Midden-Nederland
Explosie in Utrecht: hoe schaalt het Rode Kruis op bij een incident?

Explosie in Utrecht: hoe schaalt het Rode Kruis op bij een incident?

Op 15 januari wordt Utrecht opgeschrikt door een grote explosie, met meerdere branden als gevolg. Welke stappen volgen op zo’n incident, waarbij het Rode Kruis meteen paraat moet staan?

15:35 uur: Een ongebruikelijke melding

Het is 15 januari, iets over half vier ’s middags, als er in het Teams-kanaal van het Incident Monitoring Team een ongebruikelijke melding binnenkomt: er is iets mis in het centrum van Utrecht.

Wat precies, dat weet incidentencoördinator Hilbert Klunder op dat moment nog niet, maar hij staat direct op scherp. Als blijkt dat het om een explosie in het centrum van Utrecht gaat, schaalt de Veiligheidsregio op naar GRIP 1, met de verwachting dat er mogelijk minimaal tien slachtoffers zijn.

Binnen no-time komt iedereen in actie. Het calamiteitenhospitaal gaat open, waarna Rode Kruis-vrijwilligers direct worden opgeroepen. Om 16.00 uur gaan de deuren open; enkele minuten later wordt ook het Noodhulpteam gealarmeerd. De eerste vrijwilligers zijn binnen twintig minuten aanwezig, en binnen 45 minuten is het noodhulpteam op locatie.

16:00: Vrijwilliger Brigitte wordt opgeroepen

Een van die vrijwilligers is Brigitte Carelse, in het dagelijks leven verpleegkundige in de thuiszorg. Ze is net bezig met haar laatste cliënt van de dag, als haar telefoon afgaat. Ze herkent het belsignaal meteen. “Voor oproepen van het Calamiteitenhospitaal heb ik een aparte ringtone ingesteld”, legt ze uit. “Ik nam op en hoorde: dit is géén oefening, maar een openstelling”, vertelt ze telefonisch. “Dat moment blijft altijd even hangen.”  Vrijwilligers worden via een belboom gealarmeerd en moeten direct aangeven of ze binnen een half uur aanwezig kunnen zijn. Brigitte besluit meteen: ze gaat. Rond 16.15 uur stapt ze in de auto. “Je stapt er eigenlijk blanco in,” vertelt Brigitte. “Je weet alleen dát het ernstig genoeg is om het Calamiteitenhospitaal open te stellen. Pas onderweg hoorde ik dat het om een explosie ging. Maar hoeveel slachtoffers, hoe ernstig, dat weet je niet.”

16:15: Flinke media-aandacht

Hilbert richt zich met de informatiecoördinator Esther Forcolin op de interne coördinatie. Ook de woordvoering gaat aan de slag. Bastiaan, woordvoerder van het Rode Kruis, ziet via pushmeldingen dat er iets ernstigs is gebeurd. “Je hoort die explosie en dan denk je meteen: dit kan iets zijn waar wij als Rode Kruis ingezet worden.” In de eerste fase is er vooral onzekerheid. “In het begin dachten we: dit kan heel groot zijn,” zegt Bastiaan. “Binnenstad, instortingsgevaar, mensen mogelijk nog in panden. Je weet het gewoon niet.” Juist die onzekerheid vraagt om zorgvuldigheid in de communicatie. “Een voorbeeld: de communicatie over het calamiteitenhospitaal, dat moet de Veiligheidsregio doen. Dat is niet aan het Rode Kruis.”

Toch staat de telefoon roodgloeiend. Media willen weten wat de rol van het Rode Kruis is, of er slachtoffers zijn, en of vrijwilligers beschikbaar zijn voor interviews. Maar hij probeert bewust de vrijwilligers uit de media te houden. “Zij moeten gewoon hun werk doen. Zij staan midden in het incident; interviews zijn dan niet de prioriteit.”

16:30: Aankomst in Calamiteitenhospitaal

Iets na half vijf komt Brigitte aan in het Calamiteitenhospitaal, waar ze wordt ingedeeld als teamleider. Dat betekent dat ze het aanspreekpunt is voor de coördinerend verpleegkundigen, de ‘rode petten’. Er volgt een korte briefing, maar veel vragen blijven nog open. Hoeveel slachtoffers worden verwacht? Wat is hun toestand? “In eerste instantie voelt het bijna als een oefening,” zegt Brigitte. “Er staan zoveel mensen klaar. Maar het verschil is dat je bij een oefening weet wat er komt. Nu weet je dat niet. Dat maakt het spannend.” De informatie komt mondjesmaat binnen, elk uur komen er updates van de situatie op straat. Teamleiders, zoals Brigitte, koppelen dat weer terug aan hun vrijwilligers. “De mensen ter plaatse zijn echt onze ogen en oren,” legt Hilbert uit. “Een scherm vertelt je niet hoe mensen zich voelen of wat er emotioneel gebeurt.”

Hilbert volgt de ontwikkelingen op de voet. Samen met Esther blijft hij de hele middag en avond in een videocall, die uiteindelijk zo’n vijf uur duurt. Ondertussen houdt hij de meldingen van de meldkamer nauwlettend in de gaten en heeft hij intensief contact met de teamleiders van het Rode Kruis ter plaatse en de hulpdiensten. “Er is constante afstemming.”

18:00: Afschaling

Uiteindelijk wordt één slachtoffer medisch behandeld en doorverwezen naar Medium Care. Low Care kan rond zes uur worden afgeschaald; niet veel later sluit ook Medium Care. Achteraf lijkt de inzet misschien groot in verhouding tot het aantal gewonden. Maar volgens Hilbert was de opschaling op dat moment absoluut noodzakelijk. “Als je de beelden terugziet van die straat in Utrecht, snap je heel goed waarom er meteen is opgeschaald. Niemand had je geloofd als je toen had gezegd dat het waarschijnlijk wel mee zou vallen.” Ook Brigitte ziet dat zo. “Je staat daar om te helpen, maar ergens hoop je natuurlijk ook dat er weinig slachtoffers zijn. En als dat dan zo blijkt te zijn, is dat alleen maar goed nieuws.”

The day after: Trots en vertrouwen

Uiteindelijk stonden er zo’n twintig vrijwilligers paraat in het Calamiteitenhospitaal. Het laat volgens Brigitte vooral zien hoeveel vrijwilligers alles laten vallen om anderen te helpen, ‘ongeacht het tijdstip’. “Het blijft me verbazen hoeveel mensen op een doordeweekse middag direct kunnen komen, als het echt nodig is” zegt Brigitte. “Dat merkte je ook bij de briefing. Iedereen accepteert zijn plek. Niemand discussieert. We doen het gewoon.” Hoewel het medische deel beperkt bleef, volgde de dag erna alsnog een intensieve inzet van Bevolkingszorg. Vrijwilligers gingen in gesprek met omwonenden die hun huis niet in mochten of zwaar waren geschrokken.

Voor Brigitte was dit haar tweede echte inzet in het Calamiteitenhospitaal. Het geeft vertrouwen. “Je weet nooit wat je de volgende keer aantreft. Maar ik weet nu wel: samen kunnen we dit.”