Word vrijwilliger Doneer

In Venezuela is vluchten vaak de enige optie

Laatste update: 29 juli 2021

Hoe wanhopig ben je als je dagenlang gaat lopen, terwijl je amper eten en drinken hebt en met je kinderen langs de kant van de weg moet slapen? 5,5 miljoen mensen uit Venezuela zijn zo wanhopig. Zij hebben sinds 2018 het land verlaten vanwege de maatschappelijke en economische crisis.

Ze trekken naar landen als Colombia, Brazilië, Peru en Ecuador. Maar of het leven daar veel beter is? Ook de omringende landen kampen met armoede en onrust. Vluchtelingen rest vaak niets anders dan prostitutie, kinderarbeid of criminaliteit om aan voedsel te komen.

De achterblijvers kampen met grote tekorten. Maandelijks sterven honderden Venzolanen door gebrek aan medicijnen, die niet verkrijgbaar zijn of die door de prijsstijgingen onbetaalbaar zijn geworden. De coronacrisis maakt het er niet makkelijker op. Venezolanen in binnen- en buitenland kampen zo met een gebrek aan voedsel, water, onderdak en medische zorg.

5,5 mln.

mensen gingen op de vlucht

meisje venezuela op de vlucht
meisje venezuela op de vlucht

Vluchtelingen op Aruba, Bonaire en Curaçao

Aruba, Bonaire en Curaçao liggen dichtbij Venezuela en daarom vluchten Venezolanen hiernaartoe. De meesten van hen wagen de oversteek met bootjes. Vaak kloppen ze aan bij de Rode Kruis-afdelingen voor hulp.  Ze leven voortdurend in angst en onzekerheid. Hoe komen ze aan eten, aan kleren, aan medicijnen?

De Venezolanen leven vaak onder de radar. Ze moeten maar zien hoe ze voor zichzelf kunnen zorgen. Daardoor is er een groot risico op uitbuiting en mensenhandel, waaronder gedwongen prostitutie.

Wat doet het Rode Kruis?

Wij vinden dat iedereen toegang moet hebben tot basislevensbehoeften. Daarom helpen we de Venezolanen in zeventien landen.

Dat doen we op talloze manieren. We helpen bijvoorbeeld om vermiste familieleden of vrienden op te sporen. Ook geven we voorlichting en verlenen we eerste hulp. Daarnaast delen we voedsel- en hygiënepakketten uit of juist cashvouchers om zelf de nodige boodschappen te doen. En wie een luisterend oor nodig heeft, kan rekenen op psychosociale zorg.

Francesco Rocca, hoofd van het Internationale Rode Kruis (IFRC) benadrukt dat deze hulp tijdens de pandemie extra hard nodig is: “Veel kwetsbare Venezolanen hebben momenteel geen toegang tot basislevensbehoeften. Velen van hen hebben nog steeds geen toegang tot voedsel, water, sanitaire voorzieningen, onderdak en eerste hulp. Bovendien staan ze nu voor een extra uitdaging om toegang te krijgen tot gezondheidszorg, coronavaccins, psychosociale hulp en banen in de formele en informele sector.”

ziek kindje venezuela

“Zonder behandeling wordt hij een kasplantje”

In zijn Spiderman t-shirt scharrelt hij wat rond bij het opvangcentrum. De vijfjarige Samuel Garcia heeft een ernstige vorm van epilepsie en heeft dringend behandeling nodig. Een behandeling die sinds de crisis in Venezuela onmogelijk is.

“Zijn stuipaanvallen nemen toe. Zonder behandeling eindigt hij als een kasplantje”, vertelt zijn moeder Emily. “Dat gaf voor mij de doorslag om Venezuela te verlaten. In Colombia kan hij wél behandeld worden.”

Na een lange reis kan Samuel terecht bij de gezondheidskliniek van het Colombiaanse Rode Kruis in Cúcuta. Hier krijgt hij medicatie en een voorraad luiers. Een kinderarts onderzoekt hem en bevestigt wat Emily al weet. Samuel heeft meer nodig.

Moeder en zoon trekken verder. Naar een gespecialiseerde kliniek in Medellín. “We gaan asiel aanvragen in Colombia. Dan kan Samuel behandeld worden in de kliniek. Dit moet gewoon lukken. Andere opties hebben we niet.”

vrouw op de vlucht venezuela

“We blijven lopen totdat we niet verder meer kunnen”

De achttienjarige Yusmil trekt met haar broer door Colombia. “Toen we net aankwamen, heb ik mijn haar verkocht. Ik kreeg er 30.000 pesos voor (red. ongeveer € 8). Daar hebben we twee dagen van kunnen leven.

Het tweetal heeft zich aangesloten bij een grotere groep reizende Venezolanen. “Ik hoorde dat er gangs actief zijn die het hebben voorzien op reizigers. We durfden niet meer alleen te reizen.”

Vaak gaat Yusmil vooruit op de groep, meeliftend op een truck neemt ze dan alle bagage mee. “We kunnen niet met elkaar communiceren, dus het is altijd hopen dat het goed komt en we elkaar op de afgesproken plaats zien.”

Waar ze naartoe reizen? Yusmil weet het niet. “We weten niet waar we slapen vannacht. We weten niet waar we naartoe gaan. We blijven lopen, totdat we niet meer verder kunnen. Ik maak me nu vooral zorgen om de rondtrekkende gangs. En over de kou, als we straks in de bergen komen. Daar zijn we niet op gekleed.”