Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Actueel Nieuws Opsporen van vermiste familieleden en geliefden
17 juni 2010 |

Opsporen van vermiste familieleden en geliefden

"Ik leef nog!"

 

Vijf dagen na de verwoestende aardbeving van 12 januari op Haïti liepen drie kinderen verloren rond tussen het puin en de chaos; het lot van hun ouders onbekend. Ze huilden en wisten niet waar ze naartoe moesten. Een man bracht ze naar het Rode Kruis-kantoor waar ze tijdelijk onderdak vonden en hun namen werden geregistreerd. Na een aantal telefoontjes en wat navraag in de wijken, wisten zogenoemde tracingmedewerkers van het Rode Kruis de kinderen te herenigen met hun moeder.

 
Het herenigen van families in tijden van oorlog is een van oudsher bekende taak van het Rode Kruis. Maar juist ook in de chaos na een orkaan, aardbeving of tsunami is de eerste vraag die bij overlevenden rijst: "Leven de mensen van wie ik houd nog?" Uit verschillende onderzoeken blijkt steeds weer de onschatbare waarde van een positief antwoord op deze vraag. Het geeft de slachtoffers kracht om hun leven weer op te bouwen.
 
Het internationale Rode Kruis stelde een pool samen van internationale tracing experts die direct inzetbaar zijn na een ramp. Uitgerust met satelliet telefoons, registratieformulieren en computers streek in de eerste dagen na de ramp een tracing team neer in Haïti. Een van hen was de Nederlandse Meike Groen.
"Als je op onze site waarop we vermisten registreren kijkt, zie je een hele lijst met namen. En voor de meeste staat het oranje blikje met de tekst 'missing'. We proberen daar zo veel mogelijk groene blokjes met 'alive' van te maken." Om uit te zoeken wie er nog leeft, gaat Meike de wijken van Port-au-Prince in, naar plekken waar overlevenden bij elkaar zijn gekropen, bijvoorbeeld in scholen, parken of sportclubs.
 
"Op elke locatie zitten al snel een paar duizend mensen, en daar zit altijd een groepje tussen dat de leiding of de organisatie op zich heeft genomen", vertelt de hulpverleenster. "We leggen hun uit wat we komen doen, en vragen of ze plekje voor ons hebben, liefst ergens in de schaduw."
Naast het registreren en matchen van vermisten, biedt het team ook de service om met familie overzee te bellen en ze gerust te stellen. Meike: "Ze hebben een minuut. Natuurlijk is dat niet genoeg om te kunnen vertellen wat er met je is gebeurd. Maar mensen begrijpen dat al die anderen achter hen ook willen bellen en houden het dus zo kort mogelijk. Ze zeggen letterlijk: "Het huis is ingestort, ik leef nog, je broertje ook, maar je zus niet meer. We hebben dorst en honger en leven nu in tent en we hopen dat je iets kunt doen om te helpen."
 
De lokale bevolking hoorde van de activiteiten van het Rode Kruis via radiostations en luidsprekers op de trucks die door de getroffen wijken trokken. In de eerste week alleen al werden op de website 16.000 namen geregistreerd. De meeste van vermisten, maar ook mensen die een boodschap achterlieten voor familie en vrienden dat ze in leven waren. Twee en halve maand later stonden er zo'n 6500 mensen geregisteerd als: 'ik leef nog'. Meike: "Dat lijkt een druppel op de gloeiende plaat, maar achter elke naam schuilt een sociaal netwerk. Zo kunnen vaak ook weer andere familieleden op de hoogte worden gesteld."
 
Na twee weken herstelde het telefoonnetwerk zich weer en richtte Meike zich op de planning voor de vervolgfase. Samen met de coördinator Tracing van het Haitiaanse Rode Kruis heeft ze vrijwilligers opgeleid en het vrijwilligersnetwerk in Haïti verder opgezet. De vrijwilligers zijn samen met het Internationale Rode Kruis (ICRC) nog steeds erg actief en richten zich nu vooral op het registreren van onbegeleide minderjarigen om zo hun ouders te kunnen opsporen en het contact te kunnen herstellen.