Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Actueel Nieuws 2011 Stelling 1: Hulporganisaties hebben te weinig gedaan

Stelling 1: Hulporganisaties hebben te weinig gedaan

 RODE KRUIS: HAÏTI-DOSSIER

Kan de in eigenschap Koppeling naar inhoud opgegeven URL niet ophalen. Raadpleeg uw sitebeheerder voor assistentie.

Share |

De eerste stelling levert direct wat rumoer op bij toehoorders in de zaal. De mening van de toehoorders is verdeeld. Tegenstanders van de stelling roemen het werk dat hulporganisaties al hebben gedaan. Voorstanders van de stelling wijzen op de grote puinhopen die het straatbeeld van Port-au-Prince nog domineren.  

“Levens redden kost veel geld”

Rode Kruis-directeur Cees Breederveld gaat het debat aan met NOS-journalist Bert van Slooten. “Laten we niet uit het oog verliezen hoe enorm deze ramp is. 1,5 miljoen slachtoffers in een land dat al werd geteisterd door armoede. De gevolgen van de rampen strekken zich uit van de stad tot op het platteland. Bij een ramp als deze komt direct veel energie vrij.

Prioriteit nummer 1 is levens redden. In de eerste 48 uur na de ramp waren Rode Kruis-hulpverleners direct ter plaatse. Dit betekent dat vele duizenden mensenlevens worden gered. Vervolgens moeten de materialen binnenkomen: voedsel, drinkwater, medicijnen, tijdelijk onderdak. Levens redden kost veel geld. Je moet snel handelen. Je kunt wel met een boot goederen leveren, maar dan ben je voor velen simpelweg te laat. Vliegen kosten veel geld, maar dan heb je wel kans dat je nog veel levens kunt redden. In het eerste half jaar hebben we levens gered, eerste noodhulp verleend en een start gemaakt met de wederopbouw.”  

“Het ontbreekt aan samenwerking”

Van Slooten bestrijdt niet dat er veel is gedaan, maar vindt dat de hulporganisaties niet efficiënt genoeg werken. “Het ontbreekt aan samenwerking. De Samenwerkende Hulporganisaties wekken de suggestie, dat er daadwerkelijk ter plaatse wordt samengewerkt. Dat het één efficiënte goed geoliede organisatie is. Maar iedereen werkt voor zichzelf. Ik begrijp dat je om fondsen te werven, de neiging hebt de situatie mooier voor te stellen dan dat ‘ie is. Maar hoe leg je dan een jaar later uit dat er nog steeds puinhopen liggen. En dat de noodhulpfase, die normaal gesproken na 6 tot 7 maanden afgerond moet zijn, nog steeds voortduurt. ” 

“De situatie is nog erg kwetsbaar”

Breederveld is het er mee eens dat de hulpverlening niet zo is verlopen als verwacht. “De prestatie in de eerste periode na de ramp was enorm. Er zijn vele levens gered. Maar we wisten dat we in een moeilijke context moesten werken.Het land heeft niet alleen te maken met extreme armoede, maar wordt ook geteisterd door orkanen. En afgelopen najaar schrok iedereen op van de cholera-uitbraak. Ik voorzie dat we hier nu nog zeker een half jaar pure noodhulp achteraan kunnen plakken. De situatie is nog erg kwetsbaar en vaccinaties blijven voorlopig nodig.”  

“Geen cholera in de tentenkampen”

Reacties vanuit de zaal zijn toegespitst op wat er allemaal wel goed is gegaan. Bij de situatie in de tentenkampen, waar de cholera juist niet voorkwam. Dit betekent dat zaken als gezond drinkwater en goede hygiëne in de kampen goed zijn geregeld. Ook de zogenoemde clusteraanpak wordt vaak genoemd. Deze clusters coördineren de hulpverlening op het gebied van bijvoorbeeld gezondheidszorg, onderwijs of water. De clusteraanpak is een gevolg van de leerpunten van de tsunami en is nog in ontwikkeling. Maar om nu te zeggen dat er helemaal niet wordt samengewerkt, is te sterk."  

“Samen werken of samen werven”

Van Slooten: “Van de tsunami hebben de media geleerd dat ze bovenop de resultaten van de hulpverlening moeten zitten. Het publiek heeft er recht op om te weten hoe hun geld wordt besteed. Ik begrijp het verhaal van de complexiteit van de hulpverlening. En hoe al die organisaties weer samenwerken met lokale organisaties. Maar als publiek wil je dat niet weten. Je wilt weten wat de SHO heeft gedaan met het geld. Hoe leggen jullie dat bijvoorbeeld uit naar je eigen achterban?”
 
Breederveld: “in feite zijn we de samenwervende hulporganisaties. We treden gezamenlijk op, als één gesprekspartner voor de media en één gezicht naar het publiek. Bovendien denken we met elkaar meer geld op te halen dan wanneer tien verschillende organisaties zouden gaan fondsenwerven. Dit samenwerkingsverband is overigens ook ontstaan op verzoek van de media.”