Waterschap en Ready2Help oefenen samenwerking bij dreigende overstroming
14 oktober 2026
Het is het internationale jaar van de vrijwilliger. Dat betekent aandacht voor vrijwilligerswerk en dat is belangrijk. Nu is vrijwilligerswerk een breed begrip en heb je vrijwilligers in alle soorten en maten. Ook bij het Rode Kruis en zeker ook in onze regio. De komende tijd maken we kennis met een aantal van onze vrijwilligers. Want wie zijn onze vrijwilligers? Wat drijft hen? Wie zijn ze in hun vrijwilligerswerk en daarbuiten?
In deze aflevering maken we kennis met Jonne, die zijn coschappen loopt, vrijwilliger is op de grote evenementen en lid is van het Noodhulpteam.
“Ik ben via een omweg bij het Rode Kruis terechtgekomen,” begint Jonne. “Op m’n vijftiende ging ik op een survivalkamp in de Ardennen en toen hebben mijn ouders mij een EHBO-cursus cadeau gedaan. Zij zijn beiden arts en vonden dat ik me daar wel moest kunnen redden.”
Jonne deed de EHBO-cursus bij de EHBO-vereniging in Enschede. Officieel zou hij pas op zijn 16e examen mogen doen, maar hij had geluk. “Ik heb officieel toestemming gekregen van de directeur van het Oranje Kruis om voortijdig mijn diploma te behalen. Ik heb toen bij het Oranje Kruis een aantal jaren een paar dienstjes gedaan, maar ik merkte dat ik de professionaliteit miste van een grote organisatie. En toen dacht ik: ik ga het maar eens bij de overkant proberen, bij het Rode Kruis.”
En dat beviel al heel snel heel goed. Dat hij snel door kon stromen, hielp zeker mee: “De toenmalige vrijwilligerscoördinator op mijn locatie heeft me vrij snel de extra opleidingen binnengeloodst. Ik studeerde toen Technische Geneeskunde, dus ik had al een medische achtergrond en had natuurlijk al een tijdje mijn EHBO-diploma. Ik ging evenementenhulpverlening doen en ben vlak daarna ook bij het Noodhulpteam (NHT) gegaan.”
Dat was geen bewuste keus. “Ik wilde niet per se het NHT in, ik was meer geïnteresseerd in evenementenhulpverlening. Als Evenementeneerstehulpverlener (EEHV’er) kun je naar grotere evenementen zoals de Zwarte Cross. Naast dat het daar heel gezellig is (met de saamhorigheid tussen de hulpverleners en de sfeer) is alles ook heel groot en professioneel opgezet. Dat trekt me heel erg aan. Ik vind vooral de acute hulpverlening heel leuk.”
Waar komt die interesse voor acute zorg vandaan? Jonne: “Ik ben natuurlijk opgegroeid met ouders die allebei arts zijn. Dus dat was onderwerp van gesprek aan de keukentafel. Maar ze zijn allebei geen acute dokters. Het was de spanning die me het eerst trok, het gevoel van: het moet hier en nu. Als vijftienjarige was dàt wat me vooral leuk leek. Maar inmiddels is daarbij gekomen dat ik er ook graag persoonlijk voor iemand wil zijn als het echt heel slecht gaat.”
“Door rust te brengen kun je vaak heel veel betekenen. Als dat lukt, geeft mij dat veel voldoening.”
De Zwarte Cross is dé plek waar je zowel medisch-inhoudelijk als persoonlijk aan je trekken komt als hulpverlener. Jonne: “Door de drukte, de warmte en de alcohol kunnen bezoekers zowel lichamelijk als mentaal onwel worden. In dat laatste geval kun je door rust te brengen heel veel betekenen. Als dat lukt, geeft mij dat veel voldoening.”
Hij vertelt een anekdote van een situatie die volgens hem alleen bij de Zwarte Cross kan plaatsvinden: “Twee jaar terug vond iemand het een goed idee om door een kampvuur heen te rennen. Hij liep daarbij brandwonden op tot aan z’n knie.” Best een heftige situatie. Hoe gaat hij met dit soort situaties om? “Nou, dat ligt een beetje aan de setting, de staat waarin mensen binnenkomen” vertelt Jonne. “Die jongen met die brandwonden kwam eigenlijk heel laconiek binnen. Met: ja, ik heb wat doms gedaan. Het eerste wat ik toen heb gedaan is hem daar helemaal gelijk in geven.”
Het waren grote brandwonden en het was duidelijk dat daar wel naar gekeken moest worden. “Maar je gaat er niet gelijk dood aan. Er zijn weinig dingen die binnen een minuut moeten gebeuren. Dus je kunt meestal wel de tijd nemen om even na te denken en terug te gaan naar wat je moet doen in een dergelijke situatie. En dan is het feit dat iemand door een kampvuur gelopen is niet meer relevant: het is gewoon een brandwond. Op dat moment maakt het ook helemaal niet uit dat ik op de Zwarte Cross ben, het had ook een ander evenement kunnen zijn. Ik weet dan: hier hebben we alles voor handen, we gaan gewoon het rijtje af van wat te doen bij een brandwond en dan komt het wel weer goed.” Kortom: rustig blijven en vertrouwen op de materialen die je hebt en de kennis en ervaring waarover je beschikt.
Arts worden was geen jongensdroom van Jonne. Wel heeft hij altijd groot gedroomd. “Als klein jongetje wilde ik graag piloot worden. Daarna kreeg ik interesse voor de acute hulpverlening, maar dan wel in een heel andere hoek, namelijk als politieagent. Ik ben dat toen gaan onderzoeken.” Maar het liep allemaal een beetje anders.
Na de middelbare school koos Jonne niet direct een vervolgopleiding en had daarom een tussenjaar. “Via mijn moeder ben ik toen als baliemedewerker aan de slag gegaan in het ziekenhuis, vlak voor de coronacrisis. Er werd opgemerkt dat ik wat meer kon dan alleen baliewerk. Daarom werd ik al snel ingezet bij het herplannen van de uitgestelde coronazorg. En daar ondervond ik dat ik er veel voldoening uit haal om in de medische wereld te werken. Toen wist ik dat ik iets medisch moest gaan doen.”
“Bij het Rode Kruis heb ik mijn sociale vaardigheden verder ontwikkeld. De contactmomenten die je als hulpverlener hebt en de verbinding die je moet maken hebben me erg geholpen om daar vaardiger in te worden.”
Hij dacht het wel aardig te weten, maar koos ergens ook voor gemak. “Ik dacht aan technische geneeskunde omdat ik veel van techniek houd en ook omdat je aan de universiteit van Twente, in mijn woonplaats Enschede, wel technische geneeskunde kunt studeren en geen ‘normale’ geneeskunde. Het leek me echt een hele leuke studie, maar de opleiding was te weinig medisch inhoudelijk en leidde me niet op tot de arts die ik wilde zijn.” Het werd dus toch ‘normale’ geneeskunde.
Maar met normale geneeskunde kun je alle kanten nog op. Moeilijk kiezen? Niet voor Jonne. Met zijn interesse voor acute zorg kwam hij al snel uit op de Spoedeisende Hulp. En met zijn wens om er ook persoonlijk voor mensen te kunnen zijn in het zorg verlenen zocht hij iets waarbij hij dat op de Spoedeisende Hulp vorm kon gaan geven. “Zo kwam ik uit op traumachirurg. Voor iemand, die zwaargewond op de Spoedeisende Hulp binnenkomt en geopereerd moet worden, is de traumachirurg degene die de patiënt opvangt, opereert en de nazorg verleent. Die combinatie van acute opvang, het behandelen en begeleiden van iemand, totdat diegene het ziekenhuis weer verlaat, dat wil ik graag doen.”
Als Rode Kruiser ben je weliswaar geen traumachirurg op de Spoedeisende Hulp, maar verleen je wel acute hulp. Wat neemt Jonne vanuit zijn ervaring bij het Rode Kruis mee in zijn werk? “Ik denk dat ik bij het Rode Kruis vooral mijn sociale vaardigheden verder heb ontwikkeld. De contactmomenten die je als hulpverlener hebt en de verbinding die je moet maken, hebben me erg geholpen om daar vaardiger in te worden.”
Andersom heeft ervaring in de zorg natuurlijk ook zo z’n voordelen in het werk bij het Rode Kruis. Jonne: “Dat klopt, maar het is niet altijd gemakkelijk door de regels en richtlijnen. Ik heb meer achtergrondkennis dan de gemiddelde EHBO’er vanwege mijn opleiding en zal bepaalde dingen daardoor sneller herkennen of weten wat we uiteindelijk moeten.”
Naast Eerstehulpverlener en lid van het NHT is Jonne ook nog biker. En dat geeft een extra dimensie aan het hulp verlenen. “Als biker heb je wat minder middelen tot je beschikking, dus je moet wat meer improviseren met de middelen die je wel hebt om hulp te verlenen. Dat vind ik een waardevolle toevoeging.”
Jonne is dus een druk baasje. Met coschappen in het ziekenhuis, verschillende functies bij het Rode Kruis en ook nog een baan in de zorg (“Dat doe ik de helft van het weekend.”), is er dan nog wel tijd voor andere dingen? Of staat alles in het teken van zorg en helpen?
“Als je het m’n vriend vraagt wel. Er blijft wel weinig tijd over. Daarin doe ik vooral dingen die niks met de zorg te maken hebben. Samen met m’n partner, in en om het huis. Maar het hulpverlenen, het zorg geven en het leren daarin zijn wel een groot deel van mijn leven. Ik heb dat echt nodig, geniet daar heel erg van. De zorg is een van de weinige dingen waar ik zoveel energie uithaal dat ik het niet erg vind om hele lange dagen te maken.”