Blog: Floortje Dessing op de Westelijke Jordaanoever
Floortje Dessing Rode Kruis
Conflict

Blog: Floortje Dessing op de Westelijke Jordaanoever

Maandenlang heb ik eindeloos het nieuws over Israël, de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever gelezen. Om wanhopig van te worden, als je het alleen maar als toeschouwer kan volgen. Dus toen ik het telefoontje kreeg of ik verslag wil doen van wat er op de Westelijke Jordaanoever aan de hand is en hoe het Rode Kruis daar werkt, aarzel ik geen moment. “Zeker weten dat ik dat wil. Ik ga mee.”

Twee weken later stap ik in het vliegtuig naar Tel Aviv, op weg naar Ramallah op de Westelijke Jordaanoever.

Dag 1: Een reis die anders is dan alle andere

Nog voordat ik mijn koffers van de band haal op de luchthaven van Tel Aviv, voel ik de realiteit al. Overal hangen foto’s van gijzelaars die op dat moment nog vastzitten: portretten van mannen, vrouwen en kinderen. Hun ogen kijken me aan terwijl ik door de hal loop. Het is onmogelijk om te vergeten, een groot verdriet in de Israëlische samenleving. Het geeft een scherp begin aan een reis die anders is dan alle andere die ik tot nu toe heb gemaakt. Want ik ben me voortdurend bewust van het feit dat ik maar zo’n tachtig kilometer verwijderd ben van de Gazastrook. De plek waar op dit moment een van de grootste menselijke tragedies sinds tijden heerst.

Vanaf Tel Aviv rijden we richting de Westelijke Jordaanoever. Onderweg vraag ik aan onze chauffeur hoe ik kan zien wanneer we Palestijns gebied binnenrijden. Hij glimlacht en zegt: “Dat merk je vanzelf.” En inderdaad: langzaam verandert het landschap. Het moderne asfalt en de goed onderhouden wegen maken plaats voor hobbelige, scheve wegen vol kuilen. Kleine winkeltjes, platte daken en dicht opeengepakte huizen duiken overal op, gebouwd tegen de hellingen van eindeloze heuvels. Tussen de gebouwen staan olijfbomen in kleine percelen, stukjes grond die al generaties door Palestijnse families worden bewerkt. 

Wat ook direct opvalt, zijn de wegversperringen en checkpoints, vaak beheerd door Israëlische autoriteiten. Betonblokken, hekken en soms controleposten die plotseling gesloten worden. Palestijnen staan daardoor zonder waarschuwing urenlang vast, of moeten enorme omwegen maken om op hun bestemming te komen. Het is een constante beperking van bewegingsvrijheid, een dagelijkse herinnering dat iemand anders over hun leven beslist.

Uiteindelijk bereiken we het hoofdkantoor van de Palestijnse Rode Halve Maan, zoals het Rode Kruis daar heet. Hier ontmoet ik Nebal, een hulpverlener die ons welkom heet met de gastvrijheid die zo typerend is voor het Midden-Oosten: hartelijk, warm, open. Zij zal me de aankomende dagen meenemen op de Westelijke Jordaanoever.

Checkpoints Westelijke Jordaanoever Rode Kruis
Eén van de vele checkpoints op de Westelijke Jordaanoever.

Dag 2: Hulp verlenen onder bizarre omstandigheden

Vandaag gaan we naar de stad Tubas, waar de Palestijnse Rode Halve Maan hygiëne- en voedselpakketten en een tent uitdeelt aan een Palestijnse familie. Als we aankomen wordt snel duidelijk waarom de hulp hier nodig is. De tent en bijgebouwen van wat eerst een huis was, is recent vernield. Een koelkast, bank en zonnepanelen liggen tussen het puin. Een meneer staat ons op te wachten onder een dekzeil, de enige plek waar je een beetje uit de brandende zon bent. Hij vertelt dat ondanks de constante dreiging, vertrekken geen optie is. “Mijn grootvader woonde hier, mijn vader, en mijn kinderen moeten hier ook kunnen wonen. Waar moeten we dan naartoe?” Een eenvoudig verlangen, maar in deze omstandigheden een daad van moed en standvastigheid. 

Niet ver daar vandaan bezoeken we een kleuterschool. Tussen de kale, rotsige heuvels staat een eenvoudig gebouw met kleurrijke muurschilderingen en door de deuropening kijken nieuwsgierige kinderen. De Palestijnse Rode Halve Maan ondersteunt de school met lesmateriaal, speelgoed en activiteiten. Achter het gebouw verkleden de vrijwilligers – die net nog de hulppakketten hebben uitgedeeld – zich als Mickey Mouse. Onder begeleiding van muziek komen ze de school binnen en dansen ze met de kinderen. Het is vrolijk, bijna onwerkelijk, omdat dit schooltje ook geregeld te maken heeft met controleposten, intimidatie en de dreiging van sloop. Door met de kinderen te dansen en spelen, worden de kinderen even afgeleid van de realiteit waar ze dagelijks mee te maken hebben. Want leren en spelen is hier niet vanzelfsprekend. 

Op de terugweg, bij de zoveelste checkpoint, stapt één van de vrijwilligers uit en komt lachend bij ons autoruitje staan. Hij zegt hoe blij hij is dat hij vandaag gewoon door kan rijden en niet constant wordt tegengehouden. “Een maand geleden moest ik me hier helemaal uitkleden en een paar uur bijna naakt wachten tot alles gecontroleerd was”, vertelt hij. Ik schrik van wat bij zegt. Hoe bizar dat hulpverleners die dagelijks levens redden, op zo’n manier hun werk moeten doen. 

Palestijnse veehouder westelijke jordaanoever Rode Kruis
Quadri, een Palestijnse veehouder, in zijn zelfgemaakte tent om zich te beschermen tegen de brandende zon.

Dag 3: Kansen en kogelvrije vesten

De laatste dag zitten we weer vroeg in de auto. We gaan naar een van de grotere steden op de Westelijke Jordaanoever: Nablus. De stad strekt zich uit over een reeks heuvels. Smalle straatjes kronkelen omhoog en omlaag, en overal zie je winkels, marktjes en platte daken. Het is een wirwar van geluiden: kinderen die op straat spelen, auto’s die toeteren, stemmen die roepen vanuit de winkelpanden. Tegelijk voel je de constante spanning: wegversperringen, betonnen blokken en checkpoints die bepalen waar mensen kunnen komen en gaan.

Onze eerste stop is een school voor kinderen die slechthorend zijn. Hier leren de kinderen niet alleen te communiceren en zichzelf te uiten, maar krijgen ze ook ondersteuning om deel te nemen aan het dagelijks leven in een omgeving die voor hen vaak ontoegankelijk is. De school ontvangt hulpgoederen van de Palestijnse Rode Halve Maan, zoals lesmateriaal en speelgoed. Hierdoor krijgen de kinderen kansen die anders onhaalbaar zijn.

In de middag rijden we naar een ambulancepost. Dit is een van de belangrijkste plekken waar noodhulp wordt georganiseerd. Hier ontmoeten we een aantal vrijwillige ambulancemedewerkers. Hun verhalen zijn indrukwekkend. Ze vertellen hoe hun werk tegenwoordig veel complexer en gevaarlijker is: ze worden tegengehouden, geïntimideerd en beschoten. Abduleel, een van hen, neemt me mee naar een ambulance en wijst naar de deur. Daar zit een kogelgat, die er aan de binnenkant van de deur weer uitkomt. Hij vertelt dat iemand uit zijn team is gedood door een kogel, terwijl hij hulp verleende. Ook hijzelf is een keer geraakt. Daarom dragen ze nu kogelvrije vesten en helmen om zichzelf te beschermen. 

Het raakt me diep om te zien hoe deze vrijwilligers, vaak naast hun gewone baan, alles opzijzetten om hun medemensen te helpen. Ouderen die naar het ziekenhuis moeten, kinderen die medische zorg nodig hebben. Het is indrukwekkend en tegelijkertijd hartverscheurend om te beseffen dat dit de dagelijkse realiteit is: hulpverleners die bedreigd worden, terwijl ze juist het verschil willen maken in de meest kwetsbare situaties.

Terwijl we terugrijden naar Ramallah laat ik alle verhalen en beelden op me inwerken. Ik kijk zwijgend over het landschap uit. Ik heb geen idee hoe het hier de komende tijd zal gaan en hoe het verder moet met de situatie hier. Maar ik bedenk me wel dat het zo belangrijk is dat we onze ogen niet sluiten voor wat hier gebeurt. Alleen al ons bewust zijn van hoe ingewikkeld het leven voor de bewoners op de Westelijke Jordaanoever is, is het minste wat we voor ze kunnen doen. 

Het Rode Kruis is overal waar nood is

Het Rode Kruis helpt waar het voor anderen onmogelijk is. We gaan niet weg en blijven mensen in nood, zoals op de Westelijke Jordaanoever, steunen. Als jij naast ons komt staan, kunnen we blijven helpen. Help je mee? Steun mensen in nood met een gift via giro 7244 (IBAN: NL19INGB0000007244) of via de rode knop.