Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Over ons Humanitair oorlogsrecht Actueel Tien jaar na 11 september: War on terror en de gevangenen in Guantánamo Bay
12 september 2011 |

Tien jaar na 11 september: War on terror en de gevangenen in Guantánamo Bay

Het is nu tien jaar geleden dat ‘9-11’ plaatsvond. Dit was de directe aanleiding voor de ‘war on terror’ en de gewapende conflicten in Afghanistan en Irak. In welke mate is het humanitair oorlogsrecht (HOR) van toepassing op de ‘war on

terror’? Waarom is dit van belang voor de gevangenen in Guántanamo Bay?

War on terror – een echt gewapend conflict?

Het moet eerst worden vermeld dat het HOR niet het rechtsgebied is wat bepaalt of de aanval op de VS en de daaropvolgende conflicten legaal waren. Het HOR bestaat alleen uit regels om de gevolgen van een gewapend conflict
te beperken. Het beschermt bepaalde categorieën mensen, zoals burgers, gewonden en gevangenen. Ook reguleert het methoden en middelen van oorlogvoering. HOR is van toepassing in geval van gewapende conflicten. De ‘war on terror’ is geen feitelijk gewapend conflict, maar de conflicten in Afghanistan en Irak, die samenhangen met de ‘war on terror’, wel. In deze conflicten is het HOR van toepassing en gelden er dus regels voor de bescherming van burgers en gevangenen.

Gevangenen onder HOR

Binnen het HOR wordt onderscheid gemaakt tussen gevangenen. Er zijn twee categorieën: krijgsgevangenen (gevangengenomen soldaten) of gevangengenomen burgers. Dit onderscheid is belangrijk, aangezien de rechten van krijgsgevangen veel gedetailleerder zijn dan die van gedetineerde burgers. Ook kunnen krijgsgevangenen niet worden berecht voor het deelnemen aan de strijd, alleen voor eventuele oorlogsmisdaden. Burgers kunnen wel worden vervolgd voor het deelnemen aan vijandigheden. Echter, in alle gevallen moeten gevangenen menslievend worden behandeld, is marteling ten strengste verboden en kunnen ze niet berecht worden zonder eerlijk en onafhankelijk proces. Dit geldt zowel onder HOR als mensenrechten.

Guantánamo Bay

De gevangenen in detentiefaciliteit Guantánamo Bay (Cuba) werden door de VS niet erkend als krijgsgevangenen, maar ook niet als burgers. Ze werden ‘illegale strijders’ genoemd; geen gewoon strijder, geen burger. Hierdoor vielen ze, volgens de VS, buiten alle rechtssystemen. Het ICRC is echter van mening dat niemand gevangen mag worden genomen buiten een geschikt juridisch kader om en dat gevangenen altijd de bescherming moeten krijgen waar ze recht op hebben.
Het Amerikaanse Hooggerechtshof bepaalde in 2006 dat de gevangenen in Guantánamo Bay recht hebben op de minimale bescherming onder gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Genève, wat inhoudt dat zij onder alle omstandigheden humaan behandeld moeten worden. In 2008 heeft hetzelfde Hooggerechtshof besloten dat de gevangenen de rechtmatigheid van hun gevangenschap kunnen aanvechten in Amerikaanse rechtbanken, wat nu in sommige gevallen gebeurt. Ook worden er gevangenen vrijgesproken van alle aantijgingen, maar dit geeft nog geen garantie voor hun vrijlating. Sommigen kunnen niet terug naar hun thuisland en dus worden er andere landen gezocht die bereid zijn hen op te nemen. Dit is echter een moeizaam proces. President Obama heeft in 2009 aangegeven Guantánamo Bay binnen een jaar te willen sluiten. Het Congres is echter tegen deze maatregelen, waardoor de toekomst van de militaire basis onduidelijk is.

Het werk van het ICRC

Het ICRC bezoekt de gevangenen in Guantánamo Bay sinds januari 2002. Het ICRC controleert in gevangenissen of de omstandigheden van gevangenschap voldoen aan alle criteria en of de gevangenen goed worden behandeld. Ook wordt er voor gezorgd dat de gevangenen weer in contact komen met hun familie door brieven en telefoon- en videogesprekken. Alle gesprekken tussen het ICRC en de gevangenen zijn privé. Het ICRC mag zelf bepalen welke gevangenen het wil spreken. Het ICRC doet aanbevelingen aan de verantwoordelijke autoriteiten om de omstandigheden in de gevangenis te verbeteren. Deze aanbevelingen zijn altijd vertrouwelijk om de neutraliteit van het ICRC te waarborgen. Hierdoor krijgt het ICRC vaak toegang tot de gevangenen.