Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Over ons Humanitair oorlogsrecht Actueel Burgerslachtoffers in Somalië
2 november 2011 |

Burgerslachtoffers in Somalië

Om weerstand te bieden tegen de rebellenbeweging Al-Shabaab in Somalië zijn Keniaanse troepen de grens met Somalië overgestoken. Dit heeft geleid tot gevechten tussen beide partijen en berichten over een aanval op een kamp voor ontheemden. Volgens meerdere berichtgevingen zouden hierbij burgerslachtoffers zijn gevallen. Dit roept de vraag op welke regels er bestaan binnen het humanitair oorlogsrecht (HOR) omtrent burgerslachtoffers. Zijn burgerslachtoffers eigenlijk wel toegestaan? 

Is het HOR van toepassing?

Het HOR is van toepassing op een gewapend conflict. Dat de vijandelijkheden tussen het Keniaanse leger en Al-Shabaab voldoen aan de definitie van een gewapend conflict lijkt onomstreden. Welke specifieke regels van het HOR van toepassing zijn, hangt af van het type conflict: een internationaal of een niet-internationaal gewapend conflict.  De aard van de strijdende partijen bepaalt het type gewapend conflict. Kenia, een staat, en Al-Shabaab, een niet-statelijke gewapende groep, zijn partij bij dit gewapend conflict. Het is daarom een niet-internationaal gewapend conflict, aangezien het niet twee staten betreft. Dat de strijd op het grondgebied van Somalië plaatsvindt, en niet in Kenia, maakt hierbij geen verschil. De regels van het HOR voor een niet-internationaal gewapend conflict zijn dus van toepassing. Deze zijn te vinden in artikel 3 gemeenschappelijk aan de vier Verdragen van Genève, in sommige gevallen Aanvullend Protocol II, en het gewoonterecht.  

Wat zegt het HOR over burgerslachtoffers?

Het HOR schrijft voor dat ten alle tijde onderscheid moet worden gemaakt tussen militairen en militaire doelwitten aan de ene kant en burgers en burgerobjecten aan de andere kant. Dit heet het beginsel van onderscheid. Hieruit wordt afgeleid dat directe aanvallen op burgers en burgerobjecten verboden zijn. Ook moet een aanval altijd onderscheidend zijn. Dit betekent dat deze gericht moet zijn op een militair doel en dat er geen wapens of methoden gebruikt mogen worden die geen onderscheid (kunnen) maken tussen burgerobjecten of militaire doelen. Het beginsel van onderscheid verbiedt dus directe aanvallen op burgers. Ontheemden  – mensen die op de vlucht zijn, maar binnen de landsgrenzen blijven – zijn burgers en dus als zodanig beschermd.
Uit het beginsel van onderscheid volgt ook dat het te allen tijde verboden is om een gebied in zijn geheel als militair doel te zien en te bombarderen, terwijl zich in dat gebied naast afzonderlijke militaire doelen ook een vergelijkbare concentratie burgers of burgerobjecten bevindt. Het feit dat er zich gewapende elementen in een kamp voor ontheemden bevinden, maakt dat het kamp zelf nog niet tot militair doel.
 
Een ander belangrijk beginsel is dat van proportionaliteit. Het is verboden om militaire doelen aan te vallen als de te verwachten nevenschade aan burgers en burgerobjecten buitensporig is ten opzichte van het te verwachten militaire voordeel. Als er burgerdoden vallen bij een aanval op een militair doel is dit dus niet per definitie een schending van het oorlogsrecht, hoe betreurenswaardig de gevolgen ook zijn.
 
Verder zijn alle partijen bij het conflict verplicht om voorzorgsmaatregelen te nemen en om al het mogelijke te doen om schade en burgerslachtoffers te vermijden, in ieder geval te beperken. Hierbij kan gedacht worden aan het waarschuwen van de burgerbevolking van de op handen zijnde aanval, zodat deze kan evacueren. Ook moet elke partij bij het conflict al het mogelijke doen om geen militaire doelen te plaatsen in of bij dichtbevolkte gebieden en om burgers of burgerobjecten onder haar controle te verwijderen uit de buurt van de militaire doelen.
 
Deze beginselen van onderscheid, proportionaliteit en voorzorgsmaatregelen moeten bij elke aanval opnieuw worden nagelopen en toegepast. 

Wat is de rol van het Rode Kruis?

In dit soort situaties roept het Rode Kruis beide strijdende partijen op om het HOR te respecteren. In het bijzonder vestigt het de aandacht op de bescherming van burgers, het beginsel van onderscheid, het verbod op disproportionele aanvallen en de noodzaak tot het nemen van voorzorgsmaatregelen. Het Rode Kruis vraagt ook om extra voorzichtigheid van de strijdende partijen als het aankomt op een aanval bij een dichtbevolkt gebied. Ook  in Somalië heeft het Internationale Rode Kruis, samen met de Somalische Rode Halve Maan hier toe opgeroepen.