Word vrijwilliger Doneer

Click here for English

Laat natuurgeweld geen ramp worden

Overstromingen, extreme droogte, orkanen; natuurgeweld komt elke dag voor en raakt vaak dezelfde, kwetsbare mensen. Keer op keer raken huizen beschadigd, gaan oogsten verloren en worden gezinnen uit elkaar gerukt. Miljarden worden uitgegeven om de schade te herstellen en ternauwernood mensenlevens te redden.

Natuurgeweld is helaas niet te voorkomen, maar met tijdige maatregelen kunnen we de gevolgen ervan wel beperken. Daarvoor is het Prinses Margriet Fonds opgericht: zodat het Rode Kruis, al vóórdat natuurgeweld toeslaat, in actie kan komen.

Het Prinses Margriet Fonds geeft financiële steun aan projecten die gemeenschappen minder kwetsbaar maken voor rampen. Want door samen met de lokale bevolking maatregelen te nemen vóórdat de ramp plaatsvindt, kunnen we levens redden en schade en leed voorkomen.

Hieronder staat een selectie van onze actuele projecten. Neem voor een volledig overzicht contact met ons op.

Bekijk projecten Neem contact op

2 miljard

mensen werden getroffen door natuurrampen in de afgelopen 10 jaar

orkaan-ETA-Midden-Amerika-1030x503-1

Over het Prinses Margriet Fonds

Waarom wachten met hulp totdat de ramp plaatsvindt? Simpele ingrepen zoals een waarschuwingssysteem aanleggen of het aanplanten van mangroves kunnen levens redden en schade voorkomen. Bovendien is het veel goedkoper dan achteraf noodhulp bieden.

Maar ook voorbereiden kost geld. Daarom is in 2011 het Rode Kruis Prinses Margriet Fonds opgericht. Dit fonds geeft financiële steun aan innovatieve projecten die gericht zijn op duurzame voorbereiding op rampen. Zo kan het Rode Kruis, ook vóórdat natuurgeweld toeslaat, in actie komen.

Wil je bijdragen aan voorbereiding op rampen? Dat kan met een donatie op IBAN NL67INGB0000007447 t.n.v. het Rode Kruis Prinses Margriet Fonds. Of doneer online.

  • Prinses Margriet

    Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Margriet is sinds 1966 betrokken bij het Nederlandse Rode Kruis. Ze begon als Rode Kruis-helpster eerste klas (verpleegster) en werkte zowel in het veld als achter het bureau, van vakantieprojecten op het Henry Dunant-schip tot de Standing Commission van de internationale Rode Kruis-beweging.

    Vanaf 2000 zette Prinses Margriet zich in om de link tussen klimaatverandering en natuurgeweld onder de aandacht te brengen. “De discussie ging over de oorzaken, maar niet over de gevolgen,” zegt ze daarover. “Dus toen wij duidelijk konden maken wat de desastreuze gevolgen van die rampen voor de wereldbevolking zouden zijn, is het gelukt om dit onderwerp op de humanitaire agenda te krijgen.”

    De laatste twintig jaar was Prinses Margriet werkzaam als vicevoorzitter van het Landelijk Bestuur van het Nederlandse Rode Kruis. Deze functie heeft ze in januari 2011 neergelegd. Als dank voor haar onvermoeibare inzet voor het Rode Kruis richtte de organisatie een fonds op in haar naam: het Rode Kruis Prinses Margriet Fonds. Hier zet de Prinses zich tot op de dag van vandaag voor in.

  • Missie

    Het Rode Kruis Prinses Margriet Fonds maakt mogelijk dat het Rode Kruis ook voordat een natuurramp plaatsvindt al in actie kan komen. Zo bereiden we mensen beter voor op rampen en kunnen we veel schade en leed voorkomen.

  • Visie

    Het Prinses Margriet Fonds steunt projecten met een innovatief en duurzaam karakter. We beseffen bovendien dat rampen veelzijdig zijn. Ze treffen alle sectoren van een samenleving en daar moeten we rekening mee houden in onze voorbereiding. Daarom trainen we niet alleen rampenteams, maar nemen we ook de natuurlijke omgeving mee en werken we aan businessmodellen die het inkomen van huishoudens vergroten. Een holistische benadering, waarbij zoveel mogelijk factoren die bijdragen aan het probleem worden aangepakt, staat dus centraal.

    Veel rampen zijn terug te leiden op (vaak noodgedwongen) mismanagement van de natuur. Zo vergroot ontbossing het risico op overstromingen en aardverschuivingen maar ook droogte, doordat de bodem minder water opslaat. Herstel van het landschap is dan ook cruciaal om de weerbaarheid van gemeenschappen duurzaam te vergroten. Om dit te bewerkstelligen, werken we veel samen met partners als Commonland en Rode Kruis-datateam 510.

    De lokale bevolking wordt betrokken bij het ontwerp, de uitvoering én de voortzetting van onze projecten. Niemand kent de risico’s van een gemeenschap immers zo goed als de inwoners zelf. En door hen van materialen, trainingen en kennis te voorzien, kan de bevolking op eigen kracht verder wanneer de hulpverleners vertrokken zijn.

    Ten slotte heeft klimaatadaptatie een centrale rol in ons werk. Nu al merken kwetsbare gemeenschappen in landen als Mali de gevolgen van veranderende weerpatronen. Willen we grote rampen in de toekomst voorkomen dan moeten we ingrijpen voor het te laat is. Om hierin echt verschil te maken wordt schaalbaarheid steeds belangrijker binnen onze projecten en werken we samen met kennispartners als het Rode Kruis Klimaatcentrum.

    Bekijk de selectie van lopende projecten hieronder om te zien hoe deze visie werkelijkheid wordt.

Project 1: Het Groene Parel-programma, Haïti

Haïti weer de Groene Parel van de Caraïben zien worden, dat is de droom van het Prinses Margriet Fonds.

Een welvarend land waar de inwoners in harmonie met hun natuurlijke omgeving leven. Voortgestuwd door een nieuwe generatie Haïtianen die weerbaar is tegen natuurrampen, een groene economie ontwikkelt en hoop en ambitie heeft voor de toekomst.

  • Context

    Ooit was Haïti de Groene Parel van de Caraïben. Het land stond bekend om haar grote natuurlijke rijkdom en weelderige tropische bossen. Maar vandaag de dag lijkt die bijnaam vooral een verre herinnering. Slechts 2% van de oorspronkelijke bossen is over en Haïti wordt regelmatig geteisterd door natuurgeweld.

    Orkanen, overstromingen, droogte en aardbevingen: in Haïti komen ze allemaal voor. En dan is het ook nog eens een van de armste landen ter wereld. Een dodelijke combinatie voor de inwoners, die keer op keer zwaar getroffen worden. Ze hebben hun huis nog niet opgebouwd en hun gewassen nog niet ingezaaid of de volgende ramp staat alweer voor de deur.

    Het land zit vast in een vicieuze cirkel van armoede en kwetsbaarheid. Ontbossing en overbegrazing spelen daarin een belangrijke rol: regenwater wordt niet opgenomen door de bodem, waardoor overstromingen en aardverschuivingen ontstaan. Komt er vervolgens een periode van droogte, dan zit er niet genoeg water in de grond voor de gewassen waar de bevolking afhankelijk van is.

  • Doel

    Ons doel is om de vicieuze cirkel van kwetsbaarheid en armoede in Haïti te doorbreken. In twintig jaar willen we dertig Haïtiaanse gemeenschappen helpen om weerbaarder te worden tegen natuurgeweld, zodat de inwoners weer hoop krijgen voor de toekomst.

  • Aanpak

    De mogelijkheden voor Haïti zijn enorm. Er is genoeg land beschikbaar voor bosbouw en landbouw, voldoende regen en bovendien een jonge bevolking die smacht naar betere tijden.

    Wij willen hen helpen die betere tijden te realiseren, door samen met hen groene parels op te zetten: veilige en bloeiende gemeenschappen met een gezonde balans tussen menselijke behoeften, natuurlijke grondstoffen en economische ontwikkeling.

    We zijn inmiddels twee jaar onderweg met de  eerste parel in La Vallée de Jacmel, in het zuiden van Haïti. En de voorbereidingen voor nog eens drie parels zijn in volle gang. Samen vormen de eerste vier parels de basis voor in totaal dertig parels die in de komende twintig jaar worden gecreëerd.

    Bij deze parels staat landschapsherstel centraal. Samen met de bevolking en lokale en internationale partners herbebossen we geërodeerde berghellingen, plaatsen we dammetjes om regenwater beter te reguleren en werken we aan nieuwe bronnen van inkomen. Daarnaast worden rampenteams getraind en scholen omgebouwd tot veilige schuilplaatsen.

    Deze werkwijze heeft zich al bewezen. Bij een eerder, vergelijkbaar project in Côtes-de-Fer beschermde een systeem van dammetjes het lagergelegen gebied tegen overstromingen en aardverschuivingen tijdens orkaan Matthew in 2016. Regenwater infiltreert er beter in de bodem, waardoor landbouwopbrengsten toenemen. De situatie in het gebied verbetert zelfs zo sterk dat mensen die ooit vertrokken naar de stad weer terugkomen.

  • Planning

    Dit programma is van start gegaan in 2019 en zit momenteel in de eerste fase, die tot 2024 duurt. Het hele programma (realisatie van dertig parels) duurt twintig jaar, tot 2039.

  • Partners

    Voor dit project werken we samen met Commonland, een organisatie gespecialiseerd in landschapsherstel. In Haïti zelf werken we samen met LEOS aan de eerste businessmodellen en waardeketens. Verder is het Haïtiaanse Rode Kruis onze belangrijkste uitvoerende partner en gebruiken we de analyses van Rode Kruis-datateam 510 voor de identificatie en monitoring van projectgebieden.

Project 2: Kustbescherming in Tacloban, de Filipijnen

Ieder jaar worden de Filipijnen getroffen door natuurgeweld. Tyfoons en moessonregens en daarmee gepaard gaande stormen, vloedgolven en overstromingen teisteren de lokale bevolking.

Een goede voorbereiding zoals we in Nederland hebben, voorkomt veel leed. Dat is op de Filipijnen, specifiek in het gebied rond de stad Tacloban, ook mogelijk.

  • Context

    In 2013 verwoestte tyfoon Haiyan grote delen van de stad Tacloban op de Filipijnen. Harde wind en overstromingen vernielden gebouwen en de zeedijk die de stad moest beschermen bleek op veel plekken niet in staat om een stormvloed tegen te houden. Die stormvloed trok daardoor kilometers landinwaarts.

    Op Leyte, het eiland waar Tacloban ligt, vielen verreweg de meeste slachtoffers. Meer dan 6.300 mensen stierven en ruim 26.000 mensen raakten gewond. 1,6 miljoen families werden getroffen door de tyfoon.

    Hoewel Haiyan een tyfoon van de zwaarste categorie was, is dit soort natuurgeweld helaas geen uitzondering voor de Filipijnen. Ieder jaar treffen zo’n 20 tyfoons de eilandengroep. Daarnaast zorgen stormen en moessonregens regelmatig voor vloedgolven en overstromingen. De lokale bevolking moet dus steeds opnieuw rampspoed doorstaan en kan moeilijk een veilig en stabiel leven opbouwen.

  • Doel

    Met dit project maken we ruim 17.000 mensen uit 7 wijken in Tacloban en omgeving weerbaarder tegen de tyfoons en overstromingen die vrijwel zeker weer zullen komen.

  • Aanpak

    Zoals gebruikelijk bij het Prinses Margriet Fonds, wordt de weerbaarheid van de gemeenschappen in Tacloban op meerdere fronten vergroot:

    • Met herstelde mangroves en strandbossen. Deze bomen in zee houden wind tegen en zetten de grond vast zodat modderbanken ontstaan. Zo vormen ze natuurlijke golfbrekers. Daardoor is het risico op overstromingen bij een storm minder groot. De bossen worden samen met lokale bewoners geplant en onderhouden. Experts worden geraadpleegd om de mangroves optimaal te plaatsen en de juiste soort op de juiste plek te gebruiken.
    • Met betere waarschuwingssystemen voor slecht weer, voorlichting over rampenvoorbereiding en trainingen voor noodhulpteams. Zo weten mensen beter wat ze moeten doen als de nood aan de man komt.
    • Met trainingen op het gebied van hygiëneschoon drinkwater en afval. Door orkaan Haiyan zijn wc’s en waterpompen verwoest. Mensen die hun huis verloren door het natuurgeweld trokken naar andere gebieden, waar ze met meer mensen op één plek wonen. De gezondheidsrisico’s zijn daardoor hoger, omdat ziektes zich makkelijker verspreiden in dichtbevolkte gebieden. Daarom worden waterpompen gerepareerd of verplaatst naar betere plekken. Ook richten we vaste locaties voor afvalverwerking in.
    • Met nieuwe, duurzamere bronnen van levensonderhoud voor de lokale bevolking. De mangrovebossen spelen hierbij een belangrijke rol. Vissen nestelen namelijk graag tussen de bomen en zeegrassen. Bewoners kunnen deze vissen vangen voor eigen consumptie of voor de verkoop.
  • Planning

    Dit project is gestart in 2018 en duurt tot en met 2021.

  • Partners

    Voor dit project werken we samen met internationale organisaties als CommonlandWetlands InternationalCatholic Relief Services en Climate International, maar ook lokale partijen zoals de Community Environment and Natural Resources Office, het Department of Education en het lokale waterdistrict.

    Het Filipijnse Rode Kruis is onze belangrijkste uitvoerende partner.

Project 3: Voorbereiden op klimaatverandering in Kayes, Mali

De bevolking van de regio Kayes in Mali, aan de Sénégal-rivier, heeft regelmatig te kampen met droogte en overstromingen. In één seizoen kunnen zelfs beide soorten rampen voorkomen en door klimaatverandering wordt de situatie er niet beter op. Het risico op weersextremen stijgt en dat heeft gevolgen voor de voedselproductie.

Alle reden dus om in te grijpen voor het te laat is. Met een reeks maatregelen willen we samen met de bevolking het natuurbeheer in het gebied verbeteren en verwoestijning een halt toeroepen, terwijl voedselopbrengsten toenemen.

  • Context

    Voor boeren in Mali kan droogte in vele gedaanten komen. Zo kan het regenseizoen te laat beginnen, of plotseling stoppen. Of er valt wel het hele seizoen regen, maar niet genoeg. In alle gevallen bereiken de gewassen geen maximale groei. Dat betekent een kleinere oogst, minder eten en een lager inkomen voor de boeren.

    En dan zijn er nog de herders. Ieder jaar komen ze naar dit gebied om hun vee te laten grazen. Valt de neerslag op andere plekken tegen, dan komen ze eerder of blijven ze langer. Hierdoor raken akkers beschadigd en blijft er weinig begroeiing over die de bodem bedekt. Gaat het vervolgens regenen, dan neemt de grond het water niet goed op en kunnen overstromingen ontstaan. Die overstromingen nemen weer grote hoeveelheden vruchtbare grond mee, waardoor het moeilijker wordt om gewassen te verbouwen.

    De concurrentie tussen boeren en herders speelt een belangrijke rol in gewelddadige conflicten elders in Mali. Het is dan ook van het grootste belang om samen met de inwoners van Kayes zo snel mogelijk te werken aan manieren van leven die beter zijn afgestemd op het veranderende klimaat.

  • Doel

    Het doel van dit project is om 46.500 mensen verspreid over 27 dorpen in de gemeenschappen Tafacirga, Sony en Kemene-Tambo weerbaarder te maken tegen droogte, overstromingen en de gevolgen van klimaatverandering.

  • Aanpak

    De gemeenschappen in Mali worden door drie grote ingrepen weerbaarder tegen weersextremen:

    • Betere informatie over het weer en het rivierpeil. De gemeenschappen worden aangesloten op informatiebronnen zoals de nationale weerdienst zodat ze eerder op de hoogte zijn als er regen komt, droogte dreigt of de rivier uit zijn oevers gaat treden. Boeren leren hoe ze de informatie kunnen gebruiken om hun opbrengsten te vergroten, bijvoorbeeld door hun zaden vlak voor de regenval te planten. En dreigt er een overstroming, dan kunnen mensen hun spullen op tijd in veiligheid brengen.De inwoners van de gemeenschappen verzamelen zelf ook informatie met regen- en rivierpeilmeters. Deze gegevens sturen ze door naar de betrokken organisaties, die daardoor gaten in hun informatievoorziening kunnen dichten en hun voorspellingsmodellen kunnen verbeteren.
    • De introductie van climate-smart livelihood strategies. Dit zijn maatregelen die mensen kunnen nemen om hun manier van leven zo aan te passen dat ze weerbaarder worden tegen de gevolgen van klimaatverandering. Climate-smart livelihood strategies helpen mensen om hun kwetsbaarheid bij weersextremen te verminderen, bijvoorbeeld met:
      • gewassen die geschikter zijn voor het veranderende klimaat;
      • technieken zoals zaï en zandcontourlijnen waarmee meer regenwater wordt opgevangen;
      • melkpasteurisatie, zodat melk langer houdbaar blijft;
      • biogas, dat gewonnen kan worden uit mest, zodat er minder brandhout nodig is;
      • pluimvee- of viskwekerijen voor de verkoop;
      • herbebossing met fruit- en veevoerbomen.
    • Ontwikkelingsplannen. Deze plannen voor de lange termijn worden gezamenlijk opgesteld door vertegenwoordigers van de betrokken dorpen, boerenorganisaties, rampenteams, technici en andere belanghebbenden. Door zoveel mogelijk relevante groepen mensen bij deze plannen te betrekken, kunnen zij zelf een plan voor de toekomst maken. Dit vergroot de duurzaamheid van het project. Vrouwen worden nadrukkelijk betrokken bij het maken van de plannen, zodat ook hun belangen worden behartigd.
  • Planning

    Dit project loopt van 2019 tot en met 2021.

  • Partners

    Het Malinese Rode Kruis is onze belangrijkste uitvoerende partner. We willen ook samenwerkingen aangaan met lokale, regionale en nationale belanghebbenden en experts, zoals de Regionale Unie van Landbouwcoöperaties, het Instituut voor Plattelandseconomie en het Ministerie van Landbouw.

Project 4: 510 Epidemic Risk Assessment

Epidemieën behoren tot de meest vernietigende en kostbare rampen ter wereld en veroorzaken onnoemelijk leed onder slachtoffers en de mensen om hen heen. Bij een uitbraak is het dan ook cruciaal om deze zo snel mogelijk in te dammen door hulpverleners en hulpgoederen naar de juiste plekken te sturen.

Nog beter is het als je al vóór de uitbraak van een ziekte maatregelen kunt nemen die de kans op de uitbraak verkleinen. Maar hoe weet je waar het risico op uitbraak het grootst is en hoe je dat risico kunt verkleinen? Om dat in kaart te brengen ontwikkelt Rode Kruis-datateam 510 het Epidemic Risk Assessment-model, gesteund door het Prinses Margriet Fonds.

  • Context

    Hoe eerder een ziekte-uitbraak wordt ingedamd, hoe beter. In de eerste plaats om lijden onder besmette mensen en hun omgeving tegen te gaan. Maar de gevolgen van epidemieën reiken verder dan dat.

    Als een land getroffen wordt door een epidemie, blijven investeringen van buitenaf uit en remt de handel af. De Wereldbank berekende dat de ebola-crisis in Guinea, Liberia en Sierra Leone van 2014 tot 2016 een economische impact op die landen had van 2,8 miljard dollar. Zodoende raakte de ziekte veel meer mensen dan de patiënten en hun familie en vrienden.

    Bij uitbraak van ziektes als ebola, mazelen en cholera is een snelle respons dus van levensbelang. Tussen 2008 en 2017 kwam de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maan-bewegingen (IFRC) meer dan 200 keer in actie om een epidemie te bestrijden. Alleen voor overstromingen rukten de hulpverleners vaker uit. Het 510 Epidemic Risk Assessment-model wordt ontwikkeld om voorafgaand aan en tijdens zulke operaties hulpverleners van levensreddende informatie te voorzien.

  • Doel

    Het einddoel van dit project is om een model te ontwikkelen dat inzichtelijk maakt:

    • in welke gebieden het risico op een ziekte groot is en welke factoren daar een rol in spelen.
    • welke factoren verbonden zijn aan plotselinge epidemieën, zodat mensen op tijd gewaarschuwd kunnen worden.

    Met deze informatie weten hulpverleners beter welke gebieden ze in de gaten moeten houden en kunnen ze gerichter maatregelen nemen om de verspreiding van ziektes tegen te gaan.

    Het doel van het huidige project is om zo’n model te ontwikkelen voor een specifiek land (de Filipijnen) en een specifieke ziekte (dengue). Met als onderliggende ambitie om een methodologie te ontwikkelen die zo breed mogelijk in te zetten is, bijvoorbeeld ook in andere landen die door dengue getroffen zijn, en voor de bestrijding van andere vector-gedragen ziektes (ziektes die door vectoren zoals muggen, teken en vlooien worden verspreid). Dit type ziekte is verantwoordelijk voor meer dan 17% van alle infectieziekten en maakt jaarlijks meer dan 700.000 slachtoffers.

    Aan het eind van dit project in 2020 is het doel om het model getest en geïmplementeerd te hebben bij de gezondheidsafdeling van het Filipijnse Rode Kruis, zodat hij door hen en andere lokale organisaties gebruikt kan worden bij het bestrijden van ziektes.

  • Aanpak

    Het Epidemic Risk Assessment (ERA)-model laat zich het best uitleggen aan de hand van een (fictief) voorbeeld. Neem de ziekte dengue op de Filipijnen. Met een blik op het ontwikkelde ERA-model zien hulpverleners in één oogopslag welke gebieden in de Filipijnen het meest kwetsbaar zijn voor deze ziekte.

    Maar dat niet alleen, hulpverleners zien ook een lijst met tientallen factoren die ervoor zorgen dat deze gebieden zo kwetsbaar zijn. Bijvoorbeeld het percentage ondervoeding in een gebied of het aantal open waterputten.

    Ze zien daarnaast hoe groot de invloed van deze factoren is op de verspreiding van dengue. De hoeveelheid open waterputten is bijvoorbeeld heel bepalend, omdat open water muggen aantrekt die dengue verspreiden.

    Op basis van deze informatie weten hulpverleners dus dat ze het risico op een dengue-uitbraak kunnen verminderen door in deze gebieden afgesloten drinkwaterbronnen aan te leggen.

    De ontwikkeling van het ERA-model is opgedeeld in vier fases:

    1. Kennis verzamelen door onderzoek te doen naar alle factoren die invloed hebben op de verspreiding van ziektes. Deze worden samengevoegd in een model.
    2. IT-ontwikkeling. De verzamelde kennis wordt verwerkt in een computerprogramma dat hulpverleners bij een crisis kunnen gebruiken zonder dat het ze veel tijd of moeite kost.
    3. Pilot. We proberen het systeem uit om te beoordelen hoe het werkt en waar verbeterpunten liggen.
    4. Gebruiksgemak vergroten en opschalen. We bouwen samenwerkingen op met het lokale Rode Kruis, internationale organisaties en academische instituten, en implementeren het model volledig in één land.
  • Planning

    510 werkt aan het Epidemic Risk Assessment-model sinds oktober 2017, maar begin 2019 is het team van start gegaan met grootschalig onderzoek. Het project duurt tot en met eind 2021.

  • Partners

    Dit project wordt uitgevoerd door 510, een humanitair datateam opgericht door het Nederlandse Rode Kruis. Het doel van 510 is om de snelheid, kwaliteit en kosteneffectiviteit van humanitaire hulp te verbeteren door middel van data en digitale producten.

    510 werkt voor dit project samen met o.a. het Filipijnse Rode Kruis, de Erasmus Universiteit, het Erasmus Medisch Centrum, de Universiteit Maastricht en UN OCHA, maar ook met gedreven en vaardige vrijwilligers. Zij geven hun tijd, kennis en vaardigheden aan dit project omdat ze erin geloven. Dit zijn masterstudenten, maar ook academici en experts van grote (internationale) bedrijven. Dankzij de tijd die deze mensen doneren, is de bron van kennis en expertise waaruit we kunnen putten enorm.

Contact