Afscheid van een bijzondere plek: Rode Kruis Utrecht zegt na veertig jaar vaarwel tegen de Koningsweg
15 september 2026
Als de deuren van de Koningsweg binnenkort definitief sluiten voor het Rode Kruis, verdwijnt er meer dan alleen een gebouw uit het Rode Kruis-landschap. Vrijwilligers Laurien en Rinus maakten er decennialang vriendschappen én herinneringen. In dit artikel blikken ze terug op die tijd: op de kolonne, het bijzonder vervoer, de watersnoodramp in 1995, en de vele feesten in het gebouw.
Beiden zijn al ruim veertig jaar verbonden aan het Rode Kruis in Utrecht en waren er vanaf het begin bij de Koningsweg bij. Rinus begon in 1970. Laurien werd acht jaar later vrijwilliger, na aansporing van haar moeder, die zelf ook actief Rode Kruiser is. Samen maakten zij verschillende verhuizingen mee: van de Lange Nieuwstraat naar de Groeneweg in Lombok, vervolgens naar de Verlengde Hoogravenseweg en uiteindelijk naar de Koningsweg. Maar hoewel de gebouwen veranderden, bleef één ding volgens hen altijd hetzelfde: de mensen.
“Het Rode Kruis was echt een tweede familie,” vertelt Laurien. “Je kwam elkaar niet alleen tegen tijdens inzetten, maar ook iedere week op de locatie. Daardoor ontstond er een sterke band.”

De Koningsweg was jarenlang het logistieke hart van het Rode Kruis Utrecht. Utrecht was in die tijd een van de meest actieve kolonnes van Nederland, vertelt Rinus. Het Utrechtse terrein stond vroeger vol met voertuigen, noodhulpmiddelen en technische voorzieningen.
“Dat werd soms zelfs het circus van dokter Herschel genoemd.” Dokter Herschel, internist in Utrecht, speelde een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de hulpverlening. Onder zijn leiding werd een indrukwekkende capaciteit opgebouwd: ambulances, materiaalwagens, tenten, veldkeukens en een grote groep vrijwilligers die altijd klaarstond. Lauriens moeder was staflid van die kolonne.
Vanuit Utrecht werden niet alleen evenementen ondersteund, maar ook landelijke calamiteiten. “We hadden eigenlijk alles in huis,” vertelt Rinus. “Wat nu op verschillende plekken georganiseerd is, stond toen gewoon hier.”
Een van de bijzonderste herinneringen van Rinus, is de hulp die hij verschafte bij de treinkaping bij de Punt in 1977. Vanuit Utrecht vertrokken vrijwilligers, voertuigen en materiaal om ondersteuning te bieden tijdens de langdurige gijzelingssituatie.
Rinus reed destijds onder meer met de keukenwagen en vervoerde medicijnen naar het gebied rond de trein. Vrijwilligers verbleven er wekenlang in tenten, samen met politie, militairen en andere hulpdiensten. “Je leefde daar eigenlijk in een kleine gemeenschap,” vertelt hij. “Iedereen had zijn taak en je deed wat nodig was.”

Ook de watersnood van 1995 staat in hun geheugen gegrift. Toen grote delen van het rivierengebied werden geëvacueerd, draaide het Rode Kruis wekenlang op volle kracht. Laurien was destijds actief als stafcoördinator hulpverlening. Naast haar gewone baan bij een bank werkte zij weken achter elkaar vrijwel dag en nacht voor het Rode Kruis. “’s Ochtends om 6 uur ging ik hiernaartoe om alles op te starten”, vertelt ze. En na het werk ging ik weer naar de Koningsweg 2 toe om te regelen, en diensten te regelen voor de avond en de nacht.”
Slapen was er amper bij, zegt Laurien. “Ik kwam om 1 uur thuis en om 5 uur, 6 uur stond ik weer op. We regelden de opvang van de mensen in de Bommelerwaard is leegstaande bejaardentehuizen en bij de ijsbanen. Mensen die nergens terechtkonden, werden in de Jaarbeurs in stapelbedden gezet. Dat deden we echt op de automatische piloot, maar we deden het samen, waardoor je het volhield.”
De inzet had ook een verdrietige kant. Tijdens die periode raakte teamleider Cees van Meel ernstig gewond bij een verkeersongeval terwijl hij onderweg was van een dienst. Een aantal maanden na het ongeval overleed hij. Dat maakte diepe indruk op de vrijwilligersgroep. “Op zulke momenten merk je hoe hecht je bent,” zegt Laurien. “Je zorgt niet alleen voor anderen, maar ook voor elkaar.”
Toch bestaan de herinneringen niet alleen uit calamiteiten. Misschien nog wel vaker denken Laurien en Rinus terug aan de sociale activiteiten, de feestjes die ze op de Koningsweg hebben beleefd. Jarenlang werden ouderen en mensen met een beperking vervoerd naar dagjes uit, vakanties en recreatieve activiteiten. Vrijwilligers begeleidden gasten naar de Keukenhof, dierentuinen of een vakantieweek met de Henri Dunant.
Ook binnen de vrijwilligersgroep werd veel georganiseerd. Feestavonden, jubilea, gezamenlijke klusavonden en spontane ontmoetingen in de garage of kantine. “Dan nam ik al twee dagen van tevoren vrij”, vertelt Rinus. “Om alles samen op te zetten, de banken aan de kant te schuiven.”
“De locatie leefde,” zegt Laurien. “Op maandagavond kwam je hier gewoon naartoe. Niet omdat het moest, maar omdat je erbij wilde zijn.”
Met de verhuizing naar de Vlampijpstraat breekt een nieuw hoofdstuk aan. Laurien en Rinus hopen vooral de verbondenheid mee te nemen naar de nieuwe locatie. “De hulpverlening blijft,” zegt Laurien. “Ik hoop ook de saamhorigheid te blijven vasthouden, tussen jong en oud, want juist die samenwerking vind ik zó leuk.”
Rinus knikt. “Gebouwen veranderen. Dat hebben we vaker meegemaakt. Uiteindelijk zijn het de mensen die het Rode Kruis maken.”
Dit verhaal is aflevering 1 in een serie: Veertig jaar herinneringen aan de Koningsweg. Aan RTV Utrecht vertelt Laurien nog meer over haar tijd op de Koningsweg, te bekijken op YouTube.