. Voor de Rode Kruis-kliniek zie ik een ambulance staan. Er staat een lange rij patiënten te wachten voor de deur. In de rij staat een man met een gezicht vol brandwonden, een andere man heeft zijn voet in het gips, ook staat er een zwangere vrouw te wachten op hulp. De Rode Kruis-arts komt direct naar ons toe om ons welkom te heten als we de auto parkeren. In de kliniek is het bedrijvig.
blog2.jpg

Belangeloos helpen in moeilijke tijden

Het is extreem hard werken, vertelt de arts, maar het werk geeft enorm veel voldoening. Later vandaag zal ik begrijpen waarom. In het ziekenhuis spreek ik met een van de zusters. Zij heeft twee weken vakantie opgenomen om te kunnen helpen in de kliniek. Elke twee weken komt er een nieuwe shift. Geld verdienen ze niet met dit werk, vertelt ze me, maar toch blijven ze allemaal terug komen. Ze kan het niet over haar hart verkrijgen om deze mensen niet in de steek laten. Bijzonder, als mensen er zo belangeloos voor elkaar zijn in moeilijke tijden, bedenk ik me.

Gevlucht uit conflictgebied

We raken in gesprek met de 22-jarige Moussa die uit Mali is gevlucht.  Zijn gehavende blouse verraadt de armoede waarin hij leeft. Zijn gezicht staat strak. Zijn huid zit vol met littekens. Hij kijkt zelfs een beetje nors. Ik merk dat hij zenuwachtig is. Ik vraag me af welk verhaal er achter zijn blik schuilgaat en vraag hem waarom hij naar Europa is gekomen. Dan begint hij te vertellen over Mali, waar hij met zijn familie midden in het conflictgebied woonde. Zijn familie werd met de dood bedreigd en zijn vader dwong hem om te vluchten.

Doodsbang om te verdrinken

Tegen zijn zin vertrekt Moussa helemaal alleen. Zijn vader blijft achter om voor zijn familie te zorgen. Onderweg probeert Moussa te werken, maar salaris krijgt hij nooit. Vaak moet hij huizen pleisteren. Als hij om geld vraagt, wordt hij met de dood bedreigd en moet hij opnieuw vluchten. Na maandenlang lopen bereikt hij Libië. Daar vergaat het hem zo mogelijk nog slechter. Hij wordt gedwongen wapens van de strijders te begraven in de brandende zon. Als hij om geld vraagt, wordt hij opgesloten in de gevangenis en mishandeld. Uiteindelijk weet hij te ontsnappen via een kennis die voor hem een plek op een boot regelt, zodat hij Libië kan verlaten. Zo stapt hij met een gebroken arm op een klein sloepje volgestopt met vluchtelingen. Geen idee waar hij heen zou gaan en geen idee wat hem te wachten zou staan. Het is zijn eerste ervaring op zee en hij is doodsbang om te verdrinken. Na een aantal dagen zonder water en voedsel worden de opvarenden gered door een Duits vrachtschip. Dan, na drie jaar vluchten zet hij voet op Europese bodem. Maar ook daar vindt hij niet meteen de rust die hij zoekt. De tranen biggelen over zijn wangen als hij vertelt dat zijn vader en moeder vermoord zijn, nadat hij vluchtte. Uit wraak omdat hun zoon is gevlucht. 'Ik ben helemaal alleen', zegt hij verdrietig. 'Door het enorme schuldgevoel kon ik niet meer functioneren', vervolgt hij zijn verhaal. 'Ik sliep niet meer en bleef dag en nacht aan mijn ouders denken."
blog12.jpg

'Zij heeft mijn arm en mijn geest genezen' 

Behoorlijk uit het veld geslagen door zoveel verdriet, blijf ik de jongen aankijken. Ineens begint hij te stralen en wijst naar de Rode Kruis-arts. 'Zij heeft mijn arm en mijn geest genezen',  zegt hij. 'Zonder haar had ik het niet overleefd.' De arts valt bij: 'Dit maakt mijn werk zo mooi. Er is alleen veel te weinig hulp', zegt ze. 'Dat is enorm frustrerend.' Als ik Moussa vraag over zijn toekomst en waar hij naartoe wil als hij ooit de papieren krijgt als erkend vluchteling, zie ik de twijfel in zijn ogen. Die blik maakt me in een klap duidelijk waarom we deze bootvluchtelingen niet aan hun lot kunnen overlaten. Deze jongen heeft geen idee – zolang hij maar niet terug hoeft naar de hel waar hij vandaan komt." 

Dit is het tweede blog van Rode Kruis-persvoorlichter Merlijn Stoffels. Lees ook zijn eerste blog over de bootvluchtelingen.

Geef op giro 7244

Het Rode Kruis roept Nederland op de humanitaire hulp aan de bootvluchtelingen te steunen. Laat de bootvluchtelingen niet aan hun lot over. Geef op IBAN-nummer NL19 INGB 0000 0072 44 (6 nullen), ten name van het Nederlandse Rode Kruis in Den Haag. Of doneer online via de rode button.