Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Hulp wereldwijd Onrust in het Midden-Oosten Geweld in Syrië Blog vanuit Syrië Dag 5: Stille kracht

Dag 5: Stille kracht


Op de valreep nog een bezoek aan de collega’s van het Internationale Rode Kruis (ICRC) voordat we vertrekken uit Syrië. De hulpverleners zijn erop getraind om in de meest gevaarlijke situaties in oorlogsgebieden te kunnen werken. Als we aan komen lopen staat een colonne Rode Kruis auto’s met logo’s en vlaggen klaar om te vertrekken. Een indrukwekkend gezicht. De hulpverleners laden de laatste hulpgoederen in. Ze gaan vandaag een bezoek brengen aan Zakyah en Der Ghabia waar de afgelopen dagen flink gevochten is. Zo’n 30.000 mensen uit deze steden zijn naar het nabijgelegen Al Kiswah gevlucht. In die stad zaten al 40.000 vluchtelingen. Het team gaat kijken wat er nodig is in de steden en hulpgoederen brengen.

Binnen worden we bijgepraat over het werk van het Rode Kruis. Ze vertellen me dat de vrachtwagens af en aan rijden over de frontlinies naar oppositiegebieden, maar ook in de regeringsgebieden. Want ook daar zijn de noden gigantisch. Alleen in Damascus en “Rural Damascus” zijn al 1.5 miljoen vluchtelingen. De hulpverleners tekenen voor ons op de landkaart van Syrië wie waar aan de macht is. Wat opvalt is dat er niet een duidelijke grens is tussen beide gebieden. De meeste steden zijn in handen van de regering Assad. De gebieden daaromheen in handen van de oppositie. Met de groene stift tekent de Rode Kruis collega allemaal rondjes op de kaart. Dat zijn oppositie gebieden midden in regeringsgebied. Als convooien bijvoorbeeld naar Aleppo willen om hulpgoederen uit te delen moeten ze steeds weer ‘grenzen’ oversteken. Daarvoor is toestemming van alle strijdende partijen nodig. Geen makkelijke opgave als je je bedenkt dat er tientallen, zelfs honderden groepen zijn waarmee je in de hulpverlening te maken krijgt als je door het land reist. De hulpgoederen worden vervoerd naar de  86 kantoren van de Syrische Rode Halve Maan en van die opslagplaatsen verspreid over de rest van het land. De 11.000 vrijwilligers registreren de vluchteling en delen de hulpgoederen uit. Overigens niet alleen van het Rode Kruis, maar ook van bijvoorbeeld Unicef en andere hulporganisaties. Een enorme operatie en een geoliede machine, waarbij politieke voorkeur en afkomst geen rol spelen. Iets om trots op te zijn vind ik.

Het is tijd om terug te keren naar Libanon en morgen naar Nederland. Het klinkt misschien gek, maar ik ben een beetje bedroefd om weg te gaan. Zoveel te doen hier. Mijn handen jeuken om te blijven en echt te gaan helpen. Ik mag van de directeur van de Syrische Rode Halve Maan alleen blijven als ik met de hand drie vrachtwagens met hulpgoederen kan lossen. Die uitdaging sla ik maar even af. Ik weet ook dat mijn taak niet hier ligt, maar in Nederland om de mensen te overtuigen van het drama dat zich afspeelt in Syrië. Het geld dat we hebben gekregen via de Giro 555 campagne, SOS Syrië, heeft het Rode Kruis nu al volledig uitgegeven. Er zijn nog miljoenen en miljoenen euro’s nodig. Na deze reis kan ik niet anders dan de conclusie trekken dat we de slachtoffers van het geweld, die niet gevraagd om dit conflict, moeten helpen. We moeten voorkomen dat deze catastrofe nog meer slachtoffers gaat eisen. De Syriërs verdienen een steun in de rug in deze zwarte periode in hun leven. Aangekomen in Beirut staat mijn telefoon geen moment stil. Allemaal journalisten die ons verhaal willen horen. Morgen bijten we de spits af bij Paul de Leeuw. Gelukkig zijn we niet de enige die zien dat het hier totaal uit de hand loopt en dat niets doen geen optie is. Ineens realiseer ik me hoe rustig het hier is, geen geluid van mortiergranaten. Ik voel een spanning van me afglijden en besef dat miljoenen Syriërs niet de kans hebben de dagelijkse angst te ontvluchten.

Wat rest is het antwoord op de vraag die ik mezelf stelde toen ik vertrok naar Syrië. Is er nog wat over van de stille kracht van de Syriërs, de gedrevenheid en gastvrijheid. Ik kan deze vraag niet anders beantwoorden dan met een volmondig ja.