Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Actueel Pers Persberichten Reactie op Van Heuven Goedhartlezing Femke Halsema
20 juni 2013 |

Reactie op Van Heuven Goedhartlezing Femke Halsema

Rode Kruis: kritiek Femke Halsema deels terecht, deels onbegrijpelijk

Femke Halsema, voorzitter van Stichting Vluchteling, benoemt vandaag in de Van Heuven Goedhartlezing, op basis van haar tiendaagse reis door Syrië en aangrenzende landen, een aantal dilemma’s rondom de hulpverlening in Syrië en de structuur van de Samenwerkende Hulporganisaties. Het Rode Kruis is het grondig eens met Halsema dat er een tekort aan hulp is voor de slachtoffers van het geweld in Syrië.

​Fondsenwerving
Tegelijkertijd is het in de ogen van het Rode Kruis een groot probleem dat zowel de humanitaire nood, als de hulp die daadwerkelijk gegeven wordt, te vaak onzichtbaar blijven in de berichtgeving over het conflict. Die onzichtbaarheid is een factor die de toch al lastige fondsenwerving nog verder bemoeilijkt.

Het zaaien van twijfel over de hulp die wel gegeven wordt, zoals Halsema in de lezing doet, is daarom niet in het belang van de kwetsbare mensen die daar momenteel afhankelijk van zijn. Het Rode Kruis baseert haar hulpverlening op de hulp die de Syriers nodig hebben – niet op basis van hoe fotogeniek die hulp mogelijk is. Helaas is de hulp die het Rode Kruis en Rode Halve Maan nu bieden, net als Halsema's eigen organisatie Stichting Vluchteling,  volstrekt onvoldoende voor de vele miljoenen Syriërs die in het land zelf of in buurlanden op de vlucht zijn of welke manier dan ook lijden onder het geweld.

Effectieve hulp
Halsema impliceert met haar verwijzing naar het soevereiniteitsbeginsel dat het Rode Kruis daardoor niet overal in Syrie hulp verlenen kan. Dit is zeer onjuist. Juist dank zij de cross frontlinie - in plaats van cross border - hulp van het Rode Kruis, heeft onze organisatie overal toegang. Ook in de buitenwijken van Damascus, Idlib, Houleh, de steden in Zuid Syrie, en zo verder, ver van de Turkse grens. Deze werkwijze zorgt er voor dat het Rode Kruis en Rode Halve Maan hulp kunnen blijven bieden, ook als frontlinies verschuiven, wat ze continue doen. 

Eigenbelang e​n samenwerking
Halsema stelt dat de hulporganisaties zich bij de hulpverlening in Syrië te veel laten leiden door eigenbelang en weinig samenwerken. Het Rode Kruis, als grootste hulpverlener in Syrië, herkent zich niet in dat beeld. De Rode Kruis en Rode Halve Maan beweging werkt waar nodig intensief samen met andere organisaties. Zo verzorgt de Rode Halve maan onder meer de voedseldistributie voor een aantal VN-organisaties, zoals het World Food Program en de UNHCR. Daarnaast voorzien onze Syrische vrijwilligers de vluchtelingen en slachtoffers van het geweld  van medische zorg en eerste hulp, maar ook helpen zij bij de opvang, de distributie van drinkwater, voedsel, dekens en matrassen. Deze hulp wordt overal verleend:  in opvangkampen of -locaties, in steden, in rurale gebieden, en ook bij gastgezinnen thuis. Van eigenbelang is daarbij geen sprake. Dat geldt ook voor de duizenden Syrische vrijwilligers van de Rode Halve Maan die dagelijks hun leven wagen om hulp te bieden aan hen die dat heel hard nodig hebben. Twintig van onze vrijwilligers hebben het hoogste offer gegeven, hun leven. Zij stierven, terwijl zij anderen probeerden te helpen. Hun moed verdient meer respect.

SHO
​Halsema roept op tot een constructieve dialoog over de toekomst van de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO). Ook het Rode Kruis vindt het nuttig en noodzakelijk om die discussie over het functioneren en de toekomst van de SHO in Nederland te voeren. Maar deze discussie voert het Rode Kruis liever eerst zelf met collega SHO-deelnemers, en niet via de krant of andere publieke media. Deze discussie nu via de media voeren heeft in onze ogen niet direct toegevoegde waarde.