Serie: Hallo! Ik ben Michael, Rode Kruis-vrijwilliger in Oost-Nederland (4)
14 oktober 2026
Op 25 september 2026 oefenden vrijwilligers van Ready2Help, samen met Waterschap Rivierenland, op verschillende plekken hoe zij in actie komen bij een dreigende overstroming. Er werd geoefend met het leggen van zandzakken om een dijk te versterken. Voor zowel het waterschap als het Rode Kruis was de oefening een waardevolle gelegenheid om de samenwerking te testen, rollen te verduidelijken en belangrijke lessen te trekken voor een echte inzet.
Volgens Jan, Coördinator Dijkbewaking bij Waterschap Rivierenland, zit de grootste waarde van de oefening in het leren samenwerken voordat er daadwerkelijk sprake is van een noodsituatie.
“Het is belangrijk om elkaar nu, in de koude fase, te leren kennen als organisatie en te weten wat je van elkaar kunt verwachten. We weten nu dat we op de momenten dat het ertoe doet aanspraak kunnen maken op andere hulpdiensten, zoals het Rode Kruis.”
Bij hoogwater zijn de rollen helder verdeeld. Het waterschap is verantwoordelijk voor de technische uitvoering, zoals materialen, zandzakken en de inzet op de dijk. Het Rode Kruis ondersteunt met Ready2Helpers en zorgt ervoor dat deze veilig en effectief kunnen worden ingezet.
Ronny was als teamleider tijdens de oefening verantwoordelijk voor het begeleiden van de Ready2Help-vrijwilligers. Een Ready2Help-inzet vindt hij wel bijzonder. “Je weet vooraf niet wie er in je team zitten, welke vaardigheden ze hebben of wat hun verwachtingen zijn. Daarbij komt dat bij een Ready2Help-inzet de werkprocessen doorgaans onbekend zijn en je te maken hebt met onverwachte omstandigheden. Dat vraagt om voortdurend afstemmen met de ketenpartner, in dit geval het waterschap. Wat moet er gebeuren? Welke mensen zijn daarvoor nodig? En hoe blijft iedereen veilig werken?”
Tijdens de oefening bleek dat de verantwoordelijkheden duidelijk waren en dat beide organisaties elkaar goed aanvulden.
“De samenwerking was fijn,” vertelt Ronny. “We stemden goed met elkaar af en konden het onderscheid in taken helder houden. Dat ging eigenlijk heel natuurlijk.”
Jan beaamt dit en vult aan: “Onze wachtcommandanten zijn verantwoordelijk voor het in hun rol zetten van de Ready2Help-teams. Dat hebben zij hier goed kunnen oefenen.”
De oefening leverde belangrijke inzichten op. Zowel Jan als Ronny merkten op dat het veel tijd kostte voordat de groep echt aan het werk kon.
“In het begin moet je echt de tijd nemen om de situatie goed in te schatten,” zegt Ronny. “Je moet goed weten wat er verwacht wordt en ook het instrueren van het team duurde wat langer dan je vooraf misschien zou denken.”
Daarnaast bleek het werk fysiek zwaar. “We denken als waterschap vaak: ‘Dat doen we wel even’”, zegt Jan, “Maar tijdens de oefening zag je dat uitputting toch wel op de loer ligt. Een schuin talud, zand, moeilijke weersomstandigheden, dan is zandzakken doorgeven echt wel zwaar. Elkaar afwisselen helpt, maar daarvoor heb je wel voldoende mensen nodig.”
Wat Ronny in positieve zin opviel is dat er al snel een groepsgevoel ontstond, ondanks dat mensen elkaar vooraf niet kenden en ze verschillende achtergronden hadden. “Ze hebben één ding gemeenschappelijk: als er nood is, willen ze niet op de bank blijven zitten. En dat schept gewoon een band.”
Of er wel voldoende mensen komen helpen is een zorg voor Jan: “De opkomst tijdens de oefening was wel beperkt. Terwijl we echt voldoende handjes nodig hebben.”
Ronny heeft hier wel een verklaring voor: “De oefening vond plaats op een doordeweekse ochtend op een gewone werkdag. Ik ben ervan overtuigd dat als er echt nood is, er dan genoeg mensen zijn die komen helpen.”
De oefening bevestigde voor zowel Jan als Ronny dat beide organisaties elkaar kunnen versterken wanneer een hoogwatersituatie daarom vraagt. Ronny: “Door dit soort situaties te oefenen, haal je kennis terug en bouw je ervaring op. Dat helpt om steviger te staan als het echt nodig is.” Volgend jaar wordt er opnieuw geoefend; dan met een ander waterschap.
