Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Hulp wereldwijd Noodhulp bij rampen Hulp bij rampen Filipijnen Verhalen uit het veld Blog hulpverlener Valerie

Blog hulpverlener Valerie

verhaal jose.jpg Het gezin van Josephine en Jose. Wanneer het begint te regenen, schiet Andrew in paniek omdat hij denkt dat de tyfoon opnieuw begint.

 

​Blog Valerie Batselaere, emergency Response Team

Op zaterdag 17 november landde een Emergency Response Unit (ERU), met 2 Belgische, 1 Nederlandse, 1 Luxemburgse en 1 Deense deelnemer in de Filipijnen. Hun taak is om noodhulpgoederen te verdelen, zoals dekens, hygiënekits, kooksets en voedsel. Eén van de teamleden, Valérie Batselaere, bezorgt ons regelmatig updates vanuit de getroffen gebieden.

25 november 2013: Carles

“We bevinden ons in Carles, het meest noordelijke dorp van de Ilio-regio op het eiland Panay. Toen de tyfoon Haiyan hier voorbij raasde, vernielde hij 90% van de huizen. De meeste vissers zijn ook hun boten kwijt, en daarmee hun enige inkomen.

En toch zijn heel wat mensen alweer begonnen met de heropbouw. Ze proberen de restanten van hun oude huizen te gebruiken om een soort woning te construeren, wat niet makkelijk is zonder fatsoenlijk werkmateriaal. De meesten onder hen hebben geen geld om nagels, hout, bamboe of staalplaten te kopen. Bovendien zit het hele dorp zonder elektriciteit, omdat duizenden kilometers aan elektriciteitspalen en bedrading werd weggewaaid door de tyfoon. Het kan nog maanden duren voordat dit hersteld is. De mobiele kliniek van het Koreaanse Rode Kruis is de enige vorm van gezondheidszorg die momenteel beschikbaar is.

Met zeven in een hut
Ik ontmoet Josephine (56) en haar man Jose (57). Ook zij moesten toekijken hoe hun huisje werd weggeblazen door Haiyan. Ze hebben ondertussen een klein onderkomen gemaakt met de brokstukken, waar ze de rijst bewaren die ze geteeld hebben: slechts 30 zakken, waarvan ze de helft als huurprijs betalen aan de eigenaar van hun land. Josephine en Jose wonen in hun geïmproviseerde hut, samen met hun dochter, haar twee jonge kinderen en hun 15-jarige zoon Andrew, die een mentale handicap heeft. Wanneer het begint te regenen, schiet Andrew in paniek omdat hij denkt dat de tyfoon opnieuw begint. Hij zit te trillen in de armen van zijn moeder terwijl we onderdak zoeken in de hut.

Een tante loopt binnen en vraagt zich af wie we zijn. Zijn we soms dokters? Ze heeft namelijk al sinds de tyfoon last van vreselijke pijn in haar borst. Ze heeft nog geen dokter gezien en ook geen geld om naar de kliniek te gaan, die ver weg is en misschien niet eens open is. Ik raad haar aan om de mobiele kliniek van het Koreaanse Rode Kruis te raadplegen en ondertussen zo weinig mogelijk te bewegen.

Zo gauw de regen wat mindert, verlaten we de hut om de noden van de lokale bevolking verder in kaart te brengen. Jose gaat terug naar zijn rijstveld. Josephine toont me de wilde orchideeën, die de tyfoon overleefd hebben. De veerkracht van de mensen hier is ongelooflijk: ze wonen in één van de mooiste, maar ook meest rampengevoelige landen ter wereld, maar ze blijven hartelijk en positief.

PS: het is hier erg warm en vochtig. ’s Nachts is de lucht gevuld met sterren en vleermuizen, en een monsterlijk grote spin heeft besloten om op twee meter van mijn bed tegen de muur te bivakkeren.”

19 november 2013: Wat is er nodig in Cebu

“Na bijna 24 uur onderweg komen we aan op de luchthaven van Cebu. Veel tijd om even uit te puffen is er niet. We beginnen meteen te vergaderen en krijgen enkele briefings. Daarna kunnen we maar een paar uur slapen, voordat we om 4u30 op zondagochtend moeten opstaan om een assessment team te vervoegen in het noorden van Cebu. Collega’s met verschillende specialiteiten checken het gebied en schatten in wat de noden zijn.

We gaan naar Bogo, waar we zien dat ondanks de vernielingen, de stad toch gespaard is gebleven van het ergste. Vooral in de armere delen van de stad zijn huizen volledig weggeblazen, maar andere hulporganisaties hebben al de nodige basishulp geboden, zoals water en voedsel. Er is nog geen elektriciteit, maar daar wordt hard aan gewerkt. De meeste wegen zijn ondertussen weer open, hoewel je nog veel hout en ijzer kan zien, op de grond en zelfs in de bomen.

Hulp voor mensen die alles kwijt zijn
Op maandag is het opnieuw opstaan om 4u30 om noodhulpgoederen te verdelen in een klein dorp, niet ver van Bogo, waar de meeste huizen helemaal of volledig vernield zijn. Een lange dag, maar het Filipijnse Rode Kruis is ongelooflijk efficiënt en snel in de verdeling.

De veerkracht van de Filipino’s is ontzagwekkend. Ik hoor het verhaal van Algy, een man van 28 die samen met zijn ouders, vrouw en driejarig zoontje onderdak heeft gevonden in een kapel, naast de plek waar zijn huis stond. Van het huis zelf is zo goed als niets over. Zijn dorp is vrij afgelegen, zodat er nog niet veel hulp is geraakt. Daarom koos het Filipijnse Rode Kruis juist dit dorp uit om hulpgoederen te verdelen.

Zowel Algy als zijn vader werkten in de suikerrietvelden, maar die zijn vernield door de tyfoon. Ze gaan dus een onzekere toekomst tegemoet: ze moeten hun huizen opnieuw opbouwen, en ook nieuw werk zoeken.”

 

 

 

 

 

 

Distributie van noodhulppakketten in Bogo
foto: Valérie Batselaere