Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Over ons Humanitair oorlogsrecht Verdrag (IV) van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd

Verdrag (IV) van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd

Internationaal
Totstandkoming
Inwerkingtreding

Nederland
Ondertekening
Ratificatie
Inwerkingtreding
Voorbehoud

Koninkrijk
(Inwerkingtreding)
Bonaire, Sint
Eustatius, Saba

Aruba

Curaçao

Sint Maarten


12-08-1949
21-10-1950


08-12-1949
03-08-1954
03-02-1955
Nee



10-10-2010


01-01-1986

10-10-2010

10-10-2010

Genève, 12 augustus 1949

Het Vierde Verdrag van Genève brengt voor het eerst bepalingen over de bescherming van burgers binnen de Verdragen van Genève. De Verdragen van Genève die zijn aangenomen vòòr 1949 hadden alleen betrekking op strijders, niet op burgers. Sommige bepalingen omtrent de bescherming van de burgerbevolking tegen de gevolgen van oorlogvoering en hun bescherming in bezette gebieden zijn terug te vinden in de Reglementen inzake de wetten en gebruiken van oorlog te land, toegevoegd aan de Verdragen van Den Haag van 1899 en 1907. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleken deze bepalingen ontoereikend met het oog op de gevaren van oorlogvoering in de lucht en de problemen met betrekking tot de behandeling van burgers op vijandig grondgebied en in bezette gebieden.
 
De Internationale Conferenties van het Rode Kruis van de jaren ’20 namen de eerste stappen tot aanvullende regelgeving voor de bescherming van burgers in oorlogstijd. Een ontwerptekst bestaande uit veertig artikelen werd voorbereid door het International Comité van het Rode Kruis en werd aangenomen door de Internationale Conferentie van het Rode Kruis in Tokyo in 1934 en wordt de “Tokyo tekst” genoemd. Het zou worden voorgelegd aan een diplomatieke conferentie gepland voor 1940, maar die werd uitgesteld vanwege de oorlog. De gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog toonden de rampzalige gevolgen van het ontbreken van een Verdrag over de bescherming van burgers in oorlogstijd.
 
Het Verdrag bevat een ietwat kort deel omtrent de algemene bescherming van de burgerbevolking tegen bepaalde gevolgen van de oorlog (Titel II). Het grootste deel van het Verdrag (Titel III, artikelen 27-141) bevat regels voor de status en behandeling van beschermde personen. Deze bepalingen maken een onderscheid tussen de situatie van vreemdelingen op het grondgebied van één van de partijen in het conflict en die van burgers in bezet gebied.
 
Het Verdrag doet de bepalingen over dezelfde onderwerpen in de Haagse Reglementen van 1907 niet teniet, maar vult deze aan (zie artikel 154 van het Verdrag).