Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Over ons Humanitair oorlogsrecht Actueel Wereld Landmijnendag
4 april 2012 |

Wereld Landmijnendag

​Recente conflicten, zoals in Libië, hebben enorme hoeveelheden resten landmijnen en andere onontplofte munitie achtergelaten. Landmijnen worden onderscheiden in anti-personeelsmijnen, die geplaatst zijn om menselijke slachtoffers te maken en anti-tankmijnen, die voertuigen onklaar moeten maken.

Naar schatting zijn er in 72 landen onontplofte landmijnen te vinden. De meeste liggen in Afghanistan (rond de 10 miljoen) en Angola (9 tot 15 miljoen).

4 april: aandacht voor mijnen en hulp bij de ontmanteling 

Op 4 april staan de VN stil bij de Wereld Landmijnendag. Naar aanleiding van deze dag vraagt het Rode Kruis aan alle landen om te stoppen met het gebruik van landmijnen en clustermunitie. “Lang nadat oorlogen en conflicten voorbij zijn, blijven deze wapens slachtoffers maken. Dat zien we nu ook weer in Libië”, zegt Yves Daccord, directeur-generaal van het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC).

De gevolgen van achtergebleven landmijnen 

Anti-personeelsmijnen veroorzaken grote vernietiging onder burgers. Ze zijn ‘victim-activated’, dat wil zeggen dat ze ontploffen door menselijke aanraking of aanwezigheid. In 70 tot 75 procent van de gevallen zijn de slachtoffers burgers in de leeftijd van 10 tot 22 jaar. Personen die ontploffingen overleven raken ernstig gewond. Het revalidatieproces, zowel voor het slachtoffer zelf als voor zijn of haar familie, duurt lang. De gevolgen van een ontploffing zijn niet alleen fysiek van aard, maar ook sociaal, psychisch en economisch. 

Ottawa Verdrag

Het Ottawa Verdrag van 1997 maakt een belangrijk deel uit van het raamwerk van juridische instrumenten dat regels stelt aan het voeren van een gewapend conflict. Het Ottawa Verdrag behandelt specifiek het gebruik van anti-personeelsmijnen, en verbiedt niet alleen hun gebruik, maar ook de opslag, productie en transport, zowel in voorraad als in of op de grond. Daarnaast wordt landen de verplichting opgelegd de mijnen te ruimen na afloop van het gewapende conflict. Nederland is partij bij het Verdrag en mag dus geen anti-personeelsmijnen gebruiken tijdens gewapende conflicten. Wel mag het zijn eigen strijdkrachten trainen in het opsporen en ontmantelen van anti-personeelsmijnen. 

Wat zegt het HOR?

Vanuit het perspectief van het humanitair oorlogsrecht bestaan er twee grote problemen aan het gebruik van anti-personeelsmijnen. Ten eerste ondermijnt dit wapen een van de basisbeginselen van het HOR, namelijk het beginsel van onderscheid. Anti-personeelsmijnen kunnen geen onderscheid maken tussen burgers en combattanten, waardoor onnodig burgerslachtoffers vallen. Een ander belangrijk probleem aan het gebruik van mijnen is dat zij schadelijk blijven nadat het conflict is afgelopen.

Wat doet het Rode Kruis?

Het internationale Rode Kruis helpt slachtoffers door ze te voorzien van protheses, rolstoelen, krukken en fysiotherapie. Daarnaast werkt het internationale Rode Kruis samen met Nationale Verenigingen, zoals de Libische Rode Halve Maan, om mijnen te ontmantelen en burgers te waarschuwen voor de gevaren door middel van campagnes. Ook analyseert het Rode Kruis data, markeert het onveilige gebieden, en zorgt voor voedsel en water zodat burgers zich niet in deze onveilige gebieden hoeven te begeven. 

Nog steeds een groot probleem

Het Rode Kruis heeft zich actief ingezet bij de totstandkoming van het Ottawa Verdrag en op het verbod van gebruik van anti-personeels mijnen. Veel mijnenvelden moeten echter nog worden geruimd. “Landen moeten meer inspanningen leveren om de voorraad landmijnen en clustermunitie te vernietigen en het land te ontmijnen”, zegt Yves Daccord.
 
Het Rode Kruis komt op voor slachtoffers van gewapend conflict en gewapend geweld waar ook ter wereld. Het spoort lokale autoriteiten aan mijnen op te ruimen en spreekt actoren in vertrouwelijke dialoog aan op hun verplichtingen onder het Landmijnenverdrag. Naar aanleiding van 4 april dringt het Rode Kruis er bij de internationale gemeenschap op aan zich te blijven verzetten tegen landmijnen, clustermunitie en andere explosieve oorlogsresten zolang er slachtoffers vallen.