Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Actueel Nieuws Rode Kruis waarschuwt voor risico’s militarisering van hulp
14 december 2012 |

Rode Kruis waarschuwt voor risico’s militarisering van hulp

Er kleven volgens het Rode Kruis grote risico’s aan de militarisering van hulp, voor zowel slachtoffers als hulpverleners. Militairen die noodhulp verlenen kunnen het werk van humanitaire organisaties bemoeilijken, of soms zelfs onmogelijk maken. Het Rode Kruis is daarom zeer bezorgd over het besluit van de Nederlandse regering om 250 miljoen euro uit te trekken voor humanitaire hulp bij internationale vredes- en crisisoperaties in ontwikkelingslanden als onderdeel van de militaire operatie.

Het Rode Kruis heeft vaak als een van de weinige organisaties toegang tot conflictgebieden. Voorbeelden daarvan zijn Syrië, Somalië, Afghanistan en  Jemen. Cruciaal in het bereiken van de slachtoffers zijn daarbij de principes die de organisatie al 150 jaar hanteert, zoals onafhankelijkheid, neutraliteit en onpartijdigheid. Vervaging van deze principes, door vermenging van  taken, is uitermate riskant en dreigt een wankel evenwicht te verstoren.

Hulpverlening door militairen is in sommige gevallen onontkoombaar en soms zelfs zeer wenselijk. Denk aan rampsituaties waarbij de infrastructuur en de mankracht vanuit defensie heel hard nodig zijn. Ook in conflictsituaties heeft het leger de plicht volgens het humanitair oorlogsrecht om gewonde burgers te evacueren en hulpverlening aan alle slachtoffers toe te staan. Maar als die hulpverlening deel gaat uitmaken van de militaire strategie om de vijand te verslaan ontstaat een geheel andere situatie. Een situatie waarin de risico’s  voor onafhankelijke hulporganisaties exponentieel toeneemt. Daar moet dus een felrode lijn worden getrokken. Het  Rode Kruis zal zijn activiteiten altijd afstemmen met de verschillende gewapende groeperingen, dus ook de krijgsmacht, maar deze nooit gezamenlijk met hen uitvoeren. Het Rode Kruis zal altijd onafhankelijk van alle partijen opereren.

Vermenging van humanitaire en militaire activiteiten kan leiden tot gevaar voor de burgerbevolking, die doelwit van aanvallen kan worden als ze humanitaire hulp van militairen aannemen. Daarnaast kan het ertoe leiden dat de strijdende partijen of de burgerbevolking zelf de humanitaire hulp niet meer accepteert. Tot slot kan het de hulpverleners in gevaar brengen. Het aantal opzettelijke aanvallen tegen humanitair personeel neemt toe. Dat maakt pijnlijk duidelijk hoe broos het vertrouwen is van alle strijdende partijen in de hulpverlening van het Rode Kruis. Hoe dun die lijn is hebben we dit jaar kunnen zien in Syrië waar inmiddels 8 vrijwilligers tijdens het werk zijn doodgeschoten. In Pakistan werd een Franse hulpverlener gedood en Noord-Libië werden diverse ziekenhuizen en kantoren van het Rode Kruis beschoten. Bij conflicten gaat het vaak om extreem complexe sociaal-politieke situaties waarin men langdurig consequent zal moeten blijven handelen.

Een goed voorbeeld van afstemming tussen de strijdende partijen en het Rode Kruis en het  belang van onafhankelijke humanitaire hulpverlening is Afghanistan.
Het Rode Kruis kon daar een veilige doorgang  organiseren voor het Afghaanse ministerie van Volksgezondheid en de Wereld Gezondheids Organisatie, zodat werknemers  polio vaccinaties konden geven aan kinderen in het zuiden van het land. Deze veilige ruimte werd gecreëerd door  onderhandelingen met de Taliban en dit werd gerespecteerd door de VS, de NAVO en Afghaanse veiligheidstroepen. Daarnaast faciliteert het Rode Kruis daar regelmatig bij de overdracht van gewonden en gijzelaars. Dergelijke operaties zijn alleen mogelijk als alle partijen in het conflict vertrouwen hebben in de onafhankelijke en neutrale positie van het Rode Kruis.

Het is van essentieel belang dat de politieke en militaire beleidsmakers serieus de verstrekkende gevolgen wegen van de vermenging van humanitaire hulp en militaire operaties. Het Rode Kruis is voorstander van een duidelijk onderscheid tussen beide. . Humanitaire hulp mag nooit als doel hebben om ‘hearts and minds’ te winnen, maar zou enkel gericht moeten zijn op het lenigen van nood. Humanitaire organisaties op hun beurt moeten debatteren over de gevolgen van deze keuze. Daarbij moet zelfkritiek niet uit de weg gegaan worden. Voorkomen moet worden dat de veiligheid van humanitaire hulpverleners nog verder wordt verzwakt en, nog belangrijker, de slachtoffers van het geweld verder geïsoleerd en in gevaar gebracht worden.