Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Actueel Nieuws Verslag vanuit een opvanglocatie: achter ieder nummer een verhaal
4 december 2015 |

Verslag vanuit een opvanglocatie: achter ieder nummer een verhaal

Eerst zien, dan geloven. Dat was de reactie van Marianne Franssen op de soms negatieve berichtgeving over de opvang van vluchtelingen. Samen met 14 andere Rode Kruis-vrijwilligers zette ze zich in voor de opvanglocatie Bocholtz. “Ik was warm aangekleed, maar had toch kippenvel.”

Vluchtelingen 1 (1).jpg

​“Dinsdagmiddag werd er nog met man en macht gewerkt om alles op orde te krijgen voordat de bussen zouden arriveren. Opeens was het rond 16.30 uur. Wij stonden met 3 man in de buurt van de ingang om het een en ander goed te kunnen inschatten. Je zag dat de vermoeidheid bij de reizigershad toegeslagen. Kleine kinderen onwennig om zich heen kijkend, vaders met s lapende kinderen op de arm, moeders met baby’s, veel jonge mannen die beleefd knikten en een enkele oudere. Ik was warm aangekleed maar had toch kippenvel. De tolken zochten uit wie welke taal sprak: Farsi? Arabisch? Koerdisch? We kwamen er samen wel uit. Voor de vluchteling een hele geruststelling.” 

Onwennig

“Ons oog viel wel meteen op een jonge vrouw die onze hulp nodig had. Ze kon bijna niet meer lopen.  Bij het oversteken van de grens heeft ze in het gedrang een elleboogstoot gehad. Al 2 weken loopt ze rond met een gebroken neus. We maken het haar zo comfortabel mogelijk en kunnen alleen maar pijnstilling geven. Maar dan moeten we toch echt gaan rapporteren. Wie is dit? Iedere vluchteling is gekoppeld aan een nummer dat hij of zij draagt om de pols. Sommige moeders dagen 3 bandjes. Zo’n band past natuurlijk niet om het polsje van een 2 maanden oude baby. Onwennig vullen we het nummer van de vluchteling in, maar het gezicht onthoud ik wel.” 

Hoestdrankjes, keeltabletten en pijnstillers

“Woensdagmiddag is het spreekuur van de dokter. De eerste nacht stellen we de mensen gerust met hoestdrankjes, keeltabletten en pijnstillers. Gelukkig zijn de lijnen met de GGD en huisartsen erg kort. De kinderen en baby’s met koorts baren ons veel zorgen. We houden onze post de eerste nacht tot 03.00 ’s nachts bezet. De meeste mensen liggen om 22.00 uur op bed. Dat schept enige rust. Een 8 maanden oude baby is erg ziek. Zijn naam weet ik niet, alleen zijn nummer. Ik ga naar huis om te slapen. Dit wil niet echt lukken dus zet ik maar een of ander dom tv programma op. Dat helpt!”

Paasbest gekleed

“‘s Morgens om 07.00 loop ik de sporthal in. Het is donker. Iedereen slaapt. Af en toe hoor je een baby huilen. Zachtjes loop ik naar het eet- en speelgedeelte. Daar zit een vriendelijke jonge man van 18 jaar met een waterkokertje. Hij heeft zijn eigen thee bij zich die hij drinkt uit een soort van pijpje. Hij biedt mij zijn glas en ik moet ook proeven. Hij ziet aan mij dat ik het eigenlijk veel te sterk vind en maakt voor mij een gewoon kopje thee. Hij vertelt dat hij graag wil studeren en niet in het leger wil vechten en hoopt in Nederland een kans te krijgen. Zijn nummer weet ik niet maar zijn gezicht ken ik wel. De erg zieke baby moet naar de kinderarts  en wordt op zijn paasbest aangekleed. Vader, moeder en het baby’tje worden zeer nauw begeleid door de Gemeente en een vrijwilliger met een medische achtergrond. Natuurlijk gaat er ook een tolk mee. Later op de dag horen we dat het babytje Rigi is opgenomen en voorlopig nog in het ziekenhuis zal verblijven. De moeder van Rigi hebben we niet meer gezien maar de vader komt iedere avond terug. Veel tijd om onze zorgen te uiten hebben we niet, want er zijn nog meer zieke kinderen.” 

Bang

“Een 6-jarig Syrisch meisje, Samar, moet ook op een avond laat naar het ziekenhuis. Er worden meerdere pogingen gedaan om haar bloed te onderzoeken. ’s Avonds laat keert ze terug met een tolk en een pleegmoeder, maar zonder bloeduitslag. Vanaf dat moment is Samar bang voor ons. Ik ken haar naam, haar verhaal en weet haar nummer. Een meisje van 11 heeft pijn aan haar pols. Waar zijn je ouders? Ze is alleen met haar oudere broer. Haar moeder zit nu in Turkije en haar vader nog steeds in Syrië. Zij brengt veel tijd door met baby Roan want zijn broertje Ahmed van 3 heeft veel zorg nodig van zijn moeder en van ons. 

Soms hebben we handen te kort maar het Rode Kruis heeft ook Ready2Helpers aan ons gekoppeld. Zij verlenen hand en span diensten, zodat we af en toe onze handen vrij hebben. Samar wordt opnieuw ziek, maar dankzij het juiste onderzoek van onze eigen arts weten we nu wat haar mankeert en krijgt zij de juiste medicijnen. Bijons laatste contact kon er  gelukkig en klein glimlachje vanaf.” 

Afscheid

“De dagen vliegen voorbij en het verschil tussen dinsdagmiddag en zaterdagochtend is erg groot. Bijna iedereen loopt rechtop en zegt hallo, goedemorgen of doei. Er wordt veel geknuffeld maar ook gehuild. Iedereen is dankbaar en uit dat ook. Zaterdagochtend om 11.00 uur vertrekken de bussen naar Goes waar zij 2 maanden zullen verblijven. Hopelijk knapt Ahmed in Goes wel op. De vader van Rigi gaat naar het AZC in Maastricht.

We hebben gedaan wat we konden, maar konden niet iedereen helpen. Toch werden we vriendelijk bedankt. Ik kijk met een voldaan en dankbaar gevoel terug en ben erg trots op mijn collega’s van het Rode Kruis, de Gemeente Simpelveld die dit mogelijk heeft gemaakt, plaatselijke ondernemers en vrijwilligers die alles in het werk stelden om de vluchtelingen op welke manier dan ook te helpen!”