Met een gerust hart naar de dokter
02 februari 2026
Iedere ochtend belt de ene oudere de ander, om even te checken of het goed met hem of haar gaat. Dat is globaal het principe van de Contactcirkel van het Rode Kruis. Als coördinator van drie Contactcirkels in Uithoorn weet Ida Veen uit ervaring dat zo’n belletje ’s ochtends het verschil kan maken. ‘Er zijn zat mensen die niemand spreken op een dag.’
Tekst: Annemiek Huijerman
Het principe van de Contactcirkel is eenvoudig. Om tien over half negen belt de vrijwilliger van dienst de eerste oudere. Deze belt dan de volgende. Dat gaat zo door tot de laatste persoon in de rij: die belt uiteindelijk weer naar de vrijwilliger. Tegen negen uur is de Contactcirkel die ochtend dan weer rond, vertelt Ida Veen.
Zo’n belletje kan veel uitmaken, weet Ida (73) uit jarenlange ervaring. Zij was vrijwilligster bij het Rode Kruis van 1979 tot 1984. In 2011 werd ze opnieuw actief als vrijwilligster, nu bij de Contactcirkel. Sinds 2014 is ze samen met collega-coördinator Tine en nog zeven vrijwilligers verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de drie Contactcirkels die Uithoorn telt.
Iedere cirkel bestaat uit vijf of zes ouderen, zowel mannen als vrouwen, plus de vrijwilliger (m/v). Ida: ‘De Contactcirkel is in eerste instantie bedoeld om te checken of alles in orde is bij ouderen die alleen wonen of mantelzorger zijn voor een partner. Zo’n belronde wordt eigenlijk steeds belangrijker omdat mensen tegenwoordig veel langer thuis moeten blijven wonen, zelfs als dat bijna niet meer gaat. Of de eventuele (klein)kinderen wonen voor directe hulp of ondersteuning te ver weg. Ook is er soms nauwelijks contact met buren. In zulke gevallen kan de Contactcirkel net het verschil maken.’
Bij deze mensen, die veelal in de tachtig of negentig zijn, kan het voorkomen dat iemand niet opneemt of dat een deelnemer wat in de war lijkt te zijn. In dat geval belt degene die dit merkt de vrijwilliger. Deze laatste onderneemt dan actie. Mocht er alsnog hulp nodig zijn, dan gaan er altijd twee vrijwilligers samen langs om te zien wat er aan de hand is. Dat kan iets heel eenvoudigs zijn zoals telefoon niet gehoord maar ook iets ernstigs. In dat geval wordt de huisarts of 112 ingeschakeld en wordt dit gemeld aan familie van deze persoon
De naam zegt het al: de Contactcirkel draait ook en vooral om contact. Ida: ‘Vooral in coronatijd was de situatie van ouderen triest. Mensen waren zo blij dat er dan iemand belde.’ Fijn is dat vanuit de Contactcirkel ook verder contact tussen de deelnemers kan ontstaan. Ida: ‘Na het telefoontje van de Contactcirkel bellen sommigen zelf een ander in de belcirkel nog eens op voor de gezelligheid, of sommige mannen praten na over voetbal. Ook spreken mensen met elkaar af om koffie te drinken. Dan zien ze een gezicht bij de stem en hebben ze zo echt even contact. Er zijn helaas zat ouderen die niemand spreken op een hele dag.’
Nog een contactmoment is het jaarlijkse uitje van de Contactcirkel. Voorheen gingen deelnemers tegen Kerstmis de kerstsfeer proeven bij Intratuin in Loosdrecht, vertelt Ida: ‘Dan konden mensen daar wat winkelen en daarna genieten van een high tea. Maar dat uitstapje was praktisch lastig; zo waren er niet voldoende vrijwilligers om de mensen te begeleiden of de rolstoel voort te duwen. Nu gaan we naar een pannenkoekenboerderij, waar mensen fijn op het terras kunnen zitten.’
Hoe kom je aan de mensen die in aanmerking komen voor deelname aan een contactcirkel? Ida: ‘Via kanalen als de huisartsenpost, een hulporganisatie of via de kerk polsen we ouderen of ze hiervan gebruik willen maken. Bij nieuwe mensen vragen we altijd of we hen bij hun voornaam mogen noemen. Vroeger was dat not done. Maar tegenwoordig vinden mensen dat prettig. ‘Zeg maar Annie of Piet,’ zeggen ze dan, want hun naam horen zij vaak nooit meer. Er is niemand over van hun familie of vrienden die hen nog ‘Annie’ of ‘Piet’ noemt.’