Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Hulp wereldwijd Onrust in het Midden-Oosten Geweld in Syrië Blog vanuit Syrië Dag 2: 60% werkeloos

Dag 2: 60% werkeloos


Tot mijn verrassing is de ontbijtzaal leeg , met stof op de tafels. Vorig jaar was hier nog een uitgebreid buffet. Ik vraag bij de receptie waarom. Er zijn simpelweg te weinig gasten is het antwoord. Nu serveren ze het ontbijt alleen nog in de hotelkamer. Na het ontbijt lopen we van het hotel naar het Rode Kruis kantoor. Ook te voet moet je je legitimeren bij de wegversperring.  Na een veiligheidsbriefing vertrekken we naar Jaramana. We bezoeken een kliniek, een ambulance post, een distributiecentrum van de Syrische Rode Halve Maan (SARC) en een opvang centrum opgezet in de catacomben van een voetbalstadion. Ook laten we ons bij het regiokantoor bijpraten over de situatie in Rural Damascus, waar de hulpverlening wordt gecoördineerd in het gebied tussen Damascus en Irak en Jordanië.

Uit de gesprekken met de hulpverleners blijkt hoe gedreven ze zijn. De meeste vrijwilligers maken  werkdagen van 12 uur. Alleen de medische hulpverleners mogen maximaal 8 uur werken. Hun werk is te zwaar. Ze rijden met ambulances naar de plekken waar wordt gevochten om de slachtoffers van geweld te helpen. Omdat veel klinieken en ziekenhuizen niet meer bereikbaar zijn, omdat de wegen te gevaarlijk zijn, helpt SARC met mobiele klinieken de mensen in acute nood bijvoorbeeld bij een hartaanval, zwangere vrouwen. Ook zorgen ze dat de mensen die een chronische ziekte de medicijnen krijgen die ze nodig hebben. Dat is vaak van levensbelang. Tot slot geven ze voorlichting om uitbraak van ziektes te voorkomen. Ze zien dat nu door gebrek aan hygiëne en voedsel steeds vaker gebeuren. Bijvoorbeeld luizen en schurft. Maar ook het aantal patiënten met hepatitis A en Leishmaniasis is flink toegenomen.

De hulpverleners van SARC maken zich grote zorgen over het gigantische tekort aan voedsel- en hygiëne pakketten. In Rural Damascus zijn meer dan 1 miljoen door SARC geregistreerde vluchtelingen. Slechts 20% daarvan krijgen op dit moment voedselhulp. Het aantal mensen dat matrassen, dekens en zeep ontvangen is  nog veel kleiner. Terwijl het aantal vluchtelingen naar het gebied alleen maar blijft toenemen . In de volle wachtkamer van de SARC kliniek zitten veel kinderen met ondervoedingsklachten. De dokter vertelt dat ze dag veel kinderen onwel zijn geworden en flauwvallen, door het gebrek aan eten. Niet alleen de kinderen lijden hieronder, een moeder vertelt me dat onvoldoende borstvoeding heeft om haar tweeling te voeden.

De hulporganisaties concentreren zich op dit moment vrijwel alleen op de vluchtelingen, omdat daar de nood het grootst is. Er is daarnaast nog een vergeten groep; de werkelozen. Door het aanhoudende geweld is heeft inmiddels zo’n 60 procent van de bevolking geen werk. Ze hebben hun winkels en bedrijven moeten sluiten omdat de aanvoer van spullen zo goed als onmogelijk is geworden. Of omdat ze werkten in winkels en bedrijven die nu vernietigd zijn. Deze groep komt niet in aanmerking voor hulp, terwijl de problemen voor hen ook levens groot zijn. Zelfs die mensen die in staat waren lokaal geld in te zamelen voor opvang van vluchtelingen via lokale initiatieven, kunnen dat niet meer betalen. De voedselvoorziening is inmiddels zo schaars dat de pakketten met twee of drie andere families gedeeld moeten worden vertellen de hulpverleners. Terwijl het daarvoor al niet genoeg was. Uit de gesprekken met de vluchtelingen blijkt hoe schrijnend de situatie is. Ze hebben niet alleen huis en haard moeten verlaten, sterker nog gezinnen die wij spraken zijn 3 tot 4 keer van opvangvangplek gevlucht door geweld dat zich steeds uitbreidde, en zijn in veel gevallen volledig afhankelijk geworden van hulp die er niet voldoende is en voorlopig ook niet gaat komen. Ze voelen zich in de steek gelaten door de rest van de wereld.