Liefde en misinformatie: de grootste vijanden in de strijd tegen ebola
28 mei 2026
Nicole van Batenburg (31), woordvoerder bij het Rode Kruis, werkte deze zomer een maand in Afghanistan. Ze ontmoette daar families die na decennia in Iran en Pakistan gedwongen moeten terugkeren naar een land dat ze nauwelijks kennen. Nu treft een aardbeving opnieuw duizenden Afghanen. Zeven vragen aan Nicole over hulp in een land dat keer op keer wordt geraakt.
“Afghanistan is een land van crisis op crisis. De economie is ingestort en voedselarmoede is groot. Sinds de machtsovername door het nieuwe regime in 2021 staan de rechten van vrouwen en meisjes zwaar onder druk. Daarbovenop krijgt het land steeds vaker te maken met natuurrampen zoals overstromingen, droogte en nu opnieuw een zware aardbeving. De beving van 31 augustus 2025 in het oosten van Afghanistan verwoestte in één klap hele dorpen, zo’n 30 kilometer van de grensstad Jalalabad.
Tegelijkertijd zijn de afgelopen maanden honderdduizenden Afghanen gedwongen teruggestuurd uit Pakistan en Iran. Veel gezinnen woonden daar al decennialang, vaak nadat ze waren gevlucht voor geweld.”

“De vrijwilligers van de Afghaanse Rode Halve Maan, zoals het Rode Kruis in Afghanistan heet, zijn vaak de eersten die ter plekke zijn na een ramp. Na de aardbeving delen ze voedsel, water en dekens uit, verlenen ze medische zorg en helpen ze bij het zoeken naar vermisten. Ook aan de grenzen waren ze aanwezig om mensen te helpen toen er in enkele dagen honderdduizenden mensen overstaken.
Daarnaast zetten we als organisatie projecten op waarmee mensen op de langere termijn weer een bestaan kunnen opbouwen. Denk aan drinkwaterinstallaties op zonne-energie, trainingen om dorpen beter voor te bereiden op natuurrampen, en projecten waarmee vrouwen een eigen inkomen kunnen verdienen.”
“Wat me vooral bijbleef, is de onzekerheid die overal voelbaar is bij Afghanen. Gezinnen zonder geldige papieren worden gedwongen halsoverkop terug te keren. Aan de grens tussen Pakistan en Afghanistan wachten ze urenlang in de brandende zon, vaak met slechts één of twee koffers. Ik sprak een vrouw die al veertig jaar in Pakistan woonde. Haar kinderen hadden Afghanistan nog nooit gezien. En ineens stonden ze daar: alles achtergelaten, zonder te weten waar ze naartoe moesten.
De situatie aan de grens is ronduit schrijnend. Met temperaturen van boven de 40°C proberen mensen met lappen en dekens wat schaduw te vinden. Kinderen hebben ontstoken ogen door het stof, ouderen raken uitgeput van de hitte. Dat beeld laat me niet meer los.”

“Het was niet mijn eerste missie, maar Afghanistan vroeg om extra voorbereiding. Ik wist dat ik vier weken op een beveiligd terrein in Kabul zou wonen, zonder zelfstandig naar buiten te kunnen. Ik had een strak sportschema gemaakt om fit te blijven, zowel fysiek als mentaal.
Ook volgde ik voor mijn vertrek veiligheidstrainingen en las ik me goed in over het land. Ik nam me voor om flexibel te zijn, want je weet dat je in een politiek en cultureel heel andere omgeving terechtkomt dan dat je gewend bent. Als vrouw moet je je aanpassen aan beperkingen waar je zelf niet achter staat, maar die wél je dagelijkse werk bepalen. Zo kan je niet alleen over straat en moet je altijd een hoofddoek dragen. Dat vond ik af en toe lastig.”
“Hoe oneerlijk de wereld verdeeld is. Waar je geboren wordt bepaalt zo veel: of je naar school kunt, of je medische zorg krijgt, of je überhaupt een toekomst hebt. Terwijl ik een bericht kreeg van een vriendin die veilig in een ziekenhuis in Nederland beviel, ontmoette ik in Afghanistan een vrouw die een miskraam kreeg van uitputting door de tocht die ze had afgelegd. Ik ben zelf geen moeder, maar wel een vrouw – en dat verschil voelde zo oneerlijk.”
“Dat Afghanistan veel meer is dan wat je in het nieuws ziet. Het is een prachtig land met enorme bergen, een rijke cultuur en ontzettend warme mensen. Het is ook een land van veerkrachtige gemeenschappen die keer op keer hun leven weer proberen op te bouwen.
Ik ontmoette vrouwen die met een beetje steun van het Rode Kruis hun leven opnieuw richting gaven. Zo kreeg een vrouw een naaimachine waarmee ze nu kleding maakt en verkoopt. Een andere vrouw, Karima, begon met twee bijenkorven en verdient haar inkomen inmiddels als imker. Zulke kleine kansen maken hier een groot verschil.”

“De wereld voelt soms overweldigend. Er is veel aan de hand en het is menselijk om af en toe weg te kijken, door te scrollen en even luchtigheid te zoeken. Maar we kunnen niet áltijd wegkijken. We moeten verhalen over mensen in nood met elkaar blijven delen en ons blijven uitspreken. Want aandacht leidt tot steun – en steun betekent water, zorg en kansen om opnieuw te beginnen. Dáárom doet het ertoe.”
Het is ramp op ramp in Afghanistan. Bovenop de droogte en grote voedselarmoede zijn nu duizenden mensen getroffen door zware aardbevingen. De mensen in Afghanistan hebben dringend hulp nodig. Met jouw donatie kunnen we slachtoffers helpen met medische zorg, voedsel en onderdak. Help je mee?