Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Afdelingen Afdeling Barendrecht-Ridderkerk Actueel Nieuws Interview Gijs de Vries - 2014
22 oktober 2014 |

Interview Gijs de Vries - 2014

Bron: Financieel Dagblad

LieuGijsdeVriesB2O5449HIRESDEF.jpg

Gijs de Vries (56), sinds begin dit jaar directeur van Rode Kruis Nederland, heeft de titel van deze serie, lieu de mémoire, wel erg letterlijk genomen. 'Toen ik me afvroeg wat mijn herdenkingsplaats was, dacht ik meteen aan het Mausoleum in Ede. Daar ging ik elk jaar met mijn vader naar de Dodenherdenking op 4 mei. De kranslegging, het decorum, de minuut stilte, het maakte allemaal een enorme indruk op me', zegt hij.

Het oorlogsmonument bestaat uit een breed, gemetseld grafmonument met plaquettes met de namen van de veertig omgekomen verzetsstrijders uit Ede, met daarbovenop een beeld van de in 2004 overleden beeldhouwer Piet Esser. Ervoor ligt een groot grasveld. 'Hier vonden de plechtigheden plaats, en daar', zegt De Vries wijzend, 'stonden wij, daar verderop woonden we, daar was de school.' Hij zwijgt even. 'Daar net om de hoek is mijn broertje bij een busongeluk om het leven gekomen. Hij was dertien. Voor ons kreeg deze plaats daardoor een extra betekenis.'

Geschiedenis

Toen hij na de middelbare school rechten ging studeren in Utrecht, kwam er een einde aan De Vries' jaarlijkse aanwezigheid bij de Dodenherdenking. Maar dit jaar mocht hij Rode Kruis Nederland op 4 mei vertegenwoordigen bij de plechtigheden op de Dam in Amsterdam. 'Ik wou dat mijn vader dat had mogen meemaken', mijmert De Vries. Zijn kinderen, die nooit met hun vader naar zo'n herdenkingsbijeenkomst waren geweest, kregen volgens hem ineens hernieuwde belangstelling voor de geschiedenis.

De Vries' familie heeft niet buitensporig geleden onder de Tweede Wereldoorlog. Een maand geleden heeft hij tijdens een reis naar Syrië en Libanon aan den lijve ervaren wat oorlog betekent. 'Daar heb ik de waanzin gezien. Zeven miljoen Syriërs zijn in eigen land op de vlucht, drie miljoen zijn naar het buitenland getrokken, en dat op een bevolking van 22 miljoen. Het is een van de grootste humanitaire rampen in de geschiedenis. Ik heb mensen gesproken die al jaren dezelfde kleren aan hebben, die al maanden geen enkel stukje vlees gegeten hebben en die in oude tentjes slapen. Ik heb de binnenstad van Homs gezien, platgebombardeerd, een surrealistisch landschap, maar ik sprak mensen die er terug naartoe gingen omdat daar hun huis had gestaan. Alles was beter dan een tentenkamp!'

Diepe sprong

Het Rode Kruis zorgt in Syrië voor voedselpakketten, water, medicatie, tentzeil, matrassen, dekens, en psychosociale hulp voor volwassenen en kinderen. Het Rode Kruis probeert in heel Syrië toegang te hebben tot mensen die hulp nodig hebben, ook in Isis-gebied. Dat lukt niet altijd. Ondanks de beschermende werking van het embleem van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan zijn er al 45 medewerkers en vrijwilligers omgekomen. 'De kracht van het Rode Kruis zit hem in de uitgangspunten: onafhankelijkheid, onpartijdigheid en neutraliteit. We nemen politiek geen stelling.'

'Dit bezoek aan Syrië was voor mij een sprong in het diepe, de diepst denkbare sprong', zegt De Vries. Voor zijn overstap naar het Rode Kruis werkte hij bij accountantskantoor EY, waar hij zes jaar managing partner was van de consultancy-tak, met veel ervaring in de gezondheidszorg. 'Bij EY is het gebruik na zes jaar lid te zijn van de Raad van Bestuur terug te keren in de praktijk. Wilde ik dat, meer van hetzelfde doen? Zou ik daar gelukkig van worden?', zegt De Vries. 'In die tijd kreeg ik lymfeklierkanker en was ik een tijdje uit de running. Dat gaf mij tijd om na te denken. Ik heb besloten het bedrijf te verlaten en te zoeken naar werk met een meer maatschappelijke kant. In die zin was de ziekte, waarvan ik volledig ben hersteld, een cadeautje. Want anders had ik deze stap misschien niet, of misschien niet zo snel, gezet.'

Trots

Een paar jongens zitten met hun rug tegen het oorlogsmonument, hun brommers staan op het pad. Als er bezoekers naderen, zoeken ze hun spullen bij elkaar en vertrekken ze. Op de bladblazer na waarmee een buurtbewoner in de weer is, is het stil. Op het gazon liggen hier en daar ruggen gemaaid gras. De bomen rond het Mausoleum staan nog volop in blad, sommige rozenstruiken bloeien nog. 'Misschien kom ik bekenden tegen', grijnst De Vries, terwijl hij kijkt of hij het langslopende echtpaar herkent.

De Vries is er best trots op dat hij zijn baan bij EY had opgezegd voordat hij zicht had op een nieuwe functie. 'Ik had een goed inkomen en kon het dus wel even uitzingen. Maar belangrijk was dat ik wist wat ik kon en daarop vertrouwde. Ik had het lef te wachten tot er iets zou komen, want ik wilde een nieuw, emotioneel inkomen.' Intussen raakte hij betrokken bij Mind & Health, een bedrijf dat hij in de nasleep van zijn ziekte had leren kennen. Klanten krijgen er na een intensieve screening van één dag honderd dagen begeleiding van een buddy om zich een gezonde leefstijl eigen te maken. 'Ik zou medeaandeelhouder worden, maar ik had gezegd dat het allemaal niet door zou gaan als ik een offer I couldn't refuse zou krijgen. Vlak voordat ik het contract zou tekenen, werd ik gebeld door een headhunter met de vraag of ik directeur wilde worden van Rode Kruis Nederland. Ik heb geen moment getwijfeld. Diezelfde dag heb ik Mind & Health gezegd dat ik voor het Rode Kruis ging.'

Bedrijfsleven

Meer zakelijkheid brengen bij Rode Kruis Nederland, is een van de taken die De Vries zichzelf heeft gesteld, net als meer sponsors werven, de banden met het bedrijfsleven versterken en jongeren aan de organisatie binden. Een voorwaarde daarvoor is dat het Rode Kruis eerlijk naar zichzelf kijkt. Staande voor het oorlogsmonument zegt De Vries: 'Het Rode Kruis heeft in de Tweede Wereldoorlog niet altijd een positieve rol gespeeld. We mogen de signalen daarover uit de joodse gemeenschap niet negeren. Er is een onafhankelijk onderzoek gaande van het NIOD. Over tweeënhalf jaar bestaat het Rode Kruis 150 jaar. Dan geven we een herdenkingsboek uit en een apart boek over onze rol in de Tweede Wereldoorlog. We moeten durven leren van fouten.'

Als de fotograaf hem vraagt of hij voor een mooier plaatje óp het Mausoleum wil gaan staan, klimt De Vries, net als vroeger als klein jongetje, zonder aarzelen naar boven. Mensen die langslopen, kijken er niet van op. Dat gebeurt wel vaker.

Bron: Financieel Dagblad