Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Hulp wereldwijd Onrust in het Midden-Oosten Geweld in Syrië Persoonlijke verhalen Batoul en Reem overleven door te helpen

Batoul en Reem overleven door te helpen

Sporten, en dan vooral zwemmen. Dat deed Batoul graag in haar vrije tijd. Tot de oorlog uitbrak en alles voorgoed veranderde. Alle vrije tijd van de 22-jarige Syrische rechtenstudente, is nu voor de slachtoffers van de Syrische burgeroorlog. Levens redden, lichamen bergen, pijn verlichten en troost bieden. Zo zien haar dagen en die van haar collega-vrijwilligers bij de Syrische Rode Halve Maan er nu uit.  “Alleen zo kunnen we de gruwelen van deze oorlog aan. Mensen helpen is onze manier van overleven.”

Op uitnodiging van het Nederlandse Rode Kruis zijn Batoul Nayouf (22) en Reem Samaan (38) naar Nederland gekomen om hier hun verhaal te doen. De berichten die ons hier bereiken, beperken zich vaak tot een grove situatieschets van de gewelddadigheden en grote noden waaronder de Syrische bevolking lijdt. Batoul en Reem weten met hun verhaal de oorlog die zo ver weg is, even griezelig dichtbij te brengen. De twee vrouwen zijn ingedeeld bij de Eerste Hulp teams die dagelijks met een ambulance uitrukken voor de slachtoffers van gevechten en explosies. Batoul: “Elke minuut kan je laatste zijn. Daar gaan we vanuit. Elke minuut is daarmee ook heel waardevol. In de ochtend neem ik uitgebreid afscheid van mijn moeder. We weten namelijk niet of we elkaar in de avond weer zullen zien.”

Dit extreme besef leeft niet alleen bij de hulpverleners van de Rode Halve Maan, die dáár naartoe snellen, waar iedereen juist vandaan vlucht. Het geldt voor elke Syriër. Elke dag, elk moment. “Het klinkt gek, maar het went. Wij Syriërs staan bekend als een flexibel volk. We voegen ons naar de situatie en proberen zo veel mogelijk door te gaan met de gewone dagelijkse dingen”, verklaart Batoul. Reem bevestigt dit. Naast haar werk bij de Rode Halve Maan, is ze onderwijzeres Arabische letterkunde aan een middelbare school in de hoofdstad Damascus. “Elke dag opnieuw proberen jongeren naar school te komen, om maar zo normaal mogelijk hun leven te leiden. Dit geeft houvast, maar vergt ook moed, want velen komen van ver, ook vanuit gebieden waar hevig gevochten wordt.  Te vaak hoor ik dat een van mijn leerlingen het niet gered heeft. Omgekomen bij een explosie of gericht gedood door een sluipschutter.”

batoul.jpg

Batoul: "Niet zelden zijn we doelwit van sluipschutters." 

Doelwit

De hulpverlening van de Syrische Rode Halve Maan, dwingt veel respect en bewondering af. Met gevaar voor eigen leven helpen de vrijwilligers zo veel ze kunnen. Ook in de gebieden waar hevig gevochten wordt. Dit vergt moed, maar ook diplomatieke vaardigheden. Als onderdeel van de Rode Kruis-beweging, is de Syrische Rode Halve Maan onpartijdig. Of zoals Reem schetst: “ik vraag niet: ‘bij welke partij hoor jij.’ Of: ‘welk geloof hang jij aan?’ Ik vraag: ‘hoe kan ik je helpen?’” Die onpartijdigheid moet continu onder de aandacht worden gebracht bij de strijdende partijen. Over de hele wereld is dat de Rode Kruis boodschap: ‘we kiezen geen partij. Laat onze hulpverleners hun werk doen.’ De praktijk ligt ingewikkelder. Batoul: “We hebben al veel collega’s verloren. Ze werden slachtoffer van beschietingen of explosies terwijl ze hulp verleenden. Niet zelden zijn we doelwit van sluipschutters. Dat maakt het werk erg gevaarlijk. En moeilijk. Een keer moest ik collega’s achterlaten die letterlijk in de vuurlinie terecht waren gekomen. Ze hadden geen plek om te schuilen of zich te verbergen. Ik kon ontkomen, maar moest hen achterlaten.” Geoefende spreker als ze is, doet de jonge vrouw geroutineerd haar relaas. Maar de droevige blik in haar ogen verbergt haar verdriet niet. “Wanneer een explosie plaatsvindt, weten we dat binnen korte tijd een tweede volgt. Toch gaan we dat gebied in. In de wetenschap dat het onze dood kan betekenen. Maar er zijn gewonden die onze hulp nodig hebben. Doden die geborgen moeten worden. Dat is ons werk en onze manier om zin te geven aan het leven in deze verschrikkelijke oorlog.”

reem.jpg 

Reem: " Ik vraag niet: bij welke partij hoor jij. Ik vraag: hoe kan ik je helpen?”

 Onverdraaglijk

Hun enorme gedrevenheid brengt de hulpverleners ook in emotioneel moeilijke situaties. Weerloze mensen die gewond raken in een gevecht. Bejaarden, kinderen, gehandicapten. Huilende moeders bij het dode lichaam van hun kind. Reem: “Dat went nooit. We moeten ermee om gaan. Maar het went nooit.” Een geëmotioneerde Batoul: “Ik vind het vooral onverdraaglijk wanneer we een overledene niet kunnen identificeren. Een paar dagen geleden nog namen we een jongen in de ambulance mee. Hij was een jaar of dertien en zwaar gewond. Hij kon ons niet meer vertellen wie hij was of waar hij vandaan kwam. Ik weet zo goed als zeker dat hij inmiddels is overleden. Op dit moment wacht zijn moeder ergens op hem. En we kunnen haar niet eens vertellen dat haar zoon niet meer leeft, want we weten niet wie hij is.” Hoe kunnen de hulpverleners onder omstandigheden van gevaar,  verlies en onmetelijk verdriet toch elke dag opnieuw weer hun werk doen? “We redden levens. We verzachten het leed van veel mensen. Soms alleen al met een glimlach of troostende woorden, wanneer bijvoorbeeld na een explosie de schrik er enorm inzit. Dat maakt dat we elke dag opnieuw ons uniform weer aantrekken en dit werk doen”, besluiten beide vrouwen.

Na een verblijf van 5 dagen in Nederland en vele presentaties en interviews verder, vertrekken Batoul en Reem terug naar hun vaderland. Een moeilijk contrast? “Ik kan niet wachten om terug te gaan”, reageert Batoul. Ik mis mijn uniform en het geluid van de sirenes. We hoorden op het nieuws dat er weer twee explosies zijn geweest, dit keer in Damascus. We moeten terug. We zijn hard nodig.”

 

reem.jpg