Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Over ons Humanitair oorlogsrecht Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide

Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide

Internationaal
Totstandkoming
Inwerkingtreding

Nederland
Ondertekening
Ratificatie
Inwerkingtreding
Voorbehoud

Koninkrijk
(Inwerkingtreding)
Bonaire, Sint
Eustatius, Saba

Aruba

Curaçao

Sint Maarten


09-12-1948
12-01-1951


N.v.t.
20-06-1966
18-09-1966
Nee



10-10-2010


01-01-1986

10-10-2010

10-10-2010

Parijs, 9 december 1948

Het Genocideverdrag stelt als één van de eerste VN-Verdragen humanitaire problemen aan de orde. Het Verdrag werd in 1948 aangenomen als antwoord op de wreedheden die waren begaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het volgde een Resolutie op van de Algemene Vergadering uit 1947, waarin de VN erkende dat “genocide een internationale misdaad is die de nationale en internationale verantwoordelijkheid van individuele personen en staten met zich meebrengt”.
 
Het Verdrag is ruim aanvaard door de internationale gemeenschap en geratificeerd door een overweldigende meerderheid van staten.
 
De jurisprudentie van het Internationaal Gerechtshof beschouwt het verbod op genocide als een dwingende norm (jus cogens) van het internationaal recht (zie Reservations to the Convention on Genocide, 1951 I.C.J. Rep. 15, 23; zie ook Case Concerning Barcelona Traction, Light and Power Co. (Belgium v. Spain), 1970 I.C.J. Rep. 3, 32). Bovendien erkent het Hof dat de beginselen die ten grondslag liggen aan het Verdrag, beginselen zijn die erkend worden door beschaafde naties en bindend zijn voor deze staten, zelfs zonder verdragsverplichting.
 
Het Verdrag geeft een nauwkeurige definitie van genocide, in het bijzonder wat betreft de vereiste intentie en de verboden handelingen (artikel 2). Het vermeldt tevens dat genocide zowel in vredestijd als in oorlogstijd kan worden gepleegd. Deze definitie werd onveranderd overgenomen in artikel 6 van het Statuut van het Internationale Strafhof van 1998.