Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Afdelingen Afdeling Amsterdam Samen in Amsterdam Verhalen van vrijwilligers Zijn hand rust op mijn schouder
22 december 2011 |

Zijn hand rust op mijn schouder

   
Naam:        Johan
Leeftijd:     35 jaar
Beroep:
      Sr. Trainingsacteur
Project:      Samen in Amsterdam
Sinds:         sept 2009
 
                                                                         

“Peter keek met z’n slechte ogen vol bewondering om zich heen. Hij genoot.”

 Zijn hand rust op mijn schouder terwijl we voorzichtige passen in de sneeuw zetten. Wellicht moet ik dat anders zeggen: zijn hand beeft op mijn schouder, zijn oude hand, met groeven, de blauwe aderen zichtbaar. Het is december 2009, de derde keer dat ik met Peter afspreek, in De Pijp. Peter is bang in de sneeuw, bang voor de gladheid. In een dronken bui was hij jaren terug eens gevallen, z’n enkel gebroken en daarna viel hij nog weer eens, diep in de nacht. Er moest een ijzeren plaat in die poot en sindsdien ging hij voetje voor voetje de straat door.
 
Binnen gekomen luisterden we The Rolling Stones, of Bob Dylan. Enthousiast gaf ik hem een Cd’tje voor z’n tachtigste: “Dit moet je ook kennen!” Coldplay, Red Hot Chili Peppers, dEUS, Nirvana. Vond-ie prachtig. Net als klassiek, Rachmaninov, Tsjaikovski.
 
“Een rondje varen over de Amstel, zullen we dat eens doen. Ik had gezien dat dat kan, bij de Jozef Israëlkade.” Gingen we doen. Mooie zomerdag, wij naar de Jozef Israëlkade. Het bootje huren was 50 euro voor een uur, ik lulde er 15 af. “Je lijkt wel een zakenman!” zei Peter vol trots. Met angst en beven ging hij over het dunne plankje richting het fluisterbootje. Samen met de jongen van de bootjesverhuur hielden we hem goed vast. We voeren naar de Amstel. Had ik al gezegd dat het zo’n mooie zomerse dag was? Peter keek met z’n slechte ogen vol bewondering om zich heen. Hij genoot. Ter hoogte van de restaurant De IJsbreker miste hij een prachtige vrouw in bikini op het dek van een woonboot. Jammer.
 

“We liepen naar de woonkamer, met onze eerste Senseo en hij vroeg: “En wat is dan eigenlijk een laptop?”

Weer een andere woensdagmiddag haalden we een Senseoapparaat. Dat was een hoogtepunt, dat vond ie een boost in z’n leven. We liepen naar de woonkamer, met onze eerste Senseo en hij vroeg: “En wat is dan eigenlijk een laptop?”
Ik schrijf dit stukje met mijn pen gedoopt in mededogen. De ontroerende en breekbare oude man die zich wendt tot het Rode Kruis om af en toe iets leuks te doen met een jonger iemand. Hoe is je leven dan gelopen? Waarom geen vrienden meer? Kinderen? Een vrouw? Omdat Peter niet zo heel goed wist hoe dat moest, denk ik. Vrienden maken en onderhouden. Peter had een tijdje drugs gebruikt. Had een tijdje op straat gewoond, niet lang, maar toch. Ik vroeg hem op z’n tachtigste wat hij het meest bijzondere vond dat hij bereikt had. Hij zei: “Dat ik tachtig ben geworden, dat ik dat gehaald heb!”
 
Vorig jaar oktober kreeg Peter pijn aan z’n geslachtsdeel. In januari ging hij naar het ziekenhuis omdat de pijn bleef en erger werd. In de ochtend belde ik en zei de zuster dat het niet best was. In de avond hoorde Peter liggend in zijn ziekenhuisbed zelf van de kalme en betrokken arts dat hij kanker had. Peter heeft nog thuis gewoond, een paar maanden, op bed. In een levenslustige bui moest en zou er nog een DVD-speler komen. En die kwam er.
 
De laatste keer dat ik hem sprak was een bewust afscheid. Ik herinnerde dichtbij zijn inmiddels ingevallen gezicht het bootje en het Senseo. Hij kon amper reageren, maar staarde me aan en knikte. Ik zei dat de wijkverpleegkundige zwanger was, dat ze met een dikke buik zojuist bij zijn bed stond. Peter leefde even op van wat ik zei: “Is ze zwanger? Is zij zwanger?” Vijf dagen later stierf Peter.
 
Dag Peter, dag leuke, eigenaardige, nukkige man. Dag ouwe rocker.