Amsterdam-Amstelland
Word vrijwilliger Doneer

Een dag in de noodopvang van de Afghaanse evacués

Geplaatst op: 2 september 2021

Geplaatst op: 2 september 2021

Op donderdag 26 augustus verwelkomt Amsterdam 240 Afghaanse evacués. Zij worden opgevangen in het Marine Etablissement bij Kattenburg. Het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers), de Marine en het Rode Kruis Amsterdam-Amstelland werken met man en macht samen om de evacués een zo warm mogelijk welkom te geven in Nederland. Als je als vrijwilliger op deze locatie aan het helpen bent, hoe ziet zo’n dag er dan eigenlijk uit? Onze vrijwilliger Jolanda vertelt.

Door: Sam Booij

Donderdag 26 augustus

Op donderdag krijgen alle vrijwilligers Bevolkingszorg de vooraankondiging via WhatsApp dat er Afghaanse evacués worden opgevangen in Amsterdam. Ik ben zelf vrijwilliger en teamleider Bevolkingszorg bij het Rode Kruis Amsterdam-Amstelland sinds eind 2015. Met Bevolkingszorg proberen we vooral het luisterende oor te zijn voor de mensen die een calamiteit meemaken. Ik laat weten dat ik beschikbaar ben om ingezet te worden. Zelf heb ik nog nooit een vergelijkbare situatie met evacués meegemaakt, dus dit wordt de eerste keer. Er voor de mensen kunnen zijn met het Rode Kruis bij een calamiteit vind ik erg mooi. De evacués kennen jou als persoon niet, maar ze kennen wel het Rode Kruis, en dat wekt vertrouwen.

Donderdag 26 augustus

Op donderdagavond krijg ik de bevestiging dat ik vrijdag tussen 09.00-13.00 mag helpen op de noodlocatie. Als de telefoon rinkelt zie ik dat het mijn collega is. Zij vertelt mij hoe de huidige situatie op de locatie is. Dat is fijn, want ik weet op dat moment nog weinig. Ik krijg de taak om de volgende dag de zorgbehoeften van de evacués te inventariseren en het eten uit te delen.

Vrijdag 27 augustus 09.00

Op locatie kom ik samen met de andere vrijwilligers. Iedereen die er nog niet is geweest is nog een beetje zoekende: ‘hoe gaan we dit aanpakken vandaag?’ Aangekomen bij de noodopvang wordt het ontbijt al uitgedeeld. Hier is mijn hulp niet meer nodig, dus ik ga kijken waar ik me wel kan inzetten.

Vrijdag 27 augustus 09.30

Ik begin met het inventariseren van de medische zorgbehoefte. Dit doe ik samen met een andere collega. Ondertussen wordt er ingezamelde kleding aan de evacués uitgedeeld door twee andere collega’s. Tijdens het inventariseren van de zorgbehoefte merk ik dat veel mensen graag een praatje met ons maken. Ze vertellen ons dat ze het fijn vinden dat ze in Nederland zijn, maar dat ze zich ook veel zorgen maken om achtergebleven familie. Het is fijn om hier de tijd voor te kunnen nemen. Een luisterend oor bieden is het enige wat op dat moment prioriteit heeft.

Ondertussen gebeurt er van alles op het terrein. Er komen drie mensen van Nederlands-Afghaanse afkomst kleding brengen, mariniers komen met speelgoed voor de kinderen en burgers vragen of ze kunnen helpen. Het is een beetje improviseren, maar we proberen zo veel mogelijk de rust te bewaren in de opvang. We kiezen er bijvoorbeeld voor om juist tafels en stoelen neer te zetten, zodat mensen plaats kunnen nemen om een praatje te maken. Deze kleine handelingen geven rust.

Vrijdag 27 augustus 11.30

Ik raak aan de praat met twee vrouwen. Onafhankelijk van elkaar vertellen ze mij dat ze allebei in Afghanistan voor hulporganisaties werkten en het goed hadden. Eén van hen was  zelf hulpverlener tijdens de vluchtelingencrisis in 2015 in Griekenland. Zes jaar later moet ze zelf haar vertrouwde omgeving verlaten. Dit had ze nooit kunnen bedenken. Het raakt me, je kunt niet voorspellen hoe het gaat in het leven. Het goede leven wat je leidt kan zo voorbij zijn, waarbij je huis en haard moet verlaten voor het onzekere. Het leven is niet maakbaar.

Vrijdag 27 augustus 13.00

Ik krijg een debriefing om mijn shift af te sluiten. Er wordt mij gevraagd wat ik van de dag vond, en wat mij opgevallen is. Het lijkt een stukje formaliteit, maar is ontzettend belangrijk. De vrijwilligers krijgen persoonlijke nazorg. Dat is fijn, want de situatie gaat je als vrijwilliger niet in de koude kleren zitten, ook al zijn we hierin getraind. Op het moment dat ik op de fiets stap en naar huis rijd voel ik opeens rust. Voor mij is dit een stukje verwerking, waarbij ik vol zit met indrukken en ik de adrenaline nog door mijn lichaam voel stromen. Ik ben blij dat ik iets heb kunnen betekenen, ik ben trots op het Rode Kruis en op ons als vrijwilligers. Als vrijwilligers kunnen we een klein schakeltje zijn in de keten en de evacués een veilig gevoel geven.

Meest recente berichten