Op 12 januari 2010 werd de wereld opgeschrikt door een hevige aardbeving in Haïti. Honderdduizenden mensen lieten het leven of kwamen onder het puin van huizen en gebouwen terecht. 1.3 miljoen mensen raakten in één klap dakloos. Nauwelijks onderdak, drinkwater of sanitair ter beschikking. Telecommunicatieverbindingen waren grotendeels uitgevallen, wegen en bruggen werden verwoest en de gebrekkige gezondheidszorg in het land lag volledig plat.
In actie
Direct na de aardbeving kwam het Rode Kruis in actie. Uit tientallen landen stroomden Rode Kruis hulpverleners toe om het Haïtiaanse Rode Kruis te ondersteunen. Ze boden mankracht en materieel om medische zorg te verlenen, troffen onderdakvoorzieningen en distribueerden water en voedsel aan de slachtoffers van de verwoestende aardbeving. Er werden noodhospitalen opgezet. Met man en macht werd er gewerkt om honderdduizenden mensen te voorzien van noodpakketten bestaande uit hygiëne artikelen, keukengerei, tentdoeken, muskietennetten en schoon drinkwater. Het Rode Kruis opende ook een speciale website. Personen in het getroffen gebied konden zich registreren om het verloren contact met familieleden te herstellen.
Aanvoer hulpgoederen
De aanvoer van vele tonnen aan hulpgoederen verliep in het begin moeizaam. De luchthaven van Port-au-Prince kon slechts vier landingen per uur aan. Hulpvluchten moesten dus uitwijken naar Santo Domingo (Dominicaanse Republiek), waarna het vervoer over land werd vervolgd. Infrastructuur en communicatielijnen waren er nagenoeg niet. In de getroffen gebieden waren 21 noodhulpteams van het Rode Kruis werkzaam, het grootste aantal op één locatie in de hele Rode Kruis geschiedenis.






















