Word vrijwilliger Doneer

Afscheid van bevlogen Rode Kruis-ambassadeur Eric Corton

Geplaatst op: 14 november 2019

Na zijn eerste reis met het Rode Kruis stelde Eric Corton zichzelf voor de keuze: of dit nooit meer, of voor de volle honderd procent. Gelukkig heeft hij voor het laatste gekozen en is hij 15 jaar de bevlogen Rode Kruis-ambassadeur geweest. Nu stopt hij. “Het was overweldigend, gruwelijk en verdrietig.”

Waarom stop je als ambassadeur?

“Voor noodhulp, waar het Rode Kruis voor staat, is veel flexibiliteit vereist. Op het moment dat er iets gaande is, moet je weg kunnen. Vanuit mijn werk bij 3FM was dit wat makkelijker. Dat is nu, als volledig zelfstandige, lastiger geworden. Ook houd ik ervan om echt de diepte in te gaan met een verhaal. De wereld is daarin veranderd. Het moet korter, de boodschap moet sneller. Ik ben toch meer van de langere verhalen. Mijn actieve rol als ambassadeur voelt daarom voor mezelf na 15 jaar niet meer passend. Wel zal ik voor altijd, op wat voor manier dan ook gelieerd blijven aan het Rode Kruis.”

Waar is het allemaal begonnen?

“Tijdens de eerste 3FM Serious Request-editie werkte ik als radio-dj bij 3FM. Veel commerciële zenders bedachten rond de kerstdagen ludieke acties, zoals een jaar lang gratis benzine of shoppen in Londen. Als publieke omroep wilden we iets maatschappelijks doen. Zo is de aandacht ontstaan voor ‘stille rampen’. Rode Kruis werd gekozen als partner en we haalden geld op voor een noodhospitaal in Darfur.”

“‘Dan moet er daar ook verslag gedaan worden,’ werd toen geopperd. En toen kwam ik in beeld. Een paar weken later stond ik middenin een overvol vluchtelingenkamp in Tsjaad, aan de grens met Darfur, in de meest afgrijselijke omstandigheden die je kunt bedenken. Amper voedsel, slechte hygiënische omstandigheden. Daar stond ik dan met mijn satelliettelefoon om verslag te doen. Voor ik me goed realiseerde wat er gebeurde, boden wanhopige ouders op dag één al hun kinderen aan. Het was zo overweldigend, zo gruwelijk en verdrietig. Op dat moment dacht ik: of dit soort reizen nooit meer, of ik zet me hier voor de volle honderd procent voor in.”

Eric
Eric in Centraal-Afrikaanse Republiek

En nu zijn we 15 jaar verder. Dat doet wat met je als mens lijkt me?

“Het gaat je zeker niet in de koude kleren zitten, maar mijn emoties, verdriet of woede doen tijdens zo’n reis niet ter zake. Want het is niet mijn verhaal. En hun tranen zullen nooit mijn tranen worden, want de situatie waarin zij leven kun je je niet eens voorstellen. Voor hen is het de realiteit waar ze niet uit komen. Ik stap vervolgens na twee weken weer in het vliegtuig of de auto. Daar ben ik mij altijd ten volle bewust van geweest.”

“Tijdens zo’n reis kon ik hun verhalen vastleggen en naar Nederland brengen, zodat zij weer van de meest basale dingen worden voorzien zoals schoon water, eten, medicatie en een dak boven hun hoofd. Stuk voor stuk verhalen van mensen die zelf ook niet om die situatie gevraagd hebben. Dat doet me zeker wel wat hoor, en nog steeds. Ik heb ook nu nog steeds contact met mensen.”

Met wie heb je nog contact?

“Tijdens mijn reis naar Kenia ontmoette ik Rosemary. Ik was daar in 2008 voor het eerst, net na een gewelddadige periode vlak na de verkiezingen. Twee bevolkingsgroepen gingen ineens de strijd met elkaar aan, waardoor mensen op de vlucht moesten. Zo moesten 22.000 mensen welgeteld 2 kilometer van hun ouderlijk huis ineens op een open terrein net buiten de stad onder dekzeil slapen. Hun huizen waren in de fik gestoken of ingenomen door anderen. In dat provisorische kamp ontmoette ik Rosemary en haar kindjes.”

Eric
Eric in Kenia

“De omstandigheden waren echt afgrijselijk. Rosemary zat met een baby aan de borst, terwijl ze door de stress geen borstvoeding meer kon geven. Ze had nog een dochter van 6 jaar, die eigenlijk naar school moest, maar dat kon niet meer en nog een oudste dochter die intern op haar school woonde en daar gelukkig onderdak had. Er heerste schurft in het kamp en er was niks te eten. Doordat de latrines op een heuvel stonden en overliepen, stroomde de ontlasting gewoon langs de tenten. Ze hadden doorweekte dekens. Het was echt verschrikkelijk. Ik heb in één keer in al die jaren dat ik gereisd heb besloten iets vanuit persoonlijke titel te doen en dat heb ik voor Rosemary gedaan. Ik heb haar uit dat kamp kunnen halen en gezorgd dat ze weer een eigen plek kon huren. De afgelopen 11 jaar heb ik haar ondersteund, zodat de kinderen naar school konden. En dat is gelukt. De oudste heeft net de universiteit afgerond in Nairobi, die andere twee gaan allebei nog naar school en Rosemary heeft een baan als schoonmaker in het ziekenhuis. Ze kan inmiddels zelf rondkomen. Ik bezoek haar nog regelmatig.”

“Mijn toenmalige chauffeur John, die ik daar leerde kennen, is een van mijn beste vrienden geworden. Samen met hem heb ik een boerderijtje. Hij woont daar met zijn gezin en ik heb een klein gedeelte waar ik kan verblijven met mijn gezin. We gaan er regelmatig heen. Dan ga ik schrijven, kippen voeren, mais oogsten, dat soort dingetjes.”

Hebben we veel verschil kunnen maken in de wereld?

“Je moet niet verwachten dat je voor wereldvrede kan zorgen, dat is onzin. We hebben op grote schaal niets opgelost, want daar zijn andere krachten voor nodig. Veelal zijn dit politieke kwesties en hier kan het Rode Kruis niets aan veranderen. Maar tegelijkertijd zie ik dat het Rode Kruis een groot verschil maakt voor individuen. Dat is waar het Rode Kruis en die miljoenen die er zijn opgehaald wel degelijk verschil hebben gemaakt.”

“Mensen die door hulp van het Rode Kruis wél overleefd hebben. Kinderen die niet een leven van misbruik in weeshuizen tegemoet zijn gegaan, maar daadwerkelijk herenigd zijn met hun familie. Op klein menselijk niveau kunnen we epidemieën inperken, malaria bestrijden en hulp bieden aan slachtoffers van natuurgeweld. Er is echt wel degelijk veel gedaan.”

“Dat de organisatie voor het grootste deel bestaat uit mensen die vrijwillig deelnemen om de wereld een beetje beter te maken, vind ik bijzonder. Artsen en hulpverleners die op de meest afgrijselijke plekken werkzaam zijn. Ze horen de meest gruwelijke verhalen en toch geloven ze nog in het goede van de mens en dat we dingen kunnen veranderen. Het feit dat het Rode Kruis voor een groot deel op vrijwilligers draait, maakt dat de hulp van het Rode Kruis altijd bij jou om de hoek is. Dat is echt de kracht van de organisatie: ze zijn er als eerst en ze gaan als laatste -of soms zelfs nooit- weg.”

Eric
Eric in Malawi

Voelt het ook echt als afscheid?

“Ik blijf altijd met mijn hart aan het Rode Kruis verbonden. Deze organisatie heeft mij nieuwe werelden laten ontdekken en ongelooflijk veel geleerd. Daar ben ik het Rode Kruis echt dankbaar voor. Daarbij heb ik met eigen ogen gezien hoe de projecten over de wereld ongelooflijk veel verschil maken voor mensen. Deze organisatie heeft altijd een speciaal plekje in mijn hart. Het was mooi hier onderdeel van te zijn.”