Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Afdelingen Afdeling Rotterdam Actueel Nieuws Vrijwilligers van het Rode Kruis schieten te hulp
17 april 2014 |

Vrijwilligers van het Rode Kruis schieten te hulp

Vrijwilligers van het Rode Kruis schieten ouderen te hulp na brand in verzorgingsflat Het Lichtpunt

RotterdamNRK.16.04-08.jpgZe heeft een klein hondje op haar arm; een lief, vriendelijk kijkend beestje. Keurige mevrouw, jasje, schoenen met lak en overal rinkelende armbandjes. Wanneer ik haar vraag of alles in orde is gaan haar ogen vuur spuwen, laaiend is ze op de persoon die verantwoordelijk is voor deze hele toestand. In half Duits maakt ze me duidelijk dat als ze hem tegen komt, dat ze hem vermoordt, zo boos is ze. Haar hondje kijkt me vriendelijk aan. Ik aai hem eens over zijn bolletje, terwijl de dame dichterbij komt en bijna fluisterend vertelt dat ze in dienst heeft gezeten, dat ze haar opleiding in Israël heeft gedaan en dus heus geen watje is. Haar hondje heet Beauty; het is het enige wat ze nog heeft. Ze zijn 24 uur per dag samen, dus ik begrijp dat ze hem koestert. Even is ze wat milder, maar al snel spuwen haar ogen weer vuur. Hoe komt ze aan de speciale voeding voor haar liefde? Ze kan toch morgen niet weer dezelfde, naar rook stinkende kleding aan? Hoe moet het toch allemaal?

In de grote zaal is het warm, benauwd, druk en chaotisch. Mensen die wat verdwaasd op stoelen zitten, mensen met rode jasjes die koffie schenken, mensen met gele jassen die her en der een praatje maken en hun ogen steeds over de zaal laten gaan. Een mevrouw met een gele button op haar vest waar “slechtziend” op staat, zit stil in een hoekje. Naast haar een vriendelijke mijnheer die wat moeilijk kijkt. We raken even aan de praat. Hij heeft een gebroken rib en moet af en toe even gaan staan. Toch lijkt hij alles gelaten over zich heen te laten komen. Het paracetamolletje wat ik van een ambulanceverpleegkundige krijg, breekt hij eerst in kleine stukjes om het vervolgens op te kauwen. Stil wacht ik tot hij uitgekauwd is en bied hem wat water aan.

Boerenkool

Twee vriendinnen zijn er ook; met hun platte Rotterdamse accent, hun strakke truitjes en wiebelende oorbelletjes, zijn ze heerlijk aanwezig. Om alles wat je zegt lachen ze, maar naarmate de avond vordert, worden ze duidelijk moe. Ze vertellen me over dozen vol medicijnen die ze nodig hebben, vragen me steeds of het goed komt, en of al die pillen die ze nodig hebben ook in het hotel terecht gaan komen. En tja, ze is dan wel tachtig, maar heeft toch af en toe nog wat damesverband nodig, kan ik dat ook regelen? Dan komen er grote heren van het Leger des Heils met grote karren vol heerlijk eten, nasi, boerenkool, kip en hamburgers, de zaal binnen. Een grote donkere man vol gouden kettingen en tanden heeft nog nooit van boerenkool gehoord, ik breng hem een klein beetje om te laten proeven. Wanneer de bussen voorrijden is het al donker. De mensen zijn moe, maar zoals het echte Rotterdammers betaamt, blijven ze lachen en grapjes maken. Een lange mijnheer met een stok zoent me vol op mijn mond. “Bedankt voor het lachen”. Wat beduusd help ik hem de bus in en vraag hem vooral niet te vergeten uit te checken, tenslotte zonde van het geld. Met een big smile gaat hij zitten, wacht op wat komen gaat. Als de bussen vertrekken naar een van de mooiste hotels van Rotterdam zwaaien we ze uit, toch wel met een goed gevoel.


Door Carolien de Vos

Fotograaf: Peter Busscher