Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Over ons Humanitair oorlogsrecht Actueel HOR en het internationaal strafrecht
20 juli 2015 |

HOR en het internationaal strafrecht

Afgelopen week was het de Dag van het Internationaal Strafrecht: de verjaardag van het Statuut van Rome dat op 17 juli 1998 ondertekend werd. Het Statuut legt de basis voor het Internationaal Strafhof in Den Haag, waar processen worden gevoerd tegen mensen die er van worden verdacht het  oorlogsrecht te hebben geschonden. De wisselwerking tussen het internationaal strafrecht en het humanitair oorlogsrecht is van groot belang voor de naleving van het humanitair oorlogsrecht (HOR), maar hoe werkt dit nu eigenlijk? 

 

Wat is de relatie tussen humanitair oorlogsrecht en internationaal strafrecht?

Het HOR richt zich in de eerste plaats tot landen. Daarnaast beslaat het ook veel normen en regels waar individuen zich tijdens een gewapend conflict aan moeten houden. De Verdragen van Genève bevatten een aantal artikelen waarin ligt besloten welke handelingen moeten worden gezien als ‘ernstige inbreuken’ op het oorlogsrecht, zoals marteling en het doden van beschermde personen. Oorlogsmisdrijven zijn schendingen van deze belangrijkste oorlogsrechtelijke regels.
In de afgelopen jaren is het internationaal strafrecht een steeds grotere rol gaan spelen bij de handhaving van het humanitair oorlogsrecht. Het HOR verplicht staten om wetgeving aan te nemen die ‘ernstige inbreuken’ van het oorlogsrecht strafbaar stelt, en om plegers van ernstige schendingen op te sporen en te vervolgen. De regels van het HOR bevatten echter geen uitgebreide regeling voor het vervolgen of bestraffen van individuele overtreders. Zulke regelingen behoren tot het domein van het (inter)nationaal strafrecht.

Internationaal Strafhof

De ontwikkeling van het huidige permanente Internationaal Strafhof begon met de tribunalen van Neurenberg en Tokio, vlak na de Tweede Wereldoorlog. Pas een kleine vijftig jaar later kregen deze tribunalen een vervolg. De Verenigde Naties richtte in 1993 en 1994 internationale tribunalen op die verdachten uit de conflicten in het voormalig Joegoslavië en uit de burgeroorlog in Rwanda moesten berechten. In 1998 volgde het Statuut van Rome, het oprichtingsverdrag van het Internationaal Strafhof. Het Statuut trad in 2002 in werking.

De rol van het Rode Kruis

Het Rode Kruis en het Internationaal Strafhof passen verschillende benaderingen toe om schendingen van het HOR te beperken. Het Internationaal Strafhof vervolgt en bestraft, het Rode Kruis houdt vertrouwelijke gesprekken en probeert partijen door middel van dialoog te overtuigen. Deze benaderingen zijn complementair. Het Rode Kruis heeft wel actief bijgedragen aan het voorbereidend werk voor het Statuut van Rome, dat ten grondslag ligt aan het Internationaal Strafhof. Ook bezoekt het Rode Kruis sinds 2006 gedetineerden van het Internationaal Strafhof.


Het Rode Kruis heeft het oprichten van een internationaal tribunaal altijd gesteund vanuit het idee dat dit nationale rechtbanken positief kan beïnvloeden om oorlogsmisdaden op nationaal niveau te vervolgen. De oprichting van het Internationaal Strafhof werd dan ook door het Rode Kruis verwelkomd. In het kader van de naleving van het humanitair oorlogsrecht moedigt het Rode Kruis staten aan om het Statuut van Rome te ondertekenen en implementeren. Het Rode Kruis gebruikt het Statuut zelf ook om landen te ondersteunen in het implementeren van nationale wetgeving voor het vervolgen van oorlogsmisdaden.

Niet getuigen in strafzaken

Ondanks de steun van het Rode Kruis voor het Internationaal Strafhof, zullen Rode Kruis gedelegeerden niet getuigen in de rechtszaken. Het Rode Kruis heeft namelijk het recht om informatie niet te openbaren in strafzaken. Dit recht werd voor het eerst erkend door het Joegoslavië-tribunaal in de Simic zaak van 1999. Als een neutrale en onafhankelijke organisatie moet het Rode Kruis vertrouwelijk dialoog aan kunnen gaan met alle partijen in een conflict. Dit betekent onder meer dat we informatie over HOR-schendingen alleen op vertrouwelijke wijze delen met de verantwoordelijke partij en niet met andere partijen, inclusief het Internationaal Strafhof. Geen van de Rode Kruis medewerkers en functionarissen mogen om deze reden getuigen voor een rechtbank of tribunaal.

Contact: Afdeling Humanitair Oorlogsrecht van het Nederlandse Rode Kruis