Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Campagnes 3FM Serious Request 2014 Sandra met haar meisjes op de vlucht voor seksueel geweld

Sandra met haar meisjes op de vlucht voor seksueel geweld

Traumaverwerking is een belangrijk onderdeel van de hulp van die het Rode Kruis geeft aan slachtoffers van seksueel geweld in conflictgebieden. Mede dankzij de opbrengst van 3FM Serious Request 2014. De Colombiaanse Sandra krijgt nog niet zo lang psychosociale steun van het Rode Kruis. Ze deelt met ons haar verhaal.

 noodhulp-bij-stille-rampen-sr14-content-car1_jpg.jpg

De baby stopt maar niet met huilen en schreeuwen. Misschien is ze jaloers, omdat Sandra, haar moeder, even geen aandacht voor haar heeft en het kleine meisje probeert af te leiden met een rammelaartje. Het is overduidelijk dat Sandra niet in de stemming is om met haar baby te spelen. Ze is net klaar met een sessie psychosociale therapie en ze is misselijk. Een kopje thee gaat er zelfs niet meer in. Ondanks dat ze zich rot voelt, geeft Sandra haar kind de borst. Het meisje is meteen rustig, ze was niet jaloers, maar gewoon hongerig.

Maar nu is het Sandra die niet meer kan stoppen met huilen. Ze haalt de traumatische herinneringen op van 2 maanden geleden, toen 8 mannen haar verkrachtten en haar dwongen haar huis te verlaten. Nu krijgt ze in Bogota psychosociale en economische hulp van het Rode Kruis.

We waren gelukkig

Sandra woonde met haar 2 dochters en echtgenoot in het landelijke Quindio, in het westen van Colombia. Een streek bekend om zijn adembenemende landschappen en uitgestrekte koffievelden.

Ze vertelt: “Mijn dorp was altijd erg rustig. Er gingen geruchten dat er gewapende groeperingen rondhingen, maar we dachten er niet aan om te vertrekken. We hadden een boerenbedrijf met kippen, maïs en fruit. Verder hadden we niets nodig. We waren gelukkig. Toen, van de ene op de andere dag, hadden we niets meer en moesten we opnieuw beginnen. Ik was alleen met mijn twee kleine prinsesjes. Ze zijn de reden van mijn bestaan.” 

Op de dag dat alles veranderde, werd Sandra wakker tussen 5 en 6 uur in de ochtend van geklop op de deur. Het waren gewapende mannen, die vroegen of haar man thuis was. Ze had de mannen al eens ontmoet. Ze waren eerder op bezoek geweest en toen had de jonge moeder zelfs een maaltijd voor ze gekookt. Maar deze keer was het anders. Zodra ze doorhadden dat Sandra alleen thuis was met haar jongste dochter, duwden ze haar tegen vloer, haalden met geweld het huis overhoop.

“Ik vroeg ze wat er aan de hand was, maar ze zeiden me alleen dat ik mee moest werken, anders zou alles nog veel erger worden. Toen verkrachtten ze me​. Op de achtergrond horde ik mijn baby huilen en huilen. Ze zeiden me dat ze me niet meer in het huis wilden zien. Ze zouden die middag terugkomen en als ik er nog was, waren de consequenties voor mij. Ik ben zo bang om terug te gaan, dat ik het niet eens wil overwegen. Wat nu als ze er nog steeds zijn?”

Gebrandmerkt

Sandra twijfelde geen moment. Ze pakte een kleine tas met wat kleertjes voor haar meisjes. Er was geen tijd om iets tegen haar man te zeggen. Hij verbleef op dat moment in een psychiatrisch ziekenhuis voor een behandeling van zijn bipolaire stoornis. Nu woont ze in een grote stad, in een appartementje van iemand anders. Onder een andere naam leidt ze daar een leven dat niet de hare is.

“Ik durf te zeggen dat het onmogelijk is hier overheen te komen. De pijn blijft voor altijd bij je. Ik wilde niet meer leven. Ik voelde me vies, afschuwelijk. In de nacht durf ik niet te slapen. Het geweld heeft ons gebrandmerkt. Ik vraag me wel eens af: ‘waar is God?’”

Sandra zeg dat haar tranen op zijn, maar dat is niet waar. Alsof de baby haar moeder’s stress voelt, begint ze ook te huilen. Dit keer kan de borstvoeding haar niet sussen. 

Kracht

“Mamma, waarom huil je? Wat is er gebeurd? Waarom kunnen we niet meer naar huis? Waarom ga ik niet meer naar school?” Deze vragen vuurt Sandra’s zesjarige dochter geregeld op haar af.  “Ik kan haar niets vertellen. Ik kan voor mijzelf veel van haar vragen niet eens beantwoorden. Hoe dan ook, probeer ik mijn verdriet voor me te houden wanneer ik bij haar ben. Ik moet sterk voor mijn kleine meisje lijken. Ik wil niet dat zij eenzelfde toekomst krijgt als ik. Therapie heeft me al veel geholpen. Hier haal ik mijn kracht vandaan. Ik geloof er in dat er altijd goede mensen op mijn pad komen.”

Sandra kwam in aanraking met het Rode Kruis toen ze zich bij aankomst in Bogota meldde bij de autoriteiten, op zoek naar gerechtigheid. Toen ze voor het eerst aankwam op het busstation van Bogota, had geen idee wat ze moest doen. Verschillende onbekenden hielpen haar op weg. Een vrouw bijvoorbeeld nodigde Sandra uit om samen met haar twee dochters in haar huis te komen wonen. Als dank houdt Sandra het appartement schoon en zorgt ze voor het kind van deze hulpvaardige vrouw. Maar ze weet dat er niet voor eeuwig kan blijven. 


Motivatie

“Ik kan niet lezen of schrijven, dus ik denk niet dat ik makkelijk aan een baan kom. Misschien kan ik in een restaurant werken. Maar dan heb ik weer niemand die op mijn meisjes kan passen. Soms voel ik me verdrietig, in de war en zwak. Maar ik wil wel echt werken, iets doen. Ik moet mezelf zien op te pakken en vechten voor het bestaan van mijn kinderen.” 

Na verschillende onderzoeken en behandelingen door het Rode Kruis weet Sandra inmiddels dat ze lichamelijk gezond is. Dat motiveert haar om een baan te zoeken. Ook heeft ze inmiddels haar oudste dochter inschreven op een school in de buurt. Voor de eerste keer tijdens dit lange gesprek, glimlacht ze een beetje en neemt een glas water aan.

"De therapeut zegt dat ik dapper ben, maar dat geloof ik niet. Hoe dan ook, het leven gaat door. En het leven kan mooi zijn, zolang we elkaar geen pijn doen. Dat geloof ik nog steeds.”