Twente
Word vrijwilliger Doneer

“Ik heb nooit iets zelf verdiend, we hebben het met elkaar gedaan.”

Geplaatst op 12 juni 2024

In september wordt ze 85 jaar en daarmee is Mw. Carolien Konings de oudste, actieve vrijwilliger in Twente. Wie iets wil weten over de geschiedenis van het Rode Kruis, moet bij haar zijn want Mw. Konings heeft zowat elk denkbare functie uitgeoefend en ze zit vol levendige verhalen. Op haar 17e haalde ze haar EHBO-diploma in Bergen op Zoom. Zo kon ze in de glasfabriek waar ze werkte, helpen bij de vele ongelukjes die er gebeurden–én bij haar handbalvereniging hadden ze iemand nodig die EHBO kon verlenen. Mw. Konings: “Een opleiding kon je alleen bij het Rode Kruis doen. Wilde je het verlengen dan moest je weer terug en zo ben ik blijven hangen.”

67 jaar blijven hangen doe je niet zomaar. Het was de mooie, actieve afdeling van Enschede en de hechte groep vrijwilligers die Mw. Konings altijd veel werkgeluk heeft gegeven. Tegelijkertijd heeft ze van huis uit een sterk sociale inslag meegekregen. “We woonden in Bergen op Zoom in een volksbuurt en dan krijg je toch een bepaalde grondslag mee. Er werd weliswaar vaker onderling gevochten maar iedereen stond ook voor elkaar klaar. Als iemand ziek was ging je ernaar toe met een pannetje soep of een ei. Als iemand zoveel jaar getrouwd was, ging de hele buurt in optocht, met de pastoor voorop, een kadootje brengen. En als iemand overleden was, werd daar maandenlang rekening mee gehouden. Dat hadden wij wel voor op de betere buurten.”

“Mijn vader was socialist, hij kwam nooit in de kerk maar hij was strikt in de leidraad voor het leven: mensen niet beledigen, mensen helpen, dat soort dingen. Dat heeft voor mij veel meer waarde dan elke week in de kerk zitten. Het Rode Kruis is voor mij een soort leven van die menselijke waarden. Ik hou me aan de 7 grondbeginselen vast en als elke mens dat zou doen dan was er geen oorlog, dan waren we vredelievend, mensenlievend. Al zorg je maar voor 1 of 2 personen om je heen dan had je al die ellende van nu niet gehad, dan hadden we een ideale wereld.”

Juliana

Als meisje van 13 maakte Mw. Konings de watersnood uit 1953 bewust mee. Op school kregen zij en de andere meisjes naaiwerk om te maken voor de mensen van de watersnoodramp. Haar belangrijkste herinnering van toen is dat prinses Juliana (later koningin) bij het Rode Kruis-gebouw in Bergen op Zoom kwam en daar met kaplaarzen en een regenjas het rampgebied is ingegaan. Mw. Konings: “Dat heeft, denk ik, de basis gelegd voor ‘er moet meer zijn dan gewoon te leven, iets voor de medemens te kunnen betekenen’.”

Met 23 jaar ging jongedame Konings naar Twente. Haar vader bracht haar met de auto naar haar echtgenoot, die na anderhalf jaar werken bij de douane een eigen woning had gekregen. Na haar eerste bevalling haakte ze aan bij de afdeling Enschede. “Ik ontmoette daar de eerste keer een vrouw, Fransje de Jonge, en die zei in plat Twents “Ie voelt oe eige nie eel tuus he?”. Zij is een heel goede vriendin geworden en samen met de anderen trokken ze me door de eerste tijd heen want ik stikte van de heimwee. Je moet je voorstellen, hier waren nog geen andere huizen, alleen een weg met boerderijen en die boerengemeenschap, daar kwam je niet zomaar tussen. Ook een latere, moeilijke situatie door het overlijden van onze zoon, zou ik niet zijn doorgekomen zonder de enorme steun van mijn vrienden bij het Rode Kruis.” 

Verrijking

“Ik ben heel blij dat ik altijd bij het Rode Kruis ben gebleven. Wat me vooral aansprak was het sociale en de goede opleiding die ik heb gekregen want die heb ik mijn hele leven kunnen inzetten. Een opleiding van 250 uur in het ziekenhuis was in de jaren ’80 voorwaarde om mee te kunnen gaan met de Henri Dunant. Ze volgde de opleiding met plezier. Samen met een vast groepje van 7 uit Enschede heeft Mw. Konings meer dan 30 jaar steeds een week meegevaren of geholpen in diverse Rode Kruis-vakantiehuizen in binnen- en buitenland. “Ieder jaar gingen we met de boot mee, daarvoor leverde je 1 week vakantie in want ik werkte inmiddels voor de Thuiszorg. En dat deed iedereen. We hadden maar 2 weken vakantie maar die ene week, die was voor de Henri Dunant. Omdat wij zo’n goede opleiding vanuit het ziekenhuis hadden, kregen we de zwaarste mensen. Op een gegeven moment kreeg je dan ook gewoon een dip. Die kreeg iedereen, ook ik. Dan zorgden we samen dat die persoon een paar uur rust kreeg. Die dip kwam onvermijdelijk door de emotionele kant van het werk en door oververmoeidheid want we draaiden ook nachtdiensten. Maar we trokken elkaar erdoorheen. Het is wel iets wat in je rugzakje komt maar het heeft mijn leven enorm verrijkt.”

Actieve afdeling

De Henri Dunant-weken, de opvang van vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië begin jaren ’90, de vuurwerkramp in Enschede in 2000, het waren situaties die een grote indruk hebben achtergelaten. “Enschede was een hele mooie en actieve afdeling en we hebben samen heel veel EHBO-diensten gedraaid. Dat niet alleen, we deden veel aan rolstoel begeleiden, vakantieprojecten, kledingbeurzen, collecteren, Hulptulp verkopen, je kon het zo gek niet bedenken of Enschede organiseerde het. Ik heb op alle scholen pro-deo voorlichting gegeven. Heb als kaderinstructeur 41 jaar EHBO-lessen gegeven. In moskeeën ben ik geweest om het Rode Kruis uit te dragen, we stonden op standjes om het Rode Kruis te promoten, om nieuwe leden werven… Het zal wel niet meer uit kunnen maar het doet me zeer dat al het sociale is komen te vervallen. We zitten in een samenleving waar eenzaamheid een heel groot probleem is. Maar de mensen van ons die zich zo voor de ouderen van toen hebben ingezet met sociale activiteiten, waren plotseling overcompleet. Er was geen taak meer voor hen. Ik ben een van de weinigen die lichamelijk nog heel goed is en ik bezoek deze mensen nog allemaal.”

Leidraad voor het leven

Mw. Konings is zelf toch vrijwilliger gebleven, eigenlijk omdat een aantal ouderen haar vroeg om niet weg te gaan. Een jaar of 7 geleden wilde ze stoppen en ook recenter, maar een collega waarmee ze veel diensten draait, stelde voor samen te stoppen aan het eind van dit jaar. Dus dat gaat het worden. Ze zal tot dan nog wel diensten draaien maar ze heeft met de coördinator van Enschede afgesproken dat ze alleen bepaalde, sociale activiteiten wil blijven doen. “Deze tijd is onze tijd niet meer. De binding ontbreekt. Ik draai diensten en ik discrimineer niet, maar als ik met een jongere ben dan merk ik dat die een heel andere denkwereld heeft. Het heeft niet alleen met het leeftijdsverschil te maken, we zien elkaar heel wat minder dan vroeger omdat de EHBO-lessen anders worden georganiseerd.”

Weggaan bij het Rode Kruis is geen optie en daarom opteert Mw. Konings voor een bijzonder lidmaatschap. “Uiteindelijk is het Rode Kruis een leidraad door heel mijn leven geweest, ik was al bij het Rode Kruis toen ik mijn man leerde kennen, voordat we kinderen kregen. Het is voor mij gewoon als voor anderen het geloof is. Ik geloof ook, maar op mijn manier. Ik geloof dat elk geloof goed is. Alleen, hoe beleef je hem. Ze moeten mij niet aan het Rode Kruis komen. Ik hoop gewoon dat de normen en waarden van het Rode Kruis overeind blijven in de tijd waarin we nu leven.”

Natuurlijk heeft Mw. Konings allerlei onderscheidingen gekregen. Van Het Rode Kruis en ook van het Koningshuis. Ze blijft er heel nuchter onder. Ze loopt zeker niet te koop met haar onderscheidingen want zoals ze zegt: “Ik heb nooit iets zelf verdiend. We hebben het met elkaar gedaan en er is geen Rode Kruiser die iets alleen heeft kunnen presteren.”

Meest recente berichten