Oost-Nederland
Topsport bij de Medische Dienst – Verslag 4Daagse
4Daagse

Topsport bij de Medische Dienst – Verslag 4Daagse

Vandaag, op de tweede Vierdaagse dag zijn we op bezoek bij de Medische Dienst, Hier wordt op medisch niveau topsport bedreven, zo is al snel duidelijk.

Door Nicole van Beaumont

Vrijwel direct als we bij de Medische Dienst binnenkomen krijgen we een hartelijk ontvangst van de Verpleegkundige Specialistische Spoedzorg Peter Rijkse. Hij leidt ons enthousiast rond door het prachtige schoolgebouw van het Karel de Grote College aan de Wilhelminasingel in het centrum van Nijmegen. Een gunstig gelegen locatie aan de Wedren; de start- en finishlocatie van de Vierdaagse.

4Daagse

We volgen de rondleiding alsof we de Medische Dienst bezoeken als patiënt. Bij binnenkomst vindt eerst de registratie door het triageteam plaats. Na de inschrijving wacht de patiënt in de ruimte tegenover de inschrijfbalie van het triageteam. Alle informatie van de patiënt wordt opgeslagen in een systeem van het Rode Kruis en dat blijkt in de praktijk handig omdat veel lopers vaker de Vierdaagse lopen en soms al eerder op deze post zijn beland. Indien noodzakelijk wordt er contact gelegd met de huisarts van de patiënt. En zijn de lijntjes kort met het RadboudUMC, zodat er bijvoorbeeld snel overlegd kan worden met een cardioloog of op eenzelfde manier met iedere arts in Nederland.

Blaren en blessures hebben hun eigen route

Ondertussen komen de eerste patiënten al binnen, maar niet iedereen is hier op de juiste plek. We horen van de triagisten dat als je een klacht hebt tot 1 centimeter boven de voetzool, dán ga je naar de blarendienst, boven de 1 centimeter word je doorgestuurd naar de Medische Dienst, de zogenaamde ‘1 centimeter boven de voetzool-regel’.

Peter vertelt: “De Medische Dienst is alle dagen in actie en geen van de dagen verloopt hetzelfde”. De laatste dag die via Malden de lopers naar Nijmegen terugvoert, is echt de dag waarbij de lopers zich gedragen voelen door het publiek en de wetenschap dat het einde van de tocht nabij is. De medische hulp op de vrijdag komt meestal pas laat op gang. Enerzijds omdat er meer mensen in de omgeving van de Wedren zijn, vanwege het publiek dat de lopers inhaalt. Anderzijds omdat lopers die aan het einde van de middag binnenkomen meer kans lopen op medische problemen. Waardoor de dienst dan toch wat langer doorwerkt”.

Bedbank

Naast de inschrijfbalie is een enorm bed gemaakt, het doet denken aan een soort bedbank waar veel mensen kunnen zitten en eventueel liggen als zij op hun been of voet een ijspakking krijgen. Hier zijn twee verpleegkundigen aanwezig met duidelijk veel kennis van het bewegingsapparaat.

Vervolgens komen we in een ruimte waar boxen gemaakt zijn door middel van gordijnen. Hierdoor krijg je het idee van kleine behandelkamertjes en het geeft ook enigszins wat privacy. In de boxen staan bedden/brancards.

De eerste ruimtes zijn voor laagcomplexe zorg, denk aan ‘huisartsenzorg’. Hier vinden ook vitale metingen plaats zoals het zuurstofgehalte in het bloed, het hartritme en de bloeddruk. 90% van de bezoekers van de medische post wordt hier behandeld.

4Daagse

Kleedruimte, bezemkast en grime

Het is een grappig gezicht: boven de bedden in de kleine behandelboxen is het overduidelijk dat de hele Medische Dienst eigenlijk in een middelbare school is opgebouwd. Terwijl patiënten worden onderzocht en verpleegkundigen geconcentreerd rondlopen, hangen er boven de deuren bordjes als kleedruimte, bezemkast en zelfs grime. Alsof je elk moment een toneelgroep zou kunnen tegenkomen die zich klaarmaakt voor een voorstelling, terwijl hier in werkelijkheid overbelaste knieën, achillespezen en hartritmestoornissen worden behandeld.

Dan zijn er ook nog boxen met high care zorg en/of acute zorg. De apparatuur is zichtbaar geavanceerder, voor uitgebreidere hartfilmpjes en diverse andere metingen.

4Daagse

Het ijsbad

Wat zijn nu de meest voorkomende klachten? “Dat is dan toch vooral de meest voorkomende huisartsenzorg zoals: hitteletsel, warmte-uitslag, klachten aan het bewegingsapparaat, blaren. Blaren veroorzaken weer ander loopgedrag, dus ook weer klachten in bewegingsapparaat zoals heup, knie, enkel, en hart- en longklachten”, somt Peter razendsnel op. “Eigenlijk ben je altijd voorbereid op het ergste, want ook het ergste kan voorkomen. Daarom staat er ook een professioneel ijsbad gereed”. Peter vertelt trots: “Daar is een heel protocol voor ontwikkeld. De watertemperatuur van het bad is rond de 4 à 5 graden Celsius. De kennis rondom hitteberoertes en hittestress is de laatste jaren flink toegenomen. Werden vroeger slachtoffers behandeld met natte lakens en later met natte lakens gedrenkt in alcohol, nu wordt het ijsbad ingezet. We zijn bij het Rode Kruis ook echt wel voorloper op de inzet van onze kennis bij hitteproblematiek en het daarmee adequaat voorkomen van schade in het lichaam. Hoe sneller je kunt acteren, hoe beter!”

4Daagse

Bijzondere voertuigen

Buiten treffen we nog een aantal bijzondere voertuigen aan. Onder andere de eigen ambulance van het Rode Kruis. Hoewel de verschijningsvorm anders is, is de inhoud gelijk aan die van de reguliere ambulances.

Daarnaast staan er twee zogenaamde uitrukvoertuigen. Dit zijn eigenlijk de ambulances van de Vierdaagse voor het start- en finishterrein. Ze hebben in de basis dezelfde spullen en mogelijkheden als een reguliere ambulance. In geval van nood kunnen ze letterlijk uitrukken met hulpverleners die zijn uitgerust met een spoedtas vol infusen, diverse soorten medicatie en meetapparatuur voor de vitale functies.

De teams worden aangestuurd door de meldkamer van het Rode Kruis. Die van het Rode Kruis, Stichting 4Daagse en Ambulancezorg staan onderling in nauw contact, zodat meldingen en ondersteuning snel gedeeld kunnen worden en er direct hulp gevraagd kan worden als dat nodig is.

Daarnaast is er een complete vrieswagen op het terrein, die het ijsbad van ijs voorziet. En dan vinden we ook nog een kleine vrachtwagen die dient als medisch magazijn.

4Daagse

Vrijwillige medische hulpverleners

De zorgprofessionals die er in groten getale rondlopen, zijn allemaal vrijwilliger. Bij de Medische Dienst hebben slecht een paar personen een (klein) arbeidscontract, die op andere momenten als zorgprofessional vrijwillig kunnen worden ingezet. Het is echt indrukwekkend hoeveel zorgprofessionals als ambulancepersoneel, (gespecialiseerd) verpleegkundigen en (huis)artsen hier rondlopen.

Niet alleen de lopers zijn besmet met het ‘Vierdaagse Virus!’

We komen meerdere vrijwilligers tegen die al meer dan 20 jaar besmet met ‘het Vierdaagse-virus’. Een aantal vrijwilligers krijgt vandaag dan ook een blijk van waardering voor hun inzet.

Rondje langs de velden

Na de rondleiding gaan we zelf een rondje langs de velden. Te beginnen bij het triageteam, op dit moment bestaande uit Margaret en Sarina.

Margaret werkt in het dagelijks leven als verpleegkundige in een huisartsenpraktijk. Dit jaar draait ze vier dagen mee. Ze is al 40 jaar verbonden aan het Rode Kruis. Ze is gestart bij het Jeugd Rode Kruis, net als haar broer die hier is als verpleegkundige specialistische spoedzorg en net zoals haar man die hier als huisarts aanwezig is. Zo tref je de hele familie hier! Zij heeft de Medische Dienst door de tijd wel heel professioneel zien worden en het aantal aanwezige zorgprofessionals zien groeien. Sarina draait dit jaar voor het eerst mee. Zij werkt in het dagelijks leven als verpleegkundige bij een hospice. De één heeft de Vierdaagse wel gelopen, de ander moet er niet aan denken na het zien van alle voetproblemen, maar het draaien van deze diensten vinden ze heel gezellig.

Drukker

Ondertussen staat Hetty, de spoedzorgarts, midden in de ruimte met haar telefoon stevig tegen haar oor gedrukt. Ze overlegt druk met de medewerkers van de hulpambulance die onderweg is. Vandaag is Hetty, als arts, de coördinator van de dag, een belangrijke rol. Terwijl om haar heen patiënten binnenstromen, verpleegkundigen schakelen en triagisten hun werk doen, vormt zij het rustige middelpunt van de hectiek.

Je merkt aan alles dat het drukker wordt. We gaan daarom in gesprek met huisarts in opleiding, Janneke. Zij draait voor het eerst dit jaar mee. Haar drijfveer om hier als vrijwilliger aan te treden, is “vooral om te ervaren hoe de medische spoedzorg logistiek is georganiseerd”, vertelt ze enthousiast. Het lijkt haar heel bijzonder om deel te mogen uitmaken van zo’n groot en gedreven team. Haar werkervaring als huisarts denkt ze ook goed te kunnen inzetten en ze is vooral geïnteresseerd in hoe je je creativiteit inzet in lastige zorgsituaties.

We geven aan dat we einde van de dag bij haar komen evalueren of de dag heeft gebracht wat ze ervan verwachtte. We wensen haar veel succes en natuurlijk een leuke en leerzame dag. Janneke heeft er zin in; de rest van de dag ligt nog open, klaar om ingevuld te worden.

Dan wordt er iemand met een rolstoel binnengebracht door een vrijwilliger van de facilitaire dienst. Deze vrouw voelt zich licht in het hoofd en voelt druk op de borst. De raderen gaan draaien. De verpleegkundige vraagt het een en ander uit en de arts staat al gereed in de boxen.

4Daagse

Ondertussen op de blarenpoli loopt het behoorlijk vol. Een aantal klaslokalen is ingericht met bedden/brancards en bij elk bed is een EHBO’er aanwezig. Jeannette zit op de bank de situatie in ogenschouw te nemen, zodat wij even naast haar plaats kunnen nemen. Zij vertelt dat zij al 40 jaar vrijwilliger is bij het Rode Kruis en dat zij ook wrijvingsblareninstructie geeft bij het Rode Kruis. “Het is soms zoveel meer dan alleen de blaren behandelen. Een van de situaties die haar altijd is bijgebleven, is die van een volwassen man die samen met zijn licht verstandelijk beperkte zoon op de locatie aankwam. Je zag meteen hoe overweldigend de drukte voor de jongen was: de geluiden, de onbekende gezichten. Het team aarzelde geen moment. Ze regelden dat hij elke dag even gezien kon worden door dezelfde hulpverlener, in hetzelfde rustige kamertje. Zodat de jongen minder prikkels te verwerken kreeg. “Dat doe je dan gewoon voor zo’n jongen,” vertelt ze gedreven, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En misschien is het dat ook voor mensen die hun werk met hart en ziel uitoefenen.

Of je even kunt opschieten!

Jeannette vertelt ook: “Soms is het ook wel even wat minder gezellig, want met de blaren komen soms ook de frustraties mee naar binnen. Want de groep mensen, met wie de geblesseerde persoon loopt, wacht namelijk: of je even kunt opschieten!”

Laagdrempelig

Ida heeft de vierdaagse zelf drie keer gelopen. Ze heeft nu helaas een blessure aan haar knie. Daardoor ziet ze af van deelname, maar kan nu mooi op een hele andere manier deelnemen aan de Vierdaagse door met de Medische Dienst mee te draaien. Zij zit bij het ‘grote bed’ waar de mensen met scheenbeen- of achillespeesproblematiek terecht komen. Ida is verpleegkundig specialist in een huisartsenpraktijk. Zij heeft veel ervaring in het vrijwilligerswerk bijvoorbeeld om oudere mensen een fijne vakantie te bezorgen bij een zorginstelling. Zij ervaart een fijne, open sfeer tussen de Rode Kruis-vrijwilligers; het contact maken gaat heel makkelijk. Het is wel zaak om alle systemen goed te leren kennen, want naast het inschrijven is het ook belangrijk dat iemand weer netjes afgemeld wordt. Iedereen is gelukkig heel hulpvaardig. Ze vindt de Medische Dienst een laagdrempelige organisatie, alle managementlagen zijn goed te benaderen, iedereen spreekt elkaar makkelijk aan.

Scheenbeenprobleem

Marian, de andere verpleegkundige die bij het ‘grote bed’ aanwezig is, is een gepensioneerd verpleegkundige. Zij vertelt dat zij al drie jaar vrijwilliger is. Ze heeft eerder ook meegewerkt aan de repatriëring van Oekraïners en bij de Roparun. Het grappige is dat zij tijdens de corona ook extra ingezet werd bij de GGD voor het geven van de vaccinaties en dat zij nu op deze plek bij de Medische Dienst ‘oude bekenden’ vanuit die tijd weer tegenkomt.

Er komen geregeld lopers binnen met het ‘scheenbeenprobleem’, een bekende blessure onder de lopers. Koelen is het devies, dus de meeste pechvogels liggen of zitten hier wel 20 minuten. Beide verpleegkundigen zijn geregeld met elkaar in overleg. Er is opvallend veel sprake van een klein rood plekje op de aangedane scheen. Dat is dus het punt waar ‘de ellende’ begint en de dames vertellen de pechvogels regelmatig: “te snel, te veel gelopen”. De pees die over het scheenbeen ligt, is overbelast. Dat kan leiden tot een ontsteking van het scheenbeen. Hoe erger de situatie, hoe langer het herstel gaat duren.
Een van de pechvogels stelt duidelijke vragen. Op een gegeven moment geeft ze aan: “Ik durf het bijna niet te zeggen, ik ben zelf ook verpleegkundige, ik had dit advies ook aan mijzelf kunnen geven, maar ik wil de tocht uitlopen! Dus wil je het eigenlijk niet horen”. Die gedrevenheid stralen de meeste lopers met een blessure uit: ‘hoe dan ook, de tocht moet gelopen worden!’ Er volgt nog een discussie over compressiesokken en het al dan niet innemen van paracetamol.

De schoen die te strak zit

De verpleegkundige ziet hoe de spanning bij de pechvogel steeds verder oploopt. Dan buigt de verpleegkundige zich iets naar haar toe. “Heb je jezelf eigenlijk al een compliment gegeven?”, vraagt ze. De vrouw kijkt op, zichtbaar verrast. “Hoezo?” “Nou,” zegt de verpleegkundige terwijl ze even naar haar voeten knikt, “je bent toch al halverwege.” Er valt een korte stilte, en dan ontspant haar gezicht. Gelukkig kan ze er nog om lachen.

Ondertussen komt de volgende patiënt binnengestrompeld. “Ik denk zelf aan een overbelaste knie, de laatste 10 kilometer ging het eigenlijk al niet meer, toen heb ik snel de bordjes Medische Post maar gevolgd”, zegt hij. Hij stort zich letterlijk op het bed terwijl Ida en Marian zich direct over hem ontfermen.

Overigens geven de beide dames nog een kleine, maar waardevolle tip mee. Het meest voorkomende probleem is eigenlijk helemaal niet zo spannend. Het is vaak gewoon de wandelschoen, die wordt zó strak aangetrokken dat de veters meer schade doen dan de kilometers. Ze zien het echt elke dag. Dit zijn duidelijk verpleegkundigen die al heel wat voeten voorbij hebben zien komen.

De wachtruimte

Ondertussen komt Wietske, een medewerkster van de politie, binnen met haar collega. Zij is de verzorgster van het korps en geeft aan: “Ja, normaal verlenen wij vaak eerste hulp, nu heeft mijn collega het echt nodig!” Haar prioriteit: de collega weer op de been zien te krijgen. En terwijl hij behandeld wordt, zie je aan Wietske dat ze opgelucht is dat ze even de zorg uit handen kan geven.

Dan roept Pieter, teamleider van de EHBO, de Medische Dienst op vanwege een patiënt met hitte-uitslag, mogelijk onderkoeling én onwel wording; dit vindt plaats op de blarenpoli. Als de zorg wordt uitgevoerd, heeft hij even tijd om het een en ander uit te leggen. “Ik ben verantwoordelijk voor de kwaliteit van de verleende hulp, ik geef steun en advies aan de zorgverleners, ik ben als het ware een paar extra ogen op de afdeling. In het dagelijks leven ben ik uitvoerder bij een energiebedrijf. Daar voer ik wel vergelijkbare taken uit; ik vind het leuk om het overzicht te bewaken. Op deze post is dit voor het derde jaar. Ik ben al 20 jaar vrijwilliger bij het Rode Kruis, als EHBO’er, coördinator evenementen en ook bij het Noodhulpteam. Voor mij is dit echt meer dan een hobby, het geeft mij echt energie! Eerder werkte ik ook in de bouw, daar heb ik ervaren hoe belangrijk het is dat je zorgzaam bent voor elkaar. Als je anderen wilt helpen, dan moet je zorgen dat je de kennis daarvoor in huis krijgt. En dat heb ik dan ook serieus opgepakt”, vertelt hij allemaal in een rap tempo. Hij vindt het een heel prettig idee dat de blarenprikafdeling dicht bij de medische voorziening zit. “Het is mooi als je snel door kunt schakelen naar intensievere medische hulp, zoals nu noodzakelijk is”.

Die tocht loop je niet alleen uit! Echt niet!

Terug in de wachtruimte zit een vrouw onrustig heen en weer te schuiven op haar stoel. Ze wacht op haar zus, die op het grote bed ligt terwijl een verkoelend pak ijs tegen haar achillespees wordt gedrukt.

Vanuit de wachtruimte kijkt ze wat ongelukkig naar het tafereel. “Ja, zij wilde deze tocht lopen,” moppert ze half lachend, half gefrustreerd. “Mooi is dat. Zit ik hier… en straks kan ik de tocht alleen uitlopen!” Vanuit het bed komt meteen een verontwaardigde reactie. “Echt niet!” roept haar zus.

Hopelijk is haar zus morgen weer in staat om naast haar te lopen. Het is duidelijk dat ze de tocht toch het liefst samen uitlopen.

4Daagse

High care boxen

De zorg in de high care boxen wordt volop ingezet. Daar vindt de meest complexe zorg plaats. Privacy wordt hier netjes in acht genomen. We laten hier de artsen en de patiënten met rust. Wat wel duidelijk is, is dat zij allen hard nodig zijn.

In één woord “indrukwekkend’!

Als laatste dan nog de huisarts in opleiding die vandaag voor het eerst meeliep aan het woord. “Ik heb heel veel gezien; het beeld dat ik vooraf had, is zeer bevestigd. Wat is dit een indrukwekkend, goed geoliede, logistieke organisatie rond de medische zorg. Ik zou het echt al mijn collega’s aanraden; het is een hele waardevolle ervaring om met deze Medische Dienst mee te mogen draaien!”, vertelt ze enthousiast.