Het logo van het Nederlandse Rode Kruis.
Zoeken.
Home Hulp wereldwijd Onrust in het Midden-Oosten Geweld in Syrië Persoonlijke verhalen Paul Rosemöller in Syrië

Paul Rosemöller in Syrië

Ruim een jaar na het begin van de opstand is de situatie in Syrië nog steeds schrijnend. Hulpverleners doen wat ze kunnen onder vaak gevaarlijke omstandigheden. Paul Rosemöller, bestuurslid van het Rode Kruis, bezocht de hoofdstad Damascus: “Onze vrijwilligers zijn echt helden. Ze leggen hun leven in de waagschaal om gewonden te helpen en vluchtelingen van voedsel en medicijnen te voorzien.”

Het is ruim een jaar geleden dat de opstand in Syrië begon. Al die tijd demonstreren en vechten Syriërs tegen het regime van president Bashar al-Assad. De gevolgen voor de bevolking zijn enorm. Duizenden burgers zijn gedood. Een miljoen Syriërs hebben noodgedwongen hun huis moeten verlaten. Het Rode Kruis helpt gewonden en voorziet de getroffen bevolking van voedsel, medicijnen en huishoudelijke materialen.

Solidariteit

Rosemöller: “Wat opvalt, is dat de solidariteit onder de Syriërs groot is. Er zijn in de hoofdstad geen vluchtelingenkampen. De vluchtelingen krijgen meestal onderdak bij familie, vrienden of kennissen. Ze leven vaak al maanden met acht tot tien mensen in een kleine ruimte. Veel vluchtelingen hebben geen geld. In Damascus is het door het grote aantal vluchtelingen en de slechte economie moeilijk om geld te verdienen. De vluchtelingen zijn daardoor grotendeels voor overleven afhankelijk van hun gastgezinnen en de hulp van het Rode Kruis. De vluchtelingen die wij spraken hebben tekort aan alles, zoals voedsel, matrassen, dekens, kookmaterialen, medicijnen en medische hulp.”

 

Leven in angst

 
“De vluchtelingen leven in angst. Uit onze gesprekken blijkt hoe heftig de strijd is. Allemaal zijn ze een of meerdere familieleden kwijtgeraakt. Indrukwekkend is de gedrevenheid van de duizenden jonge vrijwilligers van de Rode Halve Maan. Ze zijn dag en nacht in de weer om vluchtelingen en gewonden helpen. De vrijwillige dokters en verpleegkundigen hebben het afgelopen jaar in en om de brandhaarden al duizenden gewonden geholpen. Soms ter plekke in de mobiele klinieken of vaak ook in ambulances. Veel gewonden durven niet naar het ziekenhuis, uit angst daar opgepakt te worden.”

 

Overal kogels

“De ambulances met de vrijwilligers rijden nu al een jaar lang af en aan in de getroffen steden. De vrijwilligers lopen daarbij grote risico’s, want de kogels vliegen hun regelmatig om de oren. Tijdens de missie naar de getroffen steden moeten ze soms uit de auto vluchten omdat het te gevaarlijk is om op straat te blijven. Ze opereren op het randje van wat het Internationale Rode Kruis nog veilig acht. De strijdende partijen hebben geen respect voor het embleem. Het betekent wereldwijd: ‘Niet schieten’. Het geeft de hulpverleners in Syrië nu weinig bescherming. Twee medewerkers zijn tijdens hun werk omgekomen. Een aantal anderen raakte gewond. Het Rode Kruis vraagt al langer om een staakt het vuren van een paar uur per dag om veilig hulp te kunnen verlenen. Tijdens de dagen dat we er waren, was het inderdaad even wat rustiger. Maar het geweld laait steeds weer op.”

Hulpverlening tot nu toe

“Het Rode Kruis is de enige hulporganisatie die in de bezette gebieden mag opereren. Maar het werk is wel bijzonder lastig. Soms is er dagen geen toegang tot belegerde gebieden. Toch hebben duizenden hulpverleners van het Rode Kruis heel veel Syriërs bereikt met hun hulp. Meer dan 200.000 mensen konden afgelopen periode rekenen op medische hulp, voedsel en medicijnen.”