Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Hulp wereldwijd Noodhulp bij rampen Hulp bij rampen Filipijnen Verhalen uit het veld Blog persvoorlichter Merlijn

Blog persvoorlichter Merlijn

Persvoorlichter Merlijn Stoffels is in de Filipijnen om te zien wat de verschrikkelijke tyfoon Haiyan heeft aangericht. Op de momenten dat hij tijd heeft en over een internetverbinding beschikt, stuurt hij ons een blog. Foto's zijn de bekijken op onze facebookpagina.

Blog 9: Laatste dag
(19 November 2013)

’s Nachts rijden we van de haven door de stad terug naar ons tentenkamp. Het lijkt wel een ‘Ghost Town’. Het is pikdonker. Rijden gaat langzaam, want de weg ligt ruim een week na de ramp nog vol met puin. Het enige licht dat er is, zijn de vuren die mensen maken. Brokstukken hout zijn er cynisch genoeg volop. De Filippino’s zitten er omheen. We horen ze zelfs een kerstliedje zingen. De slachtoffers van de ramp houden ondanks alles de moed erin. Normaal staan nu allang overal de kerstbomen, verteld Gen. Ze zetten de bomen zo vroeg mogelijk neer en laten ze het liefst zo lang mogelijk staan, zegt ze. Dit jaar geen kerstmis voor deze mensen denk ik bij mijzelf. De mensen hebben geen huis, laat staan kerstversiering. Eenmaal terug in mijn tent krijg ik van mijn collega persvoorlichter Hanna Emmering het goede nieuws binnen dat de Nederlanders 18,5 miljoen hebben gestort op Giro 555. Hopelijk kunnen we deze mensen met de kerst tenminste wel voorzien van de eerste levensbehoeften en een dak boven hun hoofd.

De terugreis
Het schip met Rode Kruis-hulpgoederen kon helaas vandaag niet aanmeren. Een ander schip tot de nok toe gevuld met voedsel en water houdt alles op, want er zijn te weinig trucks om het af te voeren. Het bewijst maar weer eens dat hulp gecoördineerd moet worden. Hoe sympathiek ook. Vanmorgen staan we vroeg op om onze terugreis te regelen, want ik vlieg vanavond vanuit Manilla naar Nederland. De enige en laatste optie is mee te vliegen met een militair vliegtuig. De moed zakt mij in de schoenen als bij de luchthaven een enorme rij met mensen zie staan, die net als wij weg willen. We hebben geluk. Omdat we bij het Rode Kruis werken, krijgen we voorrang. Een beetje schuldig voel ik me wel, want de andere mensen in de rij hebben het vast veel zwaarder dan ik. Ik troost mijzelf met de gedachte dat ik vanuit Nederland meer voor deze mensen kan betekenen, door in de media aandacht voor hun problemen te blijven vragen, dan hier. Los daarvan ben ook ik door mijn water en noedels heen. Ik voel er weinig voor om het Rode Kruis-voedsel op te eten wat is bedoeld voor de getroffen Filippino’s die de hulp zo hard nodig hebben.

Kippenvel
De reis met de C130 is een bijzondere ervaring. Het vliegtuig normaal alleen bedoeld voor vracht zit propvol met mensen. We zitten als sardientjes in een blik. De militair vraag ons te gaan zitten, maar er is niet genoeg plek. Met opgetrokken knieën tegen elkaar aangedrukt lukt het toch. De kramp in mijn benen probeer ik te negeren. Niemand klaagt, iedereen is blij dat ze gratis mee kunnen vliegen. Als ik om mij heen kijk zie ik een man met een grote wond op zijn voorhoofd en kinderen met vieze kleren. Voor deze mensen start een nieuw leven in Manilla. Waar ook geen werk is, maar waarschijnlijk wel eten, drinken en een dak boven hun hoofd. Ik vraag de jongen naast mij waar hij heen gaat. Hij heeft geluk, zijn ouders wonen in de Filipijnse hoofdstad. Voorlopig wil hij niet terug naar Samar, het trauma zit te diep. Als we landen beginnen de passagiers te juichen en klappen. Bij de uitgang van de militaire luchthaven opnieuw applaus van mensen die bij de poort de slachtoffers op deze manier willen steunen en welkom heten. Ik krijg er kippenvel van.

Terug naar de realiteit
De chauffeur van het Rode Kruis staat ons op de luchthaven op te wachten. Ik heb vanmorgen geen tijd gehad om te ontbijten. We stoppen daarom bij de Starbucks, die al helemaal in de kerstsfeer blijkt te zijn. De toonbank ligt vol met de meest heerlijke taartjes. Dat is confronterend met de realiteit in mijn hoofd van zo’n 1000 kilometer verderop. Terug op het hoofdkantoor deel ik mijn foto- en videomateriaal met mijn collega’s van het Filipijnse en internationale Rode Kruis. Ik neem een douche, print mijn tickets uit en maak mij klaar voor de terugreis naar Nederland. Wat mogen wij toch blij zijn dat dit soort catastrofale rampen ons kikkerlandje bespaard blijven. Laten we de slachtoffers die hier wel de dupe van zijn daarom niet in de steek laten. Nu, maar ook straks. Laten we ze helpen met een dak boven hun hoofd en een eigen inkomen, zodat ze weer op eigen kracht verder kunnen.

Blog 8: Nationale Actiedag
(18 november 2013)

Om vier uur 's nachts word ik gewekt door een vliegtuig met hulpgoederen van de Filipijnse regering die landt vlakbij ons tentenkamp. Alleen de landingsbaan is nog in tact, de gebouwen zijn weggevaagd. Mensen staan in lange rijen in de hoop mee te kunnen vliegen, maar er is geen plek. Ook voor ons niet trouwens. Morgen wou ik eigenlijk richting huis vertrekken maar alles is volgeboekt tot december. Ik begin me een beetje zorgen te maken over of ik hier nog wel weg kom.
Vandaag staan de NL media volledig in het teken van de inzamelingsactie van Giro555 actie voor de slachtoffers van typhoon Haiyan. Ik hoop door mijn interviews vanuit de Filipijnen een stukje bij te dragen door te vertellen hoe hard de hulp hier nodig is. In het eerste interview met Radio2 hoor ik dat er 8 miljoen binnen is. Een prachtig begin maar helaas is er nog veel meer nodig.


Een beetje plezier
We hebben geluk dat we onszelf kunnen wassen en naar de WC mogen bij twee oudjes die wonen in een van de weinige huizen die nog overeind staan. In het kleine huisje wonen drie families. 's Avonds verandert de vloer in één groot bed. Ze hebben een waterpomp in hun tuin, net als in de stad, waar ook diverse waterputten te vinden zijn. Daar zie je kinderen wit van de zeep vrolijk in het water stappen tijdens het wassen. Gelukkig kan er ondanks de moeilijke tijd ook nog plezier gemaakt worden. Overigens is het alleen water alleen drinkbaar als het gekookt wordt en daar ligt ook precies een probleem: dat kunnen mensen in veel gevallen niet. Volgens het Filipijnse Rode Kruis hebben daardoor veel mensen diarree. Ze lopen het risico uit te drogen omdat er onvoldoende medicijnen zijn of omdat ze die niet kunnen betalen. Daarom zijn schoon drinkwater en medicijnen van levensbelang.


Verhalen
We zijn onderweg naar de haven waar de hulpgoederen, mede-gefinancierd door het NRK, worden uitgeladen. Genoeg om 10.000 mensen voor drie dagen van voedsel te voorzien. Tot nu toe gingen de distributies vanuit hier voornamelijk vanuit de lucht, maar via schepen kunnen er veel grotere hoeveelheden vervoerd worden. Omdat het eb is kan het schip niet aanmeren, daarom heb ik even wat tijd om met mensen te praten over de gevolgen van de typhoon op hun leven. Ik loop door de stad die eruit ziet als Ground Zero. Ik zie een huis dat door een boom doormidden is gekliefd. De 24-jarige jongen die daar met zijn familie woont, vertelt over de nachtmerrie vrijdag een week geleden. Toen de boom viel, kon hij niet anders dan vluchten. Trillend van de angst, met zijn opa aan zijn hand en het water tot aan zijn knieën, hield hij zich vast aan elektriciteitsdraden. Uiteindelijk wist hij een schuilplaats te vinden. Zijn hele familie heeft het overleefd, maar eten is er niet meer; de problemen beginnen nu pas echt.
Even verderop loop ik langs een huis waar alleen een hoopje puin van over is. Een vrouw van 31 met zes kinderen variërend van de leeftijd van 6 maanden tot 9 jaar oud, loopt er rond. Ze vertelt dat ze wel voedsel krijgt, maar niet genoeg. Haar kinderen lijden. Ook haar vader lijdt; hij heeft medicijnen nodig maar die kunnen ze niet betalen. Hij heeft problemen met zijn nieren waardoor zijn benen steeds dikker worden. Ze weet niet of hij dit gaat overleven.


Een militair vertelt
Terug in de haven is het schip nog steeds niet aangemeerd. Een militair die daar ook zit te wachten, was tijdens de typhoon bezig met het voorbereiden van hulppakketten in een lokaal gemeentehuis. Het dak kwam tijdens de typhoon naar beneden vallen, hij moest een voedselpakket boven zijn hoofd houden om zich tegen het instortende dak te beschermen. Hij raakte gewond aan zijn been. Tijd om er bij stil te staan, had hij echter niet. In de huizen om het gemeentehuis heen lagen overal mensen onder het puin die gered moesten worden. Hij vertelt over een familie die onder het puin terecht was gekomen en waarvan hij de kleine kinderen hoorde roepen om hup. Ze waren onder de brokstukken van hun huis terecht gekomen en zaten klem. De ouders van de kinderen – de moeder was een zeer geliefd arts in de buurt – overleefden het niet. De kinderen konden na uren puin ruimen wel worden gered.

Nauwelijks hiermee klaar, werd de militair alweer opgeroepen. Nu om in te grijpen bij plunderingen van winkels. De mensen waren totaal in paniek, bang dat ze dood zouden gaan door gebrek aan voedsel. Gelukkig is dat nu minder en kan hij zich weer bezighouden met het verdelen van de hulpgoederen.
We krijgen het nieuws dat het schip pas diep in de nacht zal aanmeren; dit houdt me in ieder geval lang genoeg wakker om te horen wat het bijeengebrachte bedrag van de Giro555 actie vanavond zal zijn.

Dag 7: Oorlogsgebied (17 november 2013)

Het lijkt alsof er een bom ontploft is als ik uit het raam van de auto kijk in Tacloban. Geen huis staat meer overeind. Ik zie een auto rechtop tegen een muur staan. Even verderop ligt een vrachtwagen op zijn kant, als een veertje opgetild door de tyfoon. Ik kan mijn ogen niet geloven. Toch is het de bittere waarheid. De grond is bezaaid met puin, zoals hout, dakplaten, koelkasten, tv’s en soms nog een lichaam ertussenin. We passeren een vrachtwagen vol met lijken. Vrijwilligers van het Rode Kruis en het leger zijn druk in de weer om de lichamen te bergen. Daarnaast strooien ze wit poeder om de stank tegen te gaan. Dat is geen overbodige luxe, want op de plekken waar de lichamen liggen te rotten, hangt een heel indringende zure lucht. Ineens begint het hard te regenen. Een stuk karton boven hun hoofd is de enige bescherming die de Filippino’s hebben. Een plek om te schuilen is er niet. Langs de weg staan veel borden met de teksten ‘help us’ en ‘we need food and water’. Kleine kinderen houden hun hand op in de hoop dat één van de auto’s zal stoppen om ze wat te geven.

Naar de kerk

Vandaag is het zondag. De Filippijnen is het enige land in Azië waar de meerderheid van de bevolking katholiek is. Ramp of geen ramp, de Filippino’s gaan naar de kerk. Zelfs al is de kerk totaal vernietigd. De priesters staan te prediken tussen de brokstukken, zien we als we richting Tacloban rijden. In een andere kerk hoor ik psalmen die worden gezongen. Het heeft iets vredigs in deze enorme chaos. Als ik om me heen kijk en zie wat het natuurgeweld heeft aangericht, kan ik niet anders dan respect hebben voor de mensen die ondanks alles God en de kerk trouw blijven. ‘Het lijkt wel een oorlogsgebied’ zegt mijn Rode Kruis-collega Gen met verdriet in haar stem. Ik knik instemmend. De rook tussen de puinhopen en het vuil dat wordt verbrand door de mensen, versterkt dat gevoel. Oorlog en een ramp, eigenlijk verschillen ze helemaal niet zoveel van elkaar; de slachtoffers worstelen met dezelfde problemen.

Behoefte aan alles

Onderweg zien we gelukkig regelmatig Rode Kruis -watertrucks en hulpverleners in actie. Ze delen hulpgoederen uit en helpen met het opruimen van het puin. In Tacloban gaan we langs bij de tijdelijke basis van het Rode Kruis, in het Leyte Park Hotel. Het hotel ligt op een berg en is daarom minder beschadigd dan de rest van de stad. Overal uit de wereld zijn Rode Kruisers naar Tacloban gekomen om hulp te verlenen. Variërend van traditionele tot hoog-specialistische hulp, zoals forensische experts voor het identificeren van lijken en wateringenieurs die helpen met het aanleggen van wateraanvoer. Aan alles is behoefte. Ik zie vrachtwagens met hulpgoederen af en aan rijden. In het hotel verblijven ook veel journalisten. Aan de voet van de berg staan verschillende tentjes met camera’s opgesteld. Verslaggevers die live spreken met de hun presentatoren in de studio, met als achtergrond de verwoeste stad. De woordvoerder van het Internationale Rode Kruis wordt geïnterviewd. ‘Ideaal om dichtbij elkaar te zitten, dan kunnen we elkaar tenminste goed op de hoogte houden’, vertrouwt hij mij later toe.

Tentje

Daarna vervolgen we de route naar het nabijgelegen eiland Samar. De eilanden zijn met een grote brug met elkaar verbonden. We rijden uren langs verwoeste dorpen en steden. De één nog erger dan de ander. De bergen die ooit prachtig groen waren zijn nu bruin. Alle palmbomen zijn onthoofd. Ons eindpunt vandaag is Guiuan. Deze stad werd als eerste getroffen door de orkaan en is totaal van de kaart geveegd. Bijna alle 50.000 inwoners zijn getroffen. Gelukkig zijn ‘maar’ 100 doden te betreuren. Minder erg dan in Tacloban, want die stad werd ook nog eens getroffen door een vloedgolf. Ik spreek een vrouw die is gevlucht uit Tacloban. Ze moest weg want er is daar niet genoeg drinkwater voor iedereen. ‘Anders zouden we het niet overleven’, zegt ze. We brengen de nacht door bij collega’s van het Filipijnse Rode Kruis. Ze slapen op de luchthaven, waar de hulpgoederen massaal worden ingevlogen. Ze hebben niet eens genoeg tenten om in te slapen. Als ik mijn tentje heb opgezet, beloof ik dat ze de mijne mogen hebben als ik wegga. Ze beginnen te stralen van geluk en beloven dat ze hem door zullen geven aan andere slachtoffers die hem hard nodig hebben als zij weg gaan.

Dag 6: Haiyan of Yolanda (16 november)

We brengen de nacht door in een hotel aan zee. Er blijken veel mensen uit Tacloban te verblijven. Ze zijn de zwaargetroffen stad ontvlucht. Er is er niet meer uit te houden, zeggen ze. De familie die ik spreek, vertelt me dat ze niet zelf zijn getroffen. Hun buren wel, die zijn dood. Maar toen de mensen hun huis kwamen leegroven, was de maat vol. Ze willen weg. Het lukt ze niet van het eiland af te komen. Zowel de boten als de vliegtuigen zitten overvol.
We hadden vannacht de luxe van een airco en een bed. Zolang de generator aanstond, tenminste. Dat slaapt toch een stuk beter dan in de hitte op een stretcher in een lawaaiig Rode Kruis-kantoor. Dan voel ik me gelijk schuldig, als ik me bedenk dat de meeste mensen hier helemaal geen dak boven hun hoofd hebben.

Letters van het alphabet

De wekker gaat vroeg om op tijd bij een voedseldistributiepunt in de stad Abuyog te zijn. Om de stad aan de oostkust van het eiland te bereiken, maken we een prachtige tocht door de bergen. We rijden langs veel, heel veel palmbomen, rijstvelden, grote rivieren en zien prachtige vergezichten. Dit deel van het eiland heeft gelukkig weinig geleden onder de superstorm. Over de andere kant van de bergen kunnen we dat helaas niet zeggen.
Onderweg vertelt Gem, mijn Philipijnse collega van het Rode Kruis in Manilla, dat dit een jaar is met extreem veel typhoons. De Filipino’s geven ze namen in de volgorde van het alphabet. Daarom heet de typhoon hier niet Haiyan zoals in de rest van de wereld, maar Yolanda. Dit jaar zijn ze al door het alphabet heen, zegt ze. Want deze week was de Z van Zoraida aan de beurt en beginnen ze weer van voren af aan.

Voedsel voor enkele dagen

Op het gemeentehuis bij Abuyog staat een TV-ploeg van het RTL nieuws op ons te wachten. Ze willen een portret maken van een familie die zwaar getroffen is door het natuurgeweld. In een buitenwijk van de stad krijgt verslaggever Koen de Regt een rondleiding om het huis, want erin bestaat niet meer. Alleen het dak ligt er nog. Alles eronder is ingestort. Tijdens het interview vraagt Koen aan de vrouw of ze geld heeft om het huis te herstellen. Nee, zegt ze tegen hem, ik heb niet eens geld om melk voor mijn baby te kopen.
Op dat moment komt een vrachtwagen van het Rode Kruis met voedsel, water en andere hulpgoederen aanrijden. De vrouw sluit aan in de rij en wordt intussen gefilmd door de cameraman als ze het voedselpakket krijgt uitgereikt op het plaatselijke voetbalveld. Ze krijgt nu voedsel voor een paar dagen. Haar man is boer. Veel van zijn gewassen zijn vernietigd door de storm; het is dus de vraag hoe ze over een paar dagen weer aan eten moeten komen.

Samar

We rijden verder naar het zuiden van het eiland, naar de stad Maasin. Morgen vertrekken we daarvandaan via de oostkust naar het noorden, waar we aan het eind van de dag het eiland Samar hopen te bereiken, waar het Nederlandse Rode Kruis een project heeft tegen kindersterfte. Vandaag kopt een Engelstalige Filipijnse krant (the Star) op de voorpagina over het eiland: ‘Eastern Samar is gone’. In het artikel wijst de krant haar lezers erop, dat door alle media-aandacht ten onrechte wordt gedacht dat alleen de stad Tacloban van de kaart is geveegd door de allesverwoestende storm.
Om op Samar te komen, moeten we langs de zwaar getroffen oostkust van het eiland Leyte rijden. Dit keer voor de veiligheid niet in een Rode Kruis-auto maar in een huurauto. Het zal een heftige dag worden, niet alleen vanwege de lange afstand die we moeten afleggen, maar ook door wat we gaan zien.

Dag 5: Hulp voor 25.000 mensen! (15 november )

Gisteravond lag ik eindelijk een keer vroeg op bed, maar niet voor lang. Ik schrik wakker van mijn telefoon: Shownieuws met de vraag wat de bekende Nederlanders gaan doen bij de Giro 555-actie. Ik geef antwoord, zet daarna gelijk mijn telefoon uit en probeer weer in slaap te vallen. Even later schrik ik opnieuw wakker; iedereen is in rep en roer. Het konvooi komt eraan! Het konvooi komt eraan!, roepen ze. Nog slaapdronken stap ik uit mijn bed. Hoe laat is het eigenlijk? Ik heb geen idee, maar het is nog donker buiten. Ik trek mijn kleren aan, pak de videocamera en loop naar buiten. 12 trucks vol met hulpgoederen komen ons met knipperende lampen tegemoet rijden. Een vrijwilliger begint te huilen. "Deze hulp is zo belangrijk voor ons", zegt ze. "Je kunt je niet voorstellen hoe frustrerend het is om steeds mensen te moeten teleurstellen". De hulpverleners beginnen gelijk, al is het nog midden in de nacht, met het uitpakken van de vrachtwagens en het verdelen van de spullen in voedselpakketten. Ze zijn kleiner dan normaal want de vraag is enorm. Liever een klein beetje dan niets, is het motto.

In de ochtend bel ik de verslaggevers van de NOS, Mattijs van de Wiel en Michel Maas, om het heugelijke nieuws te melden. Ze waren in Tacloban en zijn nu net terug in Ormoc om even bij te komen van alle ellende en drukte. Eigenlijk een rustdag. Even later staan de bikkels toch alweer bij de plek waar de vrachtwagens staan, om interviews af te nemen. De vrachtwagens zijn gevuld met water, voedsel, medicijnen, waterzuiveringsinstallaties en dekzeilen om de huizen af te dekken tegen de regen. De NOS-journalisten interviewen de vrachtwagenchauffeurs die een helse tocht hebben moeten afleggen om hier te komen. Het Rode Kruis had deze vrachtwagens al voor ramp klaargezet op het nabijgelegen eiland Surigao om snel hulp te kunnen verlenen na de typhoon. Dat pakt om verschillende redenen helaas voor de mensen die deze hulp zo verschrikkelijk hard nodig hebben, totaal anders uit.

Helse tocht
De vrachtwagenchauffeurs hebben het zwaar gehad. Ze waren de eersten die de tocht naar Tacloban probeerden af te leggen. De weg lag vol met omgevallen bomen en andere troep, en zelfs lijken. Uiteindelijk bereiken ze de brug vlakbij de zwaar toegetakelde stad. Nog één obstakel te gaan. De brug is echter stuk dus ze moeten wachten. Intussen wordt de sfeer gespannen om hen heen: mannen met grote messen eisen hun benzine en voedselpakketten op. Met hulp van lokale autoriteiten weten ze te ontsnappen en kunnen ze hun auto's verstoppen in een grote loods met bewaking eromheen. Mattijs confronteert me tijdens het interview voor radio 1 met de stelling dat het toch logisch is dat mensen boos worden als ze hulp voorbij zien rijden maar niets krijgen. Het enige dat ik kan doen is dat beamen maar ook uitleggen dat we altijd eerst moeten kijken wie de zwaarst getroffenen zijn voordat we gaan helpen. Er is helaas niet genoeg om álle getroffenen te helpen.

Ook nieuws voor de kleintjes
Tot nu toe heb ik interviews gedaan voor kranten, websites, radio- en TV-programma's voor volwassenen. Vandaag ga ik ook wat vertellen aan kinderen in Nederland. Ik ben live in de uitzending van het School TV weekjournaal en later vandaag bij het TV programma School TV Nieuws uit de Natuur. De verslaggever van dat programma is ook bij Frido Herinckx langs geweest, onze noodhulp coördinator in Nederland. Hij laat zien hoe de hulppakketten eruit zien die het Nederlandse Rode Kruis gaat sturen aar het getroffen gebied. We vertrekken naar het zuiden. Onderweg zien we dat de mensen in Ormoc die nog wel geld hebben, bezig zijn met het herstellen van hun huizen, het opruimen van de bomen op de wegen en de omgevallen elektriciteitspalen. De eerste supermarkt gaat ook weer open, zien we. Voor de deur een enorme rij. Op het raam een plakkaat: de mensen mogen niet meer dan één zak met boodschappen meenemen. Helaas is überhaupt boodschappen doen voor verreweg de meeste mensen niet weggelegd: ze hebben helemaal geen geld en daarmee totaal afhankelijk van hulp van hulporganisaties en overheden.

 

Dag 4 : Oog in oog met slachtoffers ( 14 november )

Met uren vertraging komen we dan eindelijk aan op het eiland Cedu. De luchthaven wordt overstelpt door vliegtuigen vol met hulpgoederen. Die gaan natuurlijk voor. Het is een van de weinige luchthavens van het gebied die open is. De rest is of gesloten of alleen open voor militaire vliegtuigen. Ons vliegtuig is overvol met collega's werkzaam in het humanitaire veld, die allemaal willen afreizen naar het getroffen gebied. We komen om 1 uur 's nachts aan. We rijden langs een winkel bij een benzinepomp waar we proviand inslaan voor de komende dagen: water, brood en noodles. We nemen zoveel mee als we kunnen dragen, zodat we ook nog wat kunnen uitdelen onderweg. Op het eiland is niets meer te koop, horen we. We zijn niet de enigen die aan het hamsteren zijn, de winkel doet goede zaken. Er profiteert tenminste nog íemand van deze ramp.

Dan snel naar het hotel voor een powernap, want twee uur later gaat de wekker alweer.

Met de boot naar Leyte
's Ochtends staat er een lange rij voor de kaartverkoop bij de ferry. We zijn te laat; de ferry is al helemaal vol. Ik rij samen met een collega van het Nederlandse Rode Kruis op de Filipijnen, Guineviene de Jesus. Gen, noemen de collega's haar hier. Op de een of andere manier krijgt zij alles voor elkaar. Bij elke tegenslag bedenkt ze een list; zo ook deze keer. Een camerateam komt niet opdagen en zij zorgt dat wij hun plekken mogen innemen. Met een prachtige zonsopgang vertrekken we naar het zwaar getroffen eiland Leyte. De boot ligt vol met hulpgoederen. Onderweg gaat het gesprek alleen maar over de ramp. Een vrouw vertelt ons dat ze naar Leyte gaat om haar familie te gaan zoeken. Sinds de superstorm is er geen contact meer geweest. Ze vreest het ergste.

Ormoc
Ik kijk uit het raam en zie de zwaar getroffen stad Ormoc opdoemen. De tyfoon richtte er een spoor van vernieling aan. Veel huizen zijn verwoest, bomen liggen op de weg, elektriciteitspalen zijn als luciferhoutjes gebroken en golfplaten van daken liggen overal. In deze stad zijn 31 mensen overleden, ruim 1700 gewond geraakt en 11 mensen worden nog altijd vermist, horen we van de burgemeester op het provinciehuis dat ook zwaar getroffen is. We rijden daarna naar de Rode Kruis post van het lokale Rode Kruis. De vrijwilligers vertellen dat ze 600 gedupeerden hebben voorzien van voedsel en eerste hulp hebben verleend. Alles is nu op. Heel frustrerend, want eigenlijk zouden ze 4000 mensen per maand van voedsel moeten voorzien. Gelukkig is er wel meer hulp onderweg.

Dan gaat de telefoon. De verslaggever van Een Vandaag is in de buurt. Hij wil een interview over de hulpverlening en hoe het daarmee gaat. We doen het gesprek vlak bij de kust zodat de schade achter ons goed te zien is.

Gesprek met slachtoffers
De middag gebruiken we om verhalen te horen van de slachtoffers van de ramp. Ik spreek met een moeder in de buitenwijk van Ormoc met haar twee zoons en een dochter. Haar huis is volledig uit elkaar gerukt door de storm. Ze slapen nu in een provisorische hut. Tijdens het gesprek begint het te regenen; het water lekt door het dak heen. Al onze kleren zijn nat, zegt haar 24-jarige zoon. We hebben niet eens geld voor voedsel, laat staan de materialen om het huis te herbouwen. Gister kregen ze voor het eerst een voedselpakket van het Rode Kruis. Dit kwam geen moment te vroeg, want álles was op. Ze maken zich grote zorgen over de dag van morgen, want ze weten dat er niet genoeg hulp is voor iedereen. We rijden terug naar het kantoor van het Rode Kruis, waar een maaltijd bij kaarslicht op ons wacht. Elektriciteit is er namelijk niet meer...

BLOG 3: Meer hulp (13 november 2013)

Veel vragen van de media vandaag over het uitblijven van hulp in de getroffen gebieden. Lara Rense, presentator van Radio1, beet vanmorgen het spits af: “Mijn verslaggevers zijn in Ormoc en ze zien geen hulp. Hoe is dat mogelijk vier dagen na de ramp? Dat is enorm triest”. Ik probeer uit te leggen hoe dat komt. Direct na de ramp zijn weldegelijk direct hulpgoederen verstrekt door de lokale Rode Kruis afdelingen in de getroffen gebieden, die al voor de tyfoon preventief waren bevoorraad. Deze voorraden zijn inmiddels op. Ook na de ramp is het vertrekken van hulpgoederen doorgegaan op de plekken die bereikbaar zijn, maar dat is geen makkelijke klus en soms zelfs onmogelijk: veel wegen en vliegvelden zijn onbegaanbaar, waardoor we de getroffen bevolking niet kunnen bereiken. Dat is een drama want deze mensen hebben de hulp het hardste nodig. Ook het de storm van gister, die gepaard ging met veel regen, speelde ons parten. Inmiddels is ook deze storm weggetrokken en is die belemmering weg. Daarnaast wordt er geplunderd en hebben konvooien vertraging opgelopen omdat ze zijn tegengehouden door mensen die in paniek zijn omdat ze geen eten en drinken hebben. Gelukkig zijn de vrachtwagens met hulpgoederen inmiddels weer onderweg naar Ormoc en Catbalogan City op de eilanden Leyte en Samar. In beide steden gaat het Rode Kruis grote distributiecentra neerzetten om de eilanden te bevoorraden. Desalniettemin zal de NOS verslaggever nog heel veel mensen gaan tegenkomen die hulp nodig hebben en sterven door het tekort aan hulp. Het aantal mensen dat hulp nodig heeft is zo gigantisch dat het onmogelijk is om ze allemaal tegelijk te helpen.

Verdrietige verhalen
Steeds meer trieste verhalen druppelen binnen, nu er steeds meer contact mogelijk is met de getroffen gebieden. Zo horen we het verhaal van een vrouw uit Tacloban die met haar zieke vijfjarige zoontje naar het ziekenhuis ging. Ze moest medicijnen voor hem kopen, maar had geen geld. Haar zoontje overleed enkele uren later. Uit Tanauan horen we het relaas van een man die zijn vrouw wil begraven, maar dat niet kan omdat er onvoldoende lijkzakkken beschikbaar zijn. Om hem heen heel veel lijken en de geur van de dood...

De mensen moeten naast het verwerken van het trauma van de ramp nu ook strijden om in leven te blijven. Ze willen weg uit Tacloban, weg van dit eiland. Helaas is dat niet mogelijk. Gister stonden 3000 mensen op de luchthaven te wachten, maar omdat er alleen militaire vliegtuigen komen, was vertrekken niet mogelijk. Ik hoop dat Nederlanders samen met het Rode Kruis en andere hulporganisaties het mogelijk maken om meer hulp te verlenen aan de mensen in nood op de Filipijnen door te storten op Giro 555.

Rol van het Rode Kruis
Het Rode Kruis heeft vandaag besloten de regering te gaan helpen met het verstrekken van lijkzakken en het vervoer van de lijken naar de plekken waar de identificatie moet plaatsvinden. Ook gaat de hulporganisatie veerboten sturen naar de mensen die het niet langer uithouden op het eiland Leyte, waar op de meeste plekken naast de schade, de lijken, het tekort aan water en voedsel ook geen elektriciteit beschikbaar is. De mensen worden naar Cebu gebracht. Daar gaat het Rode Kruis een opvanglocatie inrichten en de mensen voorzien van hulp. De directeur van het Rode Kruis noemt het een onmenselijke situatie als mensen niet meer zelf over hun lot kunnen beslissen. Morgen ga ik juist naar de plek toe waar deze mensen weg willen. Een Filipijnse collega zei vandaag tegen mij: “oms heb ik het gevoel dat ik niet op de Filipijnen ben, maar op een andere planeet terecht ben gekomen”. Morgen ga ik die andere planeet bezoeken. De Filipijnen stond hoog op mijn lijstje van nog te bezoeken vakantiebestemmingen, maar niet op deze manier.

BLOG 2 We begrijpen steeds beter wat nodig is
(dinsdag 12 november 2013)

Het is een drukte van belang bij het Filipijnse Rode Kruis in Manilla. Buiten staan auto’s van particulieren en busjes van bedrijven in de rij om hulpgoederen af te geven, zoals rijst, sardines, noedels, luiers en jerrycans met water. Met grote zakken op de rug en het zweet in het gezicht sjouwen de hulpverleners de spullen naar binnen. Honderden vrijwilligers zijn bezig om de hulpgoederen in kleinere porties te verdelen. De onderlinge solidariteit onder de Filippino’s is enorm, vertellen de veelal jonge hulpverleners mij. Door het hele land worden mensen aangespoord bij te dragen, ze kunnen zelfs per sms donaties overmaken naar het Rode Kruis voor de slachtoffers van Haiyan. Ook via Twitter en Facebook worden mensen benaderd om zich in te zetten als vrijwilliger of een donatie te doen. De benedenverdieping van het kantoor is bezaaid met voedselpakketten. In de gang zie ik een grote Kerstman staan. "We waren net bezig met het ophangen van de kerstversieringen, maar hebben dat de door de tyfoon niet af kunnen maken", vertelt een vrijwilliger. "Filippino’s zijn gek op kerstmis", zegt hij lachend.

Hulpverlening
Eenmaal binnen wordt ik door de Filipijnse collega’s en het internationale Rode Kruis bijgepraat over de hulpverlening op de getroffen eilanden. Het leveren van de hulpgoederen is geen makkelijke klus. Ondanks dat enkele belangrijke toegangswegen enigszins vrij zijn gemaakt, blijft het gebrek aan electricteit een enorm obstakel. Generatoren zijn hard nodig, en dus ook diesel om deze aan de praat te krijgen en te houden. Gelukkig is er wel steeds meer telefonisch contact mogelijk. Daardoor begrijpen we ook wat beter wat er nodig is en waarom er zo verschrikkelijk veel slachtoffers zijn gevallen, ondanks de vele voorbereidingen die waren getroffen voor Haiyan. Veel mensen hadden hun toevlucht gezocht tot een stevig onderkomen om zich te beschermen tegen de harde wind en rondvliegende brokstukken. De orkaan was zo krachtig, dat er ook nog eens enorme vloedgolven kwamen. Een van de collega’s vertelt dat een school waar de mensen hun toevlucht hadden gezocht, werd overspoeld door het water. De golven kwamen tot de 2e etage van het gebouw, waardoor velen die zich veilig waanden, gewoonweg zijn verdronken. Veel mannen waren ook achtergebleven om hun huis tegen plunderingen te beschermen en ook zij zijn op deze manier slachtoffer geworden van de grote hoeveelheid water die de kustdorpen heeft overspoeld. We horen een verhaal van artsen op Takloban, die sinds de ramp aan een stuk door hebben gewerkt om gewonden te behandelen, want veel mensen zijn gewond geraakt door rondvliegend puin. De artsen zijn aan het eind van hun Latijn en zijn door hun medicijnen heen. Geen antibiotica meer en geen tetanusinjecties. Verschillende internationale medische teams staan klaar om de vermoeide staf in het ziekenhuis van Tacloban af te lossen. De trieste verhalen stromen binnen.

Eind van Latijn
Ik ga een kijkje nemen in de controlekamer, met aan de muur een grote kaart van het getroffen gebied. Hiervandaan wordt de hulpverlening gecoördineerd. Iedereen is druk aan het bellen. In de kamer ernaast is een persconferentie aan de gang. Cameraploegen lopen de deur plat hier, vertelt de directeur van het Filipijnse Rode Kruis. We komen aan ons werk nauwelijks toe, zegt hij. Ook mijn telefoon staat roodgloeiend. Kranten, radio en tv programma’s, allemaal willen ze het laatste nieuws. Ik word voorgesteld aan het hoofd nationale hulp, die er vermoeid uitziet. Hij heeft de afgelopen maanden al meerder grote hulpoperaties moeten leiden. Zo was er vorige maand de aardbeving in Bohol, er waren tyfoons in het noorden van het land, overstromingen, en de onrusten in het zuiden van het land. Dit vergt volgens hem ontzettend veel van zijn medewerkers en vrijwilligers. Ook zijn de hulpgoederen niet aan te slepen, want de hulpverlening moet ook daar ‘gewoon’ doorgaan. Het Nederlandse Rode Kruis heeft vandaag besloten ook een handje te helpen, door 85 ton hulpgoederen, vanuit Dubai in de Verenigde Arabische Emiraten naar de Filipijnen te sturen. De zending betreft praktische spullen zoals jerrycans, tenten, keukensets, dekzeilen en gereedschap.

Op weg naar het rampgebied
Op sommige luchthavens in het getroffen gebied kan er ook nu weer commercieel gevlogen worden. Tot nu toe waren ze alleen voor militaire vluchten toegankelijk, want veel aankomst- en vertrekhallen en landingsbanen zijn zwaar beschadigd. Alle vluchten zitten meteen al vol, met hulpverleners en journalisten die die kant op gaan, merken wij als we een trip naar het getroffen gebied proberen te organiseren. Gelukkig hebben we nog een plekje kunnen bemachtigen. We zullen eerst per vliegtuig vertrekken en dan het laatste stuk naar Leyte met de boot afleggen met als eindbestemming de zwaar getroffen stad Ormoc. Het zal mijn eerste ervaring worden om te werken in zo´n zwaar getroffen gebied. We zullen genoeg voedsel en water moeten inslaan, want daar kunnen we natuurlijk niets krijgen. In de getroffen steden zijn soms tot 80 procent van de huizen totaal van de aardbodem verdwenen. We nemen daarom een tent mee, met een matje en een slaapzak om in ieder geval een dak boven ons hoofd te hebben. Iets wat aan veel Filipijnen in het getroffen gebied niet is besteed. Gister werden ze ook nog eens geteisterd door zware regenval door de storm Zoraida. Ik zie foto´s van al die ravage en al die lichamen, die er vaak nog liggen. Het leven moet op het moment een hel voor ze zijn.

BLOG 1 Tyfoon Filipijnen
(maandag 11 november 2013)

Na twee dagen non-stop de pers te woord te hebben gestaan over de tyfoon die afgelopen weekend over de Filipijnen raasde, mag de telefoon even uit. Want ik vertrek naar Manilla om het getroffen gebied te bezoeken. Mijn eerste ervaring met een natuurramp. Bellen is in het vliegtuig verboden, dat vind ik even helemaal niet erg. De eerste uren van de vlucht slaap ik om in het juiste ritme te komen. Daarna start ik met de voorbereiding op de reis. Ik heb van de collega’s in den Haag een pak papier meegekregen over de Filipijnen. Over de geschiedenis, hoe het land er nu voor staat, activiteiten van het Rode Kruis, veel informatie over tyfoon Haiyan en de risico’s voor hulpverleners in het land. Het is even schakelen na de verwoestende oorlog in Syrië waar ik net vandaan kom, om nu te belanden in de Filipijnen waar de gevolgen van de natuurramp desastreus zijn. In beide landen veel, heel veel slachtoffers, gewonden en doden, maar de omstandigheden zijn totaal anders.

Bij aankomst op Filipijnse luchthaven in Manilla, zegt de douanier tegen mij: “U bent van het Rode Kruis zie ik. Zo goed dat u er bent. Mijn familie woonde ook in het getroffen gebied. Communicatie met hen is onmogelijk, dus we weten niet of ze nog in leven zijn.” Vier andere douaniers blijken in hetzelfde schuitje te zitten. “Er is zoveel hulp nodig, dat is met geen pen te beschrijven.” Ik ben nog nooit zo met open armen ontvangen in het buitenlands als deze keer, helaas is de reden waarom diep triest. De impact van deze ramp is enorm, dat is mij in één klap duidelijk. Ik verwijs ze door naar het Rode Kruis, waar mensen zich kunnen melden als ze een familielid kwijt zijn. De hulporganisatie kan dan via de 100 lokale afdelingen op de Filipijnen deze mensen opsporen. Ze bedanken me en wensen me sterkte.

Tijdens het wachten op de bagage lees ik mijn mail. Een goed bericht van de samenwerkende hulporganisaties (SHO): ze hebben besloten om gezamenlijk actie te gaan voeren voor de slachtoffers van de tyfoon door giro 555 te openen. Hopelijk gaan we samen veel geld ophalen, zodat we de miljoenen getroffenen een helpende hand kunnen bieden. Dat er gigantisch veel nodig is, blijkt wel uit de cijfers van de regering. Op de Filipijnen wonen zo’n 95 miljoen mensen, 9,5 miljoen daarvan zouden zijn getroffen door de ramp. Vooral in het midden van het land waar het de oog van de orkaan overheen raasde, zijn de problemen haast niet te overzien. Hoe groot de ramp is, is nog moeilijk te bepalen. Ook de berichten over het aantal doden varieert van een paar honderd tot meer dan tienduizend. Het precieze aantal weten we niet, maar dat het er heel veel zijn weten we wel.

Op de luchthaven staat mijn Nederlandse collega Naroesha Jagessar me op te wachten. Samen gaan we naar het huis van Suzanne Damman, de Nederlandse Rode Kruiser die is uitgezonden naar de Filipijnen. In normale omstandigheden werken zij aan een aantal rampenvoorbereidingsprojecten. Het eilandenrijk wordt immers regelmatig getroffen door orkanen en aardbevingen. Er is veel mogelijk om de schade te beperken en zelfs mensenlevens te redden. Door bijvoorbeeld te oefenen met evacuaties en te zorgen voor voldoende veilige schuilplekken. Dat dit effectief is, is ook dit keer weer gebleken. Helaas had deze tyfoon zo’n kracht dat daar niets of niemand tegen bestand bleek.

De collega’s praten me snel bij over het laatste nieuws, want het radioprogramma Villa VPRO wil me telefonisch interviewen en later op de avond Nieuwsuur en Met het Oog op Morgen. Het Filipijnse Rode Kruis en zijn 200.000 vrijwilligers op de 7000 eilanden zijn 24 uur per dag bezig om de mensen te helpen met medische hulp, bloedtransfusies en noodhulp, zo vertellen ze me. Steeds meer hulpgoederen en hulpverleners bereiken het getroffen gebied. Mede dankzij de helikopters van het leger, die we mogen gebruiken. Tegelijkertijd zijn grote delen van het land nog steeds totaal onbereikbaar doordat de wegen vol liggen met bomen, afval, omgewaaide auto’s en lijken. Rijden is normaal al lastig, zegt Suzanne, die regelmatig hulpverleningsprojecten in het land bezoekt. Meestal moet je eerst vliegen, dan met de auto en soms ook nog met de boot en een stuk lopen om ergens te komen. Normaal is het al lastig, laat staan nu. Wel een klein lichtpuntje vandaag: de weg naar het zwaar getroffen Tacloban is weer open. 13 vrachtwagens met hulpgoederen komen daar morgen vroeg aan met water, voedsel, medicijnen, tentdoeken en andere hulpgoederen. Nu maar hopen voor het Rode Kruis en andere hulporganisaties dat die toegang snel wordt verkregen. Ook veel Nederlandse journalisten wachten in Manilla op toegang tot het getroffen gebied. Ze vragen me om te bemiddelen. Morgen maar eens zien wat ik voor ze kan doen. Het is immers belangrijk dat Nederlanders zien hoe groot het drama is op de Filipijnen.

Deze blog bevat de persoonlijke impressies en ervaringen van Merlijn Stoffels, woordvoerder van het Nederlandse Rode Kruis. Deze blog geeft niet het standpunt weer van onze zusterorganisatie, de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen of het Internationaal Comité van het Rode Kruis, noch het officiële standpunt van het Nederlandse Rode Kruis zelf.

​​

Foto