Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Over ons Humanitair oorlogsrecht Actueel HOR Actueel: Internationaal Strafhof veroordeelt Al Mahdi voor vernietiging cultureel erfgoed
27 september 2016 |

HOR Actueel: Internationaal Strafhof veroordeelt Al Mahdi voor vernietiging cultureel erfgoed

Vandaag  is Ahman al-Faqi al-Mahdi veroordeeld voor negen jaar cel voor het vernietigen van cultureel erfgoed. Dat heeft het Internationaal Strafhof in Den Haag bepaald. Al Mahdi is een van de eersten ter wereld, die door een internationaal orgaan is berecht voor het vernietigen van cultureel erfgoed. Deze bijzondere uitspraak van het Internationaal Strafhof roept de vraag op wat het humanitair oorlogsrecht (HOR) zegt over het beschermen van cultureel erfgoed in tijden van een gewapend conflict.

ICC - al-Mahdi judgment-38.jpg 

Wat is er gebeurd?
In 2012 was Al Mahdi als commandant verantwoordelijk voor de vernietiging van acht mausolea, middeleeuwse manuscripten en een vijftiende-eeuwse moskee in Timboektoe (Mali). De vernietiging van het erfgoed in Mali kreeg in 2012 grote bekendheid door de live-opnames die via de media  razendsnel wereldwijd werden verspreid. Op de eerste dag van zijn proces bekende Ahmad al-Faqi al-Mahdi schuld. Hij toonde zelfs omstandig berouw voor het vernietigen van de culturele erfgoederen.

Wat zegt het HOR over bescherming van culturele goederen?
Militaire acties kunnen leiden tot de vernietiging van onvervangbare culturele goederen. Een verlies hiervan is niet alleen een verlies voor het land van herkomst, maar ook voor het culturele erfgoed van de gehele mensheid. Wegens dit principe zijn culturele goederen tijdens een gewapend conflict beschermd onder het HOR.

Culturele goederen zijn tijdens een gewapend conflict beschermd op twee manieren. Ten eerste hebben culturele goederen een civiel karakter. Onder het  HOR, de verdragen van Genève  zijn burgers en burgerobjecten beschermd, daaronder vallen ook culturele goederen. 

Daarnaast is specifieke bescherming voor cultureel erfgoed vastgelegd in het Haags Verdrag van 1954 inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict. Dit verdrag is aangevuld door de Aanvullende Protocollen van 1977 en is onderdeel geworden van het internationaal gewoonterecht. De naleving van regels is dus van essentieel belang voor het behoud van cultureel erfgoed voor de hele mensheid.

De rol van het Rode Kruis
Het Rode Kruis tekende onlangs een Memorandum of Understanding met de UNESCO,  om de samenwerking voor bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict verder te versterken.
Het Rode Kruis kan geen commentaar geven op specifieke gevallen, zoals de zaak tegen Al Mahdi. Wat we wel kunnen zeggen is dat culturele goederen beschermd zijn in tijden van gewapend conflict. Onder het HOR, zijn staten die partij zijn bij een gewapend conflict verplicht om diegenen te vervolgen en te bestraffen die schuldig zijn bevonden aan schendingen van deze regels. Dit kan op grond van artikel 8 van het Statuut van het Internationaal Strafhof, waarin de meest ernstige schendingen oorlogsmisdaden vormen. Ondanks dat er zeer weinig gevallen van deze aard tot nu toe zijn, is het van groot belang dat cultureel erfgoed ten tijden van een conflict wordt beschermd en gerespecteerd. De uitspraak van het Internationaal Strafhof tegen Al Mahdi is hiervan een goed voorbeeld.

Artikel delen?