Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Afdelingen District Groningen Verhalen van vrijwilligers Bootvluchteling Mustafa vrijwilliger in Groningen
1 december 2015 |

Bootvluchteling Mustafa vrijwilliger in Groningen

Door: Lourens Looijenga​

Twee derde van de twee miljoen inwoners van de Syrische stad Aleppo is gevlucht voor het aanhoudende oorlogsgeweld. De Balkan is de belangrijkste vluchtroute geworden voor migranten om naar de EU te komen. Meer dan drie jaar beschiet en bombardeert het regeringsleger van president Assad de stad, die in handen is van rebellen.  Onder de vluchtelingen is Mustafa Taleb (28), vrijwilliger in de WelkomWinkel van het Rode Kruis in Groningen.

1.JPGIn de puinhopen van Aleppo wonen nog steeds zijn ouders en drie zussen. Voor hen is het fysiek een probleem om Mustafa te volgen. De dood ligt er voortdurend op de loer. Het is niet leven, maar overleven. Elke seconde vreesde Mustafa voor zijn leven. De dood komt van boven, uit de lucht. Je kunt niets doen om jezelf te beschermen. De angst die mensen nu in Parijs hebben gevoeld, was daar elke dag aanwezig, zo zegt hij. 'Elke dag schoten en vliegtuigen.' Op het moment dat Mustafa zijn verhaal doet heeft hij al twee dagen geen contact meer gehad met zijn familie via internet, terwijl dat normaal vanuit de opvang in Groningen iedere dag wel een paar minuten lukt. Dat maakt hem ongerust. De bevolking van de tweede stad van Syrië wordt geteisterd door 'pure terreur en ondraaglijk lijden, martelingen en ontvoeringen, de hel op aarde', zo omschrijft Amnesty de situatie. Er zijn aanvallen van het leger van president Bashar al-Assad met vatbommen, stalen vaten die zijn gevuld met schroot, explosieven en brandstof. In en rond Aleppo zouden in een jaar 3000 doden zijn gevallen door het gebruik van dit soort oorlogstuig. Rebellen schieten terug met onnauwkeurige wapens van eigen makelij, waardoor zeker 600 burgers gedood zijn. Voedsel is een groot probleem.

Lopend naar Turkije

Twee jaar geleden was Mustafa nog in dat Syrië in de wetenschap dat hij, net als alle jonge mannen, soldaat moest worden. 'Ik wil niemand doden'. Voeg daarbij dat er geen kans meer was om zijn studie bedrijfseconomie af te ronden en het is duidelijk dat er voor hem geen enkel perspectief meer was. Dus loopt hij zoals vele goed ontwikkelde landgenoten in de nacht richting Turkije, vol overtuiging dat hij zijn leven wil voortzetten in Europa. Onderweg aangehouden worden kan hem zijn leven kosten. Op 500 meter (!) van de Turkse grens aangekomen, vormt zich een groep van ongeveer 100 vluchtelingen. Een man uit Turkije en een man uit Syrië zijn bereid ze voor 100 dollar per persoon de grens over te helpen. Ze verdienen dus even 10.000 dollar voor een uurtje werk. Een deel van dat geld verdwijnt in de zakken van Turkse grenssoldaten. 


2.JPG

In Turkije krijgt hij een vergunning om er een jaar te blijven. Mustafa moet voor dat papiertje 100 dollar betalen. Hij reist naar Istanbul en leert daar kleding voor vrouwen te ontwerpen. Met zeven personen deelt hij een appartement, waarvoor ze samen 300 dollar in de maand betalen. Na een jaar moet hij opnieuw betalen om te mogen blijven. Ditmaal verlangt de Turkse overheid volgens hem bijna 600 dollar. Mustafa heeft dat geld niet en neemt de gok een jaar illegaal door te werken. Als hij wordt betrapt, zou hij naar een kamp worden gebracht. De angst daarvoor wordt steeds groter. Hij besluit te vertrekken.


Op de boot naar Lesbos

In het centrum van Istanbul wordt zo ongeveer op iedere straathoek een reis naar Griekenland aangeboden, want over land zonder geldig verblijfsdocument naar Griekenland reizen is voor hem onmogelijk. Bovendien worden maar weinig vluchtelingen bij de grens doorgelaten. Voor 1000 dollar kan hij met een rubberboot naar Lesbos, dat is bijna al het geld wat hij in twee jaar in Turkije heeft verdiend. Toch heeft hij dat geld er wel voor over. Bijna twee uur later heeft de groep van ongeveer 50 mensen in die boot het geluk, dat de Griekse politie alert is als de boot vol water begint te lopen. Meer dan 3500 bootvluchtelingen kwamen dit jaar immers al om het leven bij hun oversteek. 

3.JPGHet zijn de dramatische taferelen, die we bijna dagelijks op tv zien, maar zelfs dan is er amper een voorstelling van te maken. Drijfnatte en doorweekte mensen staan op de stranden bibberend te wachten op hulp. Daaronder kinderen, baby's, zwangere vrouwen en gewonden. Er zijn zelfs zoveel vluchtelingen verdronken dat het kerkhof van de stad Mytilini begin november volledig vol ligt. Op graven hetzelfde opschrift: 'onbekend kind'. Vrijwilligers van o.a. het Rode Kruis proberen de bootvluchtelingen zo goed en zo kwaad als het kan een soort welkom te geven. De vluchtelingen hebben geen idee wat ze nog te wachten staat. Mustafa brengt maar één dag door op het eiland met deze humanitaire ramp en kan dan al met een veerboot naar Athene. Vervolgens uren lopen en ook deels per trein naar Macedonië. Het is een lijdensweg die duizenden met hulp van tientallen vrijwilligers al voor hem hebben volbracht. Onderweg krijgen ze eten en drinken in handen geduwd van hulporganisaties.

4.JPGDe machteloze autoriteiten lijken helemaal niet op alle vluchtelingen te zijn voorbereid. In Servië moet hij een dag bivakkeren op een vol en smerig station van Belgrado, zo blijkt uit de tientallen foto's die hij met zijn smartphone van zijn reis heeft gemaakt.

5.JPG

Met de trein naar Kroatië. Medewerkers van het Rode Kruis zorgen daar voor eten en een plek te slapen. Dan in de volgende trein naar Hongarije, met anderen slapend op de vloer van de wagon. In Oostenrijk moet Mustafa om verder te komen een taxichauffeur 100 dollar betalen. Hij heeft dan nog 200 dollar over van zijn spaargeld.

 

Met trein naar Amsterdam

Het laatste stuk van de reis van 15 dagen loopt via Keulen per trein naar Amsterdam, hij heeft wat informatie over Nederland gekregen. Vandaar naar het aanmeldcentrum in Ter Apel, dat hem weer voor drie dagen terugstuurt naar Amsterdam. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers zet op dat moment in oktober alle zeilen bij om de toestroom van asielzoekers te huisvesten. Als Groningen een pand aanbiedt aan de Van Swietenlaan, wordt daar vanaf 16 oktober ruimte gecreëerd voor maximaal 550 vluchtelingen. Onder hen is Mustafa Taleb, die nog nooit van Groningen heeft gehoord. En daar zit hij nu, met vier stapelbedden, wat kasten en acht personen op een kamer. Geen privacy, wel heel veel verveling.

Waar vluchtelingen in bijvoorbeeld Leeuwarden het wachten op een voorlopige verblijfsvergunning al snel zat zijn, wist Mustafa vanaf het begin dat hij zeker zes maanden daarop moet wachten. Hij heeft dat geaccepteerd, omdat hij allang blij is hier te zijn. Bovendien weet hij als Syriër ook wel wat een invasie van vluchtelingen voor gevolgen heeft. Toen de VS de Golfoorlog begon, kwamen twee miljoen Irakezen naar Syrië, zo zegt hij veelbetekenend.


Vrijwilliger Rode Kruis

Hij is blij om in Groningen te zijn en ziet zichzelf zeker niet als zielig oorlogsslachtoffer. 'Ik hoop in Groningen te kunnen blijven en mijn studie aan de universiteit te kunnen afronden.' Maar het kan maar zo, dat hij opdracht krijgt binnen een dag naar een andere opvang te gaan. Die onzekerheid is er elke dag. Voorlopig lijkt het er op dat het COA de mensen in de noodopvang in Groningen enige tijd rust biedt. Als ook hij een kledingpakket mag afhalen bij de WelkomWinkel, bedenkt hij zich niet lang en vraagt in prima Engels of hij kan helpen. 

6.JPG

Sindsdien is hij er elke dag te vinden als tolk van vluchtelingen, die anders grote problemen hadden gehad om duidelijk te maken wat hun kledingwensen of problemen zijn. Mustafa ontwikkelt zich in korte tijd tot een zeer waardevolle vrijwilliger en wil dat graag voor het Rode Kruis blijven doen. Hij weet als geen ander wat al die vluchtelingen hebben meegemaakt. In de noodopvang wordt daar elke avond met elkaar over gepraat. 'Iedereen heeft zo zijn verhalen.' Het werk in de WelkomWinkel is voor hem een mooie afleiding. 'Het is net mijn familie hier, zoveel vriendelijke mensen om me heen.' Maar met zijn echte familie hoopt hij toch ooit herenigd te worden.


(Alle foto's van de reis zijn door Mustafa zelf gemaakt.
)