Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Over ons Humanitair oorlogsrecht Actueel Handhaving van het humanitair oorlogsrecht- Het Internationaal Strafhof en het Joegoslavië Tribunaal
5 april 2016 |

Handhaving van het humanitair oorlogsrecht- Het Internationaal Strafhof en het Joegoslavië Tribunaal

​#actueel De afgelopen weken gebeurde er veel op het gebied van internationaal strafrecht. Twee veroordelingen en een vrijspraak in Den Haag. Zowel het Internationaal Strafhof als het Joegoslavië Tribunaal heeft mensen schuldig bevonden voor ernstige schendingen van het humanitair oorlogsrecht (HOR). Deze rechtszaken laten het belang zien van de wisselwerking tussen het internationaal strafrecht en het humanitair oorlogsrecht. Hoe zit dat precies?

Radovan Karadzic.jpg
  Radovan Karadžić

HOR en het internationaal strafrecht 
In de Verdragen van Genève (1949) staat de kern van het HOR, zoals de bescherming van burgers tijdens gewapende conflicten. De verdragen zelf bevatten geen specifieke regels voor het vervolgen en bestraffen van schendingen van het oorlogsrecht. Maar hoewel het humanitair oorlogsrecht is afgesproken tussen staten, bevat het ook veel regels waar individuen zich tijdens een gewapend conflict aan moeten houden. Individuen die in strijd handelen met de regels van het HOR kunnen aansprakelijk worden gehouden voor een rechtbank. Staten zijn verplicht om wetgeving aan te nemen die ernstige inbreuken strafbaar stelt en om plegers daarvan op te sporen en te vervolgen. Dit kan op nationaal niveau, maar ook op internationaal niveau. Het Joegoslavië tribunaal en het Internationaal Strafhof zijn hier voorbeelden van. Deze internationale rechtbanken passen het internationaal strafrecht toe. Er is dus een nauwe relatie tussen het internationaal strafrecht en het humanitair oorlogsrecht, omdat het één van de manieren is om het HOR te handhaven en naleving te bevorderen.

Het Internationaal Strafhof
In 1998 kwam het Internationaal Strafhof (International Criminal Court) tot stand. De rechtsmacht van dit strafhof is aanvullend op die van nationale rechtbanken. Dit wordt het complementariteitsbeginsel genoemd. Het betekent dat alleen in gevallen waar nationale rechtbanken niet bereid of in staat zijn om misdaden te vervolgen, het Internationaal Strafhof in die zaken recht kan spreken.

Op 21 april 2016 is de voormalige Congolese vicepresident Jean-Pierre Bemba door het Internationaal Strafhof schuldig bevonden aan oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid. Deze rechtszaak kan om twee redenen bijzonder genoemd worden. Ten eerste heeft het Internationaal Strafhof voor het eerst iemand veroordeeld voor daden die volledig door ondergeschikten werden begaan. Daarnaast was het de eerste keer dat het Strafhof een uitspraak deed in een zaak over seksueel geweld in een gewapend conflict. Hieruit wordt duidelijk hoe belangrijk de wisselwerking tussen het internationaal strafrecht en het humanitair oorlogsrecht is: het HOR verbiedt specifieke daden en het internationaal strafrecht biedt een manier om het te handhaven.

Het Joegoslavië Tribunaal
In 1993 richtte de Verenigde Naties het Joegoslavië Tribunaal (ICTY) op. Dit tribunaal heeft een zogenaamde ad hoc vorm en is daarom qua tijd en plaats beperkt. Alleen vermeende daden gepleegd op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië vanaf 1 januari 1991 kunnen door dit tribunaal worden berecht. Het mandaat is er specifiek op gericht om individuen te vervolgen en te bestraffen die worden verdacht van oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en genocide. Op 24 maart 2016 veroordeelde het Joegoslavië Tribunaal Radovan Karadžić tot veertig jaar gevangenisstraf voor genocide, oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid.

Oorlogsmisdrijven
In de Verdragen van Genève staat beschreven welke handelingen moeten worden gezien als ‘ernstige inbreuken’ van het oorlogsrecht. Voorbeelden hiervan zijn: opzettelijke levensberoving, marteling of onmenselijke behandeling en het vernietigen van beschermde goederen die niet werden gerechtvaardigd door militaire noodzaak. Het statuut van het tribunaal bepaalt dat het recht kan spreken over ernstige schendingen van de Verdragen van Genève en regels en gebruiken van het oorlogsrecht. Zo oordeelde op 24 maart 2016 het Joegoslavië Tribunaal dat Karadžić zich onder andere schuldig had gemaakt aan “unlawful attacks on civilians, murder and terror”. De uitspraak werd gebaseerd op de regels en gebruiken van het oorlogsrecht. Op 31 maart sprak hetzelfde tribunaal Vojislav Šešelj vrij van de aanklachten (waaronder oorlogsmisdrijven) die tegen hem waren ingediend.

De rol van het Rode Kruis
Als hoeder en promotor van het HOR steunt het Internationale Rode Kruis inspanningen die een einde kunnen maken aan straffeloosheid voor internationale misdrijven, zoals genocide. Ook is het geïnteresseerd in de oprichting en jurisprudentie van de internationale tribunalen. De oprichting van het Strafhof werd gezien als een grote stap voorwaarts op het gebied van de naleving. Zelf bevordert het ICRC dit door middel van vertrouwelijke dialoog met partijen in een gewapend conflict.

Ook presenteerde het ICRC vorig jaar een rapport over uitdagingen van hedendaagse conflicten. Naleving van  het HOR wordt genoemd als veruit de belangrijkste uitdaging. In december 2015 stond deze naleving dan ook hoog op de agenda van de Internationale Conferentie van de Rode Kruis en Rode Halve Maan Beweging. Staten konden het toen niet eens worden over een apolitiek forum waarin ‘best practices’ van het bevorderen van naleving konden worden uitgewisseld. In plaats daarvan werd besloten om het intergouvernementele proces voort te zetten om op die manier bij te dragen aan de naleving van het HOR.

Artikel delen?