Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Actueel Nieuws 5 Jaar conflict in Syrië – en het belang van de naleving van het oorlogsrecht
14 maart 2016 |

5 Jaar conflict in Syrië – en het belang van de naleving van het oorlogsrecht

#SyriaCrisis - Het conflict in Syrië laat zien hoe belangrijk het is dat de bescherming van burgers tijdens een conflict is vastgelegd. Mirjam de Bruin, specialist humanitair oorlogsrecht van het Nederlandse Rode Kruis, geeft uitleg over recht en realiteit in Syrië sinds 2011.

 Aleppo-2013-640.jpg

 Kinderen in Aleppo in 2013 spelen op straat met gevonden kogelhulzen. (Beeld: H.Hvanesian)  

 

'Ik ben weer thuis en denk aan de mensen die ik heb ontmoet in #Syrië. Ze zeiden allemaal hetzelfde. Ze willen vrede.' Dit twittert Peter Maurer, @PMaurerICRC, eind februari 2016 na zijn bezoek aan Syrië. Enkele weken daarvoor gaf hij als president van het Internationale Rode Kruis (ICRC) een ‘bijzonder krachtige speech’ vertelt Mirjam de Bruin. Voor het Nederlandse Rode Kruis houdt zij zich bezig met het humanitair oorlogsrecht en de verspreiding van kennis daarover in Nederland. Ze volgt het conflict in Syrië, dat nu 5 jaar duurt, op de voet.

Neutraliteit

“In die speech is Maurer heel uitgesproken, zonder dat hij beschuldigingen aan het adres van de ene of andere partij doet. Hij weet feilloos de ernst van de situatie over te brengen, zonder cijfers te noemen. En hij behoudt de neutraliteit die zo belangrijk is in ons werk”, vindt Mirjam. ​“Luister maar”, vervolgt Mirjam.

“‘Toen mijn collega’s drie weken geleden in de stad Madaya aankwamen, kwam Fatma, een meisje van misschien 6 jaar oud, naar hen toe dat zei: ‘We hebben op jullie gewacht. Heb je iets te eten meegebracht?’ Een klein meisje dat zomaar op een vreemde afstapt en om eten vraagt, toont in een notendop wat de crisis met dit anders zo trotse en gastvrije volk heeft gedaan.’ Hoe kon het zover komen?’ ‘Het antwoord is simpel’, vervolgt Maurer zijn toespraak. ‘Het gebruik van illegale wapens en het illegale gebruik van wapens, een epidemie aan belegeringen, oorlogsvoering in de steden waarbij de elektriciteit en watervoorziening vernield werden, opzettelijke aanvallen op scholen en ziekenhuizen die hebben geleid tot een complete ontwrichting van het land, waardoor meer dan de helft van de bevolking hun huis moest verlaten. De Syriërs hebben dringend hulp nodig en bescherming.’”

Toegang tot slachtoffers

Hoe ernstig is het gesteld in Syrië? In 2011 is de wereld geschokt door het aantal doden en gewonden dat valt. Het Rode Kruis vraagt de strijdende partijen onmiddellijke toegang tot slachtoffers. “Het Rode Kruis is neutraal, onpartijdig en onafhankelijk, en helpt degenen die dit het hardst nodig hebben het eerst. Door dit voorop te stellen tijdens de onderhandelingen met alle partijen in het conflict, proberen we steeds weer die ongehinderde toegang te krijgen tot slachtoffers”, legt Mirjam uit.

Met embleem, maar toch onder vuur

Later in 2011 worden er 31 kogels afgevuurd op een ambulance. Dit terwijl het internationaal erkende, beschermende embleem van de Rode Halve Maan zichtbaar is op de ambulance. Hierover zegt het humanitair oorlogsrecht dat er onderscheid gemaakt moet worden tussen strijders en mensen die niet of niet langer meedoen aan de strijd, zoals burgers en hulpverleners. Mirjam legt uit: “Het embleem van het Rode Kruis of de Rode Halve Maan op de ambulance betekent internationaal ‘ik verleen hulp, beschiet mij niet’.” Het wordt gebruikt als band om de arm door de medische eenheden van legers. Rode Kruis-vrijwilligers ​mogen het bekende rode kruis of een rode halve maan op de rug voeren om hulp te kunnen verlenen en bijvoorbeeld voedsel uit te delen.

Tekort aan medicijnen en ambulances

Begin 2012 gebeurt het weer. De vicepresident van de Syrische Rode Halve Maan, Abdulrazak Jbero wordt doodgeschoten terwijl hij in een Rode Kruis-wagen onderweg naar Damascus is. ​Het Rode Kruis roept de strijdende partijen opnieuw op het embleem te respecteren en hulpverleners buiten de strijd te houden. Helaas komen later dat jaar nog twee Rode Halve Maan-vrijwilligers om. De strijd in Syrië is pas een jaar gaande als de voedselvoorziening nijpend wordt. Het Rode Kruis deelt voedselpakketten uit aan 1,5 miljoen Syriërs. Artsen van de Syrische Rode Halve Maan maken zich zorgen over het tekort aan medicijnen, ambulances en mobiele klinieken. En er is een tekort aan protheses voor mensen die ledematen zijn kwijtgeraakt door het geweld.

Peter-maurer-Syria-640.jpg

 Een Syrische man in Mu'adhamiya van het platteland rond Damascus vertelt Peter Maurer, vice-president ICRC hoe hij zijn oog, arm en been verloor.  (Beeld: Ibrahim Malla, ICRC) 

Bezorgd over de humanitaire situatie

In 2013 wordt de situatie voor hulpverleners nog gevaarlijker: gewapende mannen ontvoeren 6 hulpverleners. Het aantal gedode vrijwilligers loopt op tot 22. Het jaar daarna groeit de bezorgdheid over de humanitaire situatie in Syrië verder. Sinds het begin van het conflict zijn naar schatting al 100.000 mensen om het leven gekomen. ​10 Miljoen mensen zijn van huis en haard verdreven. Veel watervoorzieningen zijn beschadigd door de conflicten. De toegang tot slachtoffers is gebrekkig. De Syrische Rode Halve Maan treurt om de dood van de 34e vrijwilliger

Het belang van het oorlogsrecht in Syrië

In 2014 concludeert Maurer dat zinvolle hulp en bescherming in Syrië ‘onmogelijk’ zijn. “Het is niet gelukt een uitgesproken commitment van alle betrokken partijen te krijgen om de basisprincipes van humanitair oorlogsrecht te respecteren. We staan klaar om hulp te verlenen, maar alleen als we van alle partijen in het conflict de garantie krijgen op veilige toegang tot slachtoffers en burgers", aldus Maurer. De partijen in een conflict moeten zich aan het humanitair oorlogsrecht houden. Dit is in 1949 in Genève door alle staten in de wereld ondertekend. Het Rode Kruis is hoeder en promotor van het recht. 

Burgerobject of militair doel?

Ook het conflict in Syrië laat het belang zien van de naleving van de regels die burgers moeten beschermen. Mensen die niet - of niet langer - aan de strijd deelnemen, behoren gespaard te worden. Mirjam legt uit: "Om te bepalen of iets een burgerobject is of een militair doel moet gekeken worden of het object daadwerkelijk een bijdrage levert aan de militaire operatie, en de vernietiging of het onbruikbaar maken ervan een duidelijk militair voordeel oplevert. Dit onder de omstandigheden van dát moment. Burgerobjecten mogen niet in de strijd worden betrokken. Een school bijvoorbeeld is een burgerobject.”

 

"Ook oorlog kent grenzen", aldus Mirjam. "Het humanitair oorlogsrecht bepaalt dat je niet meer doet dan wat nodig is om je militaire doel te behalen."  (Video: ICRC)

 

Aard, ligging en gebruik van een object

Soms is de vraag of het om een burgerobject of een militair doel gaat ingewikkelder. Als een verlaten schoolgebouw door militairen tot hoofdkwartier is gemaakt, kán dit een militair doel vormen. Concreet omvat de afweging of iets een burgerobject is of een militair doel drie elementen. Wat is de aard van een object: is het bijvoorbeeld onderdeel van een militaire structuur, zoals een kamp? Dan is een aanval onder het oorlogsrecht toegestaan. De aanvallende partij moet overigens nog steeds kijken naar de verwachte omvang van de schade, en of er mogelijk burgerslachtoffers zullen vallen. Daarnaast moet een partij kijken naar de ligging van het object. Is het bijvoorbeeld een bergpas die strategisch ligt? Bij inname van zo’n weg behaal je een substantieel militair voordeel. De aanval kan dan gelegitimeerd zijn.

Bescherming van burgers

Daarna moet het gebruik van het object bepaald worden. Dit is het derde, en misschien wel ingewikkeldste element in de afweging. Als een burgerobject door militairen of strijders wordt gebruikt voor militaire doeleinden, en een aanval hierop levert daadwerkelijk een bijdrage aan hun militair voordeel - dan is dit object mogelijk te beschouwen als een militair doel. Als er twijfel bestaat of het object wordt gebruikt voor een daadwerkelijke bijdrage aan de militaire actie, dan moet er van uit worden gegaan dat het voor burgerdoeleinden wordt gebruikt. Aanvallen mag dan niet. Ook een aanval waarbij geen onderscheid gemaakt kan worden tussen burgers en strijders is volgens het oorlogsrecht niet toegestaan. Mirjam: "Het hoofdprincipe van het humanitair oorlogsrecht is namelijk hoe dan ook: wie niet – of niet langer – deelneemt aan de strijd is beschermd."

Proportionaliteitsbeginsel

Verder bepaalt het proportionaliteitsbeginsel dat partijen in een conflict steeds vóóraf de afweging moeten maken of de te verwachten nevenschade voor burgers niet buitensporig is ten opzichte van het militaire voordeel dat men verwacht te behalen. Bij een aanval op het object moeten bovendien alle mogelijke voorzorgsmaatregelen worden genomen om de nevenschade zoveel mogelijk te beperken. Mirjam: "Bijvoorbeeld met een wapen dat hetzelfde effect bereikt met minder schadelijke gevolgen, zoals een precisiewapen.”

“Van acceptabele nevenschade bestaat geen lijstje”

Iedere regel in het oorlogsrecht is een balans tussen humaniteit en militaire noodzaak. “Elke verwachte nevenschade moet vooraf bekeken worden", aldus Mirjam, "maar van wat acceptabel is, bestaat geen lijstje."​ Aanvallers moeten volgens het oorlogsrecht voorzorgsmaatregelen nemen om burgerslachtoffers te voorkomen. Burgers waarschuwen bijvoorbeeld, of enkel de militair leider uitschakelen, in plaats van in een dichtbevolkt gebied een bombardement met een groot bereik uitvoeren.”

Intensief onderhandelen over toegang

Begin 2015 staat het totaal aantal Syriërs die hun land zijn ontvlucht op 3,8 miljoen. Binnen Syrië zijn dan al 7,6 miljoen mensen ontheemd geraakt. Anno 2016 is de humanitaire situatie drastisch verslechterd. In belegerde steden als Madaya, Kefraya, Foua zijn grote voedselproblemen. Schokkende beelden gaan over de hele wereld. Het Rode Kruis krijgt pas na lang en intensief onderhandelen toegang tot deze steden. Een kwart miljoen mensen hebben het leven verloren sinds de start van het conflict in 2011. Het aantal overleden hulpverleners staat op 61, waarvan 53 vrijwilligers van de Syrische Rode Halve Maan.

‘Stop the crisis’

“Als hoeder van het recht en als neutrale hulporganisatie laten we ons niet uit over het waarom van een oorlog. We stellen vast ‘als er oorlog is – dan zijn dit de regels’”, legt Mirjam uit. “We onderscheiden recht ‘ad bellum’ en ‘in bello’. De aanleiding van de oorlog of het conflict - ad bellum – laten we voor wat het is. Als er oorlog is - in bello – komt het oorlogsrecht in beeld en geldt het voor alle strijdende partijen. Op dit moment roepen we heel hard ‘stop the crisis’. Vanuit onze menslievendheid komen we op voor de slachtoffers in Syrië. De humanitaire situatie is zo ernstig dat we oproepen tot een politieke oplossing. Maar dit is nog steeds geen uitspraak over het waarom van een oorlog.”

Grenzen aan oorlogsgeweld

"Ook oorlog kent grenzen", aldus Mirjam. "Het humanitair oorlogsrecht bepaalt dat je niet meer doet dan wat nodig is om je militaire doel te behalen, oftewel ‘de vijand’ te verslaan. Dit is weer die balans tussen humaniteit en militaire noodzaak." Een aanval moet beperkt blijven tot het verzwakken van de tegenpartij, zonder dat er sprake is van ‘wegvagen’. Er mag geweld gebruikt worden, maar binnen proporties. Mirjam haalt opnieuw een uitspraak van Maurer aan. ‘Het oorlogsrecht verbiedt oorlog voeren niet. Het bepaalt alleen dat burgers bescherming moeten krijgen.’

Aanvullende regels

Is er misschien een tendens over de jaren in aantal en aard van de schendingen van het oorlogsrecht? Mirjam aarzelt. “Ik hoor vaak als kritiek dat strijdende partijen zich er toch niet aan houden. Dan reageer ik dat de gevolgen van oorlog mogelijk nog erger zouden zijn als het recht er niet was. Maar los daarvan, wat je wel steeds ziet is dat elk groot conflict nieuwe regels creëert: de eerste in 1949, na WOII; de aanvullende protocollen in 1977 –  na de Vietnamoorlog. Met andere woorden: wat er is gebeurd, met welke middelen en methoden maakt dat er regels bij komen.”

Het effect van training en dialoog

Staat het oorlogsrecht in Syrië aan de zijlijn? Mirjam ontkent stellig. “Het humanitair oorlogsrecht is er. Maar het vervelende is - zoals Maurer het vorig jaar uitdrukte - ‘de man die het overleeft dankzij het oorlogsrecht haalt het nieuws niet’.” Mirjam vat samen: “Als Rode Kruis-beweging hebben we de taak om de kennis over het oorlogsrecht te verspreiden. Trainingen en dialoog over de regels hebben wel degelijk effect, maar we kunnen helaas niet gemakkelijk laten zien wat hier de resultaten van zijn.”

Vermeende schendingen

Niettemin zijn neutraliteit en onpartijdigheid voor Mirjam als oorlogsrechtdeskundige nog altijd even belangrijk. “Dit zou je als tendens kunnen zien. Juist de grondbeginselen van het Rode Kruis zorgen ervoor dat wij op plekken komen waar andere partijen niet komen. We voeren gesprekken met IS over de watertoevoer. Waarom? Om mensen te kunnen helpen. Hoe? Door neutraal te zijn en publiekelijk geen schuldige aan te wijzen; in ieder conflict alle partijen te herinneren aan hun verplichtingen onder het oorlogsrecht en ​met alle partijen in gesprek te blijven. Zo bereiken we mensen. Daarom hoor je mij ook niet spreken over mogelijke schuldigen. Collega’s van het Internationale Rode Kruis spreken wel over vermeende schendingen – een op een met partijen, vertrouwelijk.”

Relevantie van het oorlogsrecht

Al met al neemt de relevantie van het humanitair oorlogsrecht voor Mirjam toe. “Niet omdat partijen zich er minder aan zouden houden, maar omdat er zoveel conflicten in de wereld zijn.” Direct daarop nuanceert ze dit. “De relevantie van humanitair oorlogsrecht is in elk geval niet afgenomen. Humanitair oorlogsrecht is realiteit”, besluit Mirjam. “Het is er voor strijdende partijen om zich aan te houden. De uitdaging van het humanitair oorlogsrecht is en blijft naleving, ook in Syrië. Echter je kunt het recht niet de schuld geven dat het niet wordt nageleefd.”​

 

Help de Syriërs!

Het conflict in Syrië duurt al vijf jaar. In veel steden en dorpen heerst armoede en mensen hebben een gebrek aan basisbehoeften zoals eten, drinken, medicijnen en brandstof. Wil jij helpen? Doneer dan nu op NL83 INGB 0000 0068 68 t.n.v. het Nederlandse Rode Kruis, onder vermelding van Syrië.


 

Artikel delen?