Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Hulp wereldwijd Noodhulp bij rampen Hulp bij rampen Filipijnen Veelgestelde vragen over hulpverlening

Veelgestelde vragen over hulpverlening

Achter het verlenen van noodhulp aan slachtoffers van rampen gaat veel meer schuil dan de meeste mensen denken. Er moet enorm veel worden geregeld. Tenten, hulpverleners, medicijnen, vervoer. Ook komen er lastige vraagstukken aan de orde. Wie help je eerst? Hoe werken we samen met andere hulporganisaties? De lastigste vraagstukken in de noodhulp op een rij.

1. Inventarisatie van de ramp: hulp bieden of niet?

Bij hulpverlening gaan we altijd uit van de vraag naar hulp. Doet een ramp zich voor, dan inventariseert de Rode Kruis vereniging ter plaatse de situatie en de behoefte aan hulp. Wanneer de vereniging ter plaatse de hulpvraag alleen niet aankan, gaat er een verzoek om hulp uit naar de Internationale Federatie, een appeal. Rode Kruis verenigingen wereldwijd kunnen reageren op dit hulpverzoek met geld, goederen of menskracht. Soms is het nodig om hulpbehoefte ter plaatse verder te inventariseren en de situatie beter in kaart te brengen.

2. Hoe begin je een noodhulpoperatie?

De eerste Internationale Rode Kruis teams (FACT) leggen de fundamenten in samenwerking met de Rode Kruis-vereniging in het land zelf. Zij bepalen samen de plek waar het basiskamp wordt opgezet. Deze plek moet veilig zijn, geschikt voor opslag van distributiegoederen, en mogelijkheden voor het opzetten van ict/communicatie bieden.

3. Wie help je eerst?

Als je aankomt als hulpverlener, zet je dan de tent op voor jezelf, of geef je die aan een hulpbehoevende? Wie krijgt als eerste medische hulp? Iemand die al heel lang in de rij staat of iemand die later aankomt, maar dringend hulp nodig heeft. En hoe wordt daar op gereageerd als het niet meteen duidelijk is voor een hulpvrager die al uren in de brandende zon wacht op hulp. Een keuze maken wie hulp krijgt en wie niet zal ook persoonlijk erg lastig zijn. Hoe werkt dat in de praktijk?
Je zorgt altijd eerst voor jezelf, dan voor je team en dan voor de rest. Als je je eigen verblijf niet goed geregeld hebt, dan kun je niet naar behoren je werk uitvoeren, of je houdt het niet lang vol. De keuze wie er het eerst geholpen moet worden ligt in handen van de uitvoerende medische teams. Deze procedure heet 'triage'. Daarbij wordt bepaald wie er urgent is en wie er langer kan wachten. En soms ook wie er niet meer te helpen is. Zolang je dit blijft uitleggen aan de mensen die wachten op hulp, is er begrip voor de moeilijke keuzes die je moet maken.

4. Hoe komt de noodhulp bij de mensen terecht?

Het is gelukt. Het basiskamp is opgezet en de noodhulpgoederen zijn aangekomen per vliegtuig op het vliegveld, of per boot in de haven. Hoe nu verder? Hoe maak je die tonnen aan voedsel, medicijnen, tenten en dekzeilen gereed voor distributie? Deze 'last mille' geldt in de noodhulpverlening als een logistieke huzarenklus. Waar haal je de vrachtwagens vandaan? Welke wegen zijn nog begaanbaar en niet versperd door ingestorte huizen of omgevallen lantaarnpalen en elektriciteitsmasten?
 
Allereerst wordt er een onderzoek gedaan door de noodhulpexperts van het eerste uur. Zij kijken naar de aantallen hulpbehoevenden die in het getroffen gebied zitten, wat er lokaal aan opslagcapaciteit aanwezig is, en welke aanvoerroutes er gebruikt kunnen worden. Dan wordt bepaald waar er distributies worden gedaan. Dit kunnen scholen, kerken, voetbalterreinen of andere openbare gelegenheden zijn. Er wordt daarbij gekeken naar de toegankelijkheid, veiligheid en bereikbaarheid. Daarna wordt er een distributieplan opgesteld waarin beschreven wordt wat er waar uitgedeeld wordt. Ook gaan er Rode Kruis-teams bij de mensen langs om te bepalen wie er wat krijgt. Ofwel wie in aanmerking komt voor hulp.
 
De lokale Rode Kruis-vrijwilligers zijn goed op de hoogte hoe de gemeenschap het beste bereikt kan worden. Vaak wordt met behulp van leiders uit de bevolking (community leaders) iedereen geïnformeerd welke hulpgoederen worden gedistribueerd , waar en wanneer de distributies plaatsvinden. Ook wordt informatie verstrekt over de selectiecriteria, zodat iemand kan begrijpen waarom hij niet, en zijn buurman wel iets krijgt.

5. Hoe werken de grote noodhulporganisaties samen?

Hoe zorg je ervoor dat je niet water en voedsel uitdeelt op de plek waar ook de VN en andere organisaties staan? Is er coördinatie bij een dergelijke ramp? Wie neemt de leiding? Is dat altijd de VN, of ook het Rode Kruis? Hoe verloopt die afstemming? Is er regelmatig contact via telefoon, of wordt er echt een kantoorruimte gezocht waar alle organisaties vertegenwoordigd zijn? Welke organisaties zitten vaak met elkaar aan tafel?
 
Om het aanbod van noodhulp van verschillende organisaties goed op elkaar af te stemmen is door de VN het clustersysteem ingevoerd. Dit systeem bestaat sinds de aardbeving in Pakistan van 2005. Hierbij coördineert één organisatie de activiteiten van alle organisaties die in een bepaald veld operationeel zijn. WHO (de Wereldgezondheidsorganisatie) coördineert bijvoorbeeld alle activiteiten binnen het cluster gezondheidszorg. Andere clusters zijn: logistiek (World Food Program), educatie (UNICEF) , Voedsel (World Food Program), etc. Het Rode Kruis coördineert op verzoek van de VN het cluster voor noodopvang tijdens en na natuurrampen. De organisaties kunnen zich zo beter op hun coördinatietaak voorbereiden. Op het gebied van de distributie van water en sanitaire voorzieningen wordt overleg gevoerd via het WASH (Water, Sanitation and Hygiene) cluster.

6. Is het gevaarlijk om hulp te verlenen?

Rampgebieden zijn vaak onstabiel en onveilig – maar dit is onderdeel van het werk van het Rode Kruis. Wij helpen altijd en direct en kunnen dit ook doen door onze neutraliteit en onpartijdigheid. Met name in conflictgebieden zijn deze grondbeginselen essentieel. Wij kiezen geen partij, wij kiezen voor de slachtoffers. Geen hulp verlenen is geen optie. Het is mogelijk dat onze hulpoperaties soms belemmerd worden door politieke spanningen of onrust, maar we zullen altijd toegang proberen te krijgen tot de mensen in nood.
In de meeste gebieden wordt het Rode Kruis geaccepteerd/ beschermd door de lokale bevolking. Waar andere organisaties soms problemen hebben met toegang tot bepaalde wijken of doorgangroutes, kan het Rode Kruis goed te werk gaan. Het Rode Kruis maakt nooit gebruik van militaire begeleiding om een hulpoperatie uit te voeren. We worden beschermd door ons embleem, dat ook staat voor neutraliteit. Indien een wijk of gebied onveilig is, gaan we met alle partijen in een gebied praten om duidelijk te maken dat het in ieders voordeel is als het Rode Kruis ongehinderd het werk kan doen. Het is daarom belangrijk dat we goed aangeven neutraal te zijn. Ook schakelen we de plaatselijke bevolking zelf in, die dan ook inziet dat het in hun eigen belang is dat het Rode Kruis veilig kan werken.

7. Waarom kost een distributie zoveel voorbereiding, kun je niet gewoon je spullen aan de gemeenschap geven?

Soms geven we ook aan de gemeenschap die de goederen verdeelt. Maar niet altijd zijn de leiders eerlijk, of er wordt druk op hen uitgeoefend. Je brengt ze dan in een lastig parket. Vaak werken we met een bonnensysteem, want dat is veiliger. Een team bepaalt dan aan de hand van criteria wie recht heeft op hulp en geeft die persoon een bon. Met die bon kan de eigenaar vervolgens de spullen waar hij recht op heeft ophalen. Er zijn ook andere organisaties die op deze manier werken.

8. Is een geven van een distributie wel veilig zonder politiebegeleiding? Wordt er vaak geplunderd?

Het Rode Kruis werkt bij voorkeur zonder militaire of politie beveiliging. We betrekken de bevolking zelf bij de distributie . Wel laten wij de VN of politie weten waar wij werken. We houden de boel verder goed in de gaten en breken de distributie af als het toch onveilig wordt. Dit moet ter plaatse worden beoordeeld. Onze hulpverleners worden hier op getraind.

9. Waarom drop je niet gewoon tonnen met voedsel uit een vliegtuig?

Waarom laat je voedsel niet gewoon per parachute in kistend droppen uit vliegtuigen, zo ging dat ook in de WOII. Wat gaat er dan mis?
 
Als je voedsel uit een vliegtuig gooit kun je niet controleren of de meest kwetsbare mensen wel geholpen zijn. Het recht van de sterksten gaat dan overheersen, mensen met wapens, en worden gemeenschappen uit elkaar getrokken. We droppen dan ook alleen in uiterste nood. Het contact met de bevolking is ook belangrijk om te weten te komen of je wel de juiste hulp geeft en of er nog meer of andere hulp nodig is. Ook kun je door goede organisatie de waardigheid van mensen beschermen.

10. Hoe koopt het Rode Kruis noodhulpgoederen aan?

Van wie koopt het Rode Kruis de goederen? Wordt er gekeken naar prijs en kwaliteitsstandaarden en wat zijn die standaarden dan? Is het niet handiger alle goederen lokaal te kopen? Goed voor lokale economie en meteen de goederen ter plaatse.
 
Soms is het beter om lokaal in te kopen, soms kun je beter invliegen of met de boot transporteren. Het gaat erom dat je met je hulpactiviteiten niet de markt zodanig beïnvloedt dat andere bevolkingsgroepen in de problemen komen. Als je veel graan invoert, kan de graanprijs dalen, en komen graanboeren in de problemen. Als je lokaal graan koopt of mensen geld geeft om graan te kopen, kan de prijs van graan omhoog gaan waardoor andere consumenten in de problemen komen. Daarom wordt de markt altijd scherp in de gaten gehouden.
 
Voor veel producten staat de kwaliteit omschreven in de Rode Kruis catalogus. We gebruiken internationaal erkende procedures om aankopen te doen. Het is de taak van het Rode Kruis de goederen zo efficiënt mogelijk naar het rampgebied te brengen. Soms bepaalt de urgentie de kosten. Dan betalen we soms meer om de goederen met spoed ter plaatse te laten zijn.

11. Waarom kunnen Nederlanders zelf geen voedsel, kleding of andere spullen doneren?

Voedsel moet aan eisen voldoen. Tevens moet je weten wat er moet worden gedistribueerd. In pakketten moet gebalanceerde voeding worden geboden. Het is efficiënter als deze pakketten hetzelfde zijn, anders dien je meerdere keren te distribueren op bepaalde plekken. Ook kan er ruzie ontstaan, als iedereen iets anders krijgt .
 
De cultuur van de mensen speelt ook een rol. Daarom moet er goed bekeken worden wat de beste goederen zijn om te geven. Bovendien is er sprake van prioriteiten en timing. Als iedereen spullen stuurt, kan de bevoorradingslijn verstopt raken met minder urgente zaken, waardoor levensreddende materialen niet op tijd aankomen.
 

 
beeld bij faq.jpg