Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Actueel Nieuws Piet de Jong 100 jaar
3 april 2015 |

Piet de Jong 100 jaar

"Het was een eer om voor zo'n fenomeen als het Rode Kruis te mogen werken."

Piet de Jong: oud-premier en vicevoorzitter van het Rode Kruis

DSC_1944.jpg

Hij werd geboren in de tijd dat straatlantarens werden aangestoken, de schillenboer met paard en wagen rond reed en olielampen de huizen verlichtten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij commandant op een onderzeeër die de persoonlijke goedkeuring van Koningin Wilhelmina kreeg. Hij is een man van zijn woord, dus verruilde hij na een gedane belofte met lichte tegenzin de wereldzeeën voor het Haagse slagveld. Eenmaal zijn draai gevonden, wist hij het daar eind jaren '60 tot Minister-President te brengen. Piet de Jong, oud-vicevoorzitter van het Nederlandse Rode Kruis, is een heer op respectabele leeftijd met een tijdloze jongensachtige flair.

Als hij vertelt, verandert Piet de Jong van 99-jarig heerschap in een kwieke jonge man. Hij neemt je mee naar de tijd van chique theevisites bij Koningin 'Willemien' in Engeland, waar hij met zijn marine-maten na een succesvolle oversteek van de plas de plannen besprak om de Duisters 'een lesje te leren'. Hij vertelt hoe hij, door een rekenfoutje, met een gloednieuwe onderzeeër in één keer dertig meter naar beneden plonsde. En hoe hij, dankzij de post-service van het Rode Kruis, tijdens de oorlog de moed erin hield omdat hij wist dat iedereen thuis nog in leven was. Het zijn stuk voor stuk verhalen die hij met een niet te missen twinkeling in zijn ogen vertelt. 

Onmiddellijk naar Engeland!

"Het was mei 1940 en ik was Oudste Officier op de O24, een onderzeeër in aanbouw. We lagen op de Droogdok Kade in Rotterdam waar het laatste werk aan de boot geleverd werd. In de kluis lag een brief die ik moest openmaken in geval van oorlog. 'Klaarmaken en onmiddellijk naar Engeland!' luidde de boodschap die ik op de dag van de Duitse inval tot me door liet dringen. Maar die onderzeeër was nog niet af en kon dus niet zinken! 'Breng alles van gewicht dat je kunt vinden aan boord,' droeg ik mijn bemanningsleden op. Toen we volgens de berekening zwaar genoeg waren, voeren we uit. 'Laten we het maar proberen,' zei ik. Met een noodvaart gingen we dertig meter de diepte in. De harde bons toen we de bodem bereikten, vergeet ik nooit. Gelukkig was de schade beperkt tot een paar gaatjes en hebben we na wat reparatiewerk de oversteek naar Engeland weten te maken."

Post van het Rode Kruis

"Tijdens de Tweede Wereldoorlog verliep alle correspondentie van de marine via het Rode Kruis. Dat was van het allergrootste belang. Contact met het thuisfront en zo weten dat iedereen daar nog leeft, is dé manier om de moed erin te houden. Ook voor mijn familie hebben ze fantastisch werk gedaan. Zo ontving mijn moeder op 15 juni 1940 een kaart van het Rode Kruis dat ik in leven was. Zo wist zij: hij heeft de oversteek naar Engeland gehaald."

Inspectie van Koningin Wilhelmina

"Na zes jaar op zee kwamen we 's avonds laat in Hoek van Holland aan. De O24 was tot de nok volgeladen met cadeaus en goederen die de bemanning op tussenstops in alle uithoeken van de wereld had meegenomen. 'Ik zink bijna, zoveel hebben we aan te geven!' zei ik tegen de douanebeambte. De volgende ochtend kwam Koningin Wilhelmina de boot inspecteren. Ervan uitgaande dat zij enkel de bovenkant van het schip wilde bezoeken, begrijp je dat ik schrok toen ze aangaf óók beneden te willen kijken. Op dat smalle laddertje dat tien meter de diepte in ging, hield ik de enkels van de Koningin vast en begeleidde haar zo naar het overvolle ruim. 'Jullie hebben wat presentjes meegebracht?' zei ze met een glimlach waarna ze ons bedankte voor onze inzet voor het vaderland."

Man van mijn woord

"Ik belandde in 1959 in de politiek na herhaaldelijk aandringen van toenmalig Minister van Defensie Sidney van den Bergh om Staatssecretaris te worden. Ik dacht van hem af te komen door hem onmogelijke dingen voor te stellen die moesten veranderen, wilde ik die post aanvaarden. Echter, tot mijn grote verrassing wist Sidney het allemaal voor elkaar te krijgen. En ja, ik ben een man van mijn woord, dus toen ben ik naar Den Haag overgestapt.

Trots

Na mijn jaren als premier ben ik in 1971 samen met Guup Krayenhoff in het bestuur van het Rode Kruis aan de slag gegaan. Geld hoefden we er niet voor, want we vonden het een eer om voor zo'n fenomeen als het Rode Kruis te mogen werken. Samengevat was dat vooral een kwestie van de goede lijn die al was ingezet, volhouden. Voor één zaak heb ik wel gevochten: dat het doneren van bloed vrijwillig bleef. Bij de Bloedbank, die toen nog bij het Rode Kruis hoorde, waren ze namelijk aan het overleggen om bloeddonoren eventueel te betalen. Maar ga je mensen een vergoeding geven voor het doneren van bloed, dan doen ze het niet meer om ideële redenen. De vergoeding was na mijn vasthoudendheid van de baan en ik ben er hartstikke trots op dat dat vandaag de dag nog steeds zo is."

 

Piet de Jong wordt op 12 april 1985 voor zijn werk voor het Rode Kruis onderscheiden met het Kruis van Verdienste.

 

Tekst: Marieke Stegenga