Dr. Younis Al-Khatib (PRCS): “We moeten schreeuwen, roepen en huilen tot het doden stopt”
Dr. Younis op bezoek bij het Rode Kruis in Nederland
Conflict

Dr. Younis Al-Khatib (PRCS): “We moeten schreeuwen, roepen en huilen tot het doden stopt”

“Misschien komen de tranen na het conflict. Nu proberen we zo min mogelijk over emoties te praten.” Al vijfentwintig jaar leidt dr. Younis Al-Khatib de Palestijnse Rode Halve Maan, het Rode Kruis in de Palestijnse gebieden. Nu reist hij door Europa om politici, organisaties en burgers te spreken. Zijn boodschap is helder: stop het doden en laat hulpverleners hun werk doen. 

We ontmoeten hem op het verenigingskantoor van het Nederlandse Rode Kruis in Den Haag, waar hij tussen afspraken met politici en hulporganisaties tijd vrijmaakt voor een gesprek. 

Hoe gaat het met u?

“Als mensen me vragen hoe het gaat, zeg ik meestal: ‘goed’. Dat is de makkelijke weg. Maar de waarheid is dat de situatie heel moeilijk is.” 

U leidt de Palestijnse Rode Halve Maan al vele jaren. Hoe zijn de tijden veranderd? 

“Iedereen in Gaza is opgegroeid met geweld. Maar de afgelopen twee jaar zijn de zwaarste ooit. Er is honger, geen brandstof, geen medicijnen, geen babyvoeding. Mensen sterven omdat basisbehoeften ontbreken. Meer dan 20.000 kinderen zijn gedood in de afgelopen periode. Dat is niet te bevatten en raakt ons allemaal. Het is steeds moeilijker geworden om hulp te verlenen. Elke stap die we als hulporganisatie zetten, wordt bemoeilijkt door blokkades en checkpoints. Het voelt soms alsof we tegen een ijzeren muur oplopen.”

Dr. Younis Al-Khatib vertelt over zijn werk bij de Palestijnse Rode Halve Maan.

Uw eigen hulpverleners staan ook onder vuur. Hoe is dit voor u en uw collega’? 

“In de afgelopen twee jaar zijn 56 collega’s gedood, waarvan 31 terwijl ze hulp verleenden. Dat is hartverscheurend. Wij leiden mensen op om levens te redden, niet om hun leven te verliezen. Maar het embleem van het Rode Kruis of de Rode Halve Maan wordt niet meer gerespecteerd. 

Onze teams wonen dicht bij elkaar in tentenkampen. Door het geweld zijn we allemaal ontheemd. Iedereen kent elkaar. Wanneer er weer een collega overlijdt, zijn we diep in shock. De meeste collega’s zijn in tranen en huilen lange tijd, maar toch vertrekt niemand. Onze humanitaire plicht houdt ons overeind. 

Een van onze collega’s heeft vlak voor zijn dood zijn moeder gebeld. Zijn laatste woorden waren: ‘Sorry, ik wilde alleen maar mensen helpen.” 

Zijn er daarom ook mensen die geen vrijwilliger meer willen zijn voor het Rode Kruis, uit angst?  

“Nee. We krijgen zelfs méér aanmeldingen. Mensen willen iets doen om te helpen, deel uitmaken van onze gemeenschap. De Palestijnse Rode Halve Maan doet al jarenlang belangrijk werk. Dat wordt gezien. Het laat ook de weerbaarheid van ons volk zien: we hebben misschien geen breed erkende staat, maar we hebben wel ons land. Onze grond, onze olijfbomen. Dat kan niemand ons afnemen.”

Hulpverleners van de Palestijnse Rode Halve Maan rouwen om hun omgekomen collega's.
Hulpverleners van de Palestijnse Rode Halve Maan rouwen om hun omgekomen collega’s.

Veel aandacht gaat naar Gaza. Hoe is de situatie op de Westelijke Jordaanoever?

“Ook daar neemt het geweld toe. Ambulances worden aangevallen, en huizen, gewassen en boomgaarden worden in brand gestoken. Hele gemeenschappen worden verdreven. Maar de wereld lijkt weg te kijken.” 

Wat is er volgens u nu nodig?

“De internationale gemeenschap, waaronder politici, moeten nú in actie komen. Het geweld moet door hen worden gestopt. Dat is hun verantwoordelijkheid. Hulpverleners zijn er om levens te redden – van wie dan ook. Maar om ons werk te kunnen doen, hebben we steun nodig van de internationale gemeenschap. 

Israël staat momenteel boven de wet en komt ermee weg. Dat mag niet doorgaan. Er moet actie worden ondernomen, want als deze daden onbestraft blijven, komt het hele internationale hulpverleningssysteem in gevaar. Dat zou iedereen zorgen moeten baren.” 

Dr. Younis Al-Khatib, president van de Palestijnse Rode Halve maan, tijdens zijn bezoek in Nederland.

Veel mensen hier zien het geweld in Gaza via de media en voelen zich machteloos. Wat zegt u tegen hen?

“Mensen zijn nooit machteloos. Er is altijd iets dat je kunt doen. Zet druk op politici. Laat je stem horen. We verliezen een grote kans als we niets doen. We moeten schreeuwen, roepen of zelfs huilen op de stoep van de overheid totdat het doden stopt.” 

Hoe ziet u de toekomst van Gaza? 

“Eerst moet het geweld stoppen en hulp binnenkomen. Daarna moet Gaza opnieuw worden opgebouwd: water, elektriciteit, gezondheidszorg – alles is vernietigd. Naar schatting zijn 25.000 kinderen wees geworden. Dat mag de wereld niet negeren.” 

Houdt u nog hoop? 

“Altijd. Er is altijd hoop. Als er geen hoop is, kan je niet meer doorgaan. Dan is het klaar.” 

Zo helpen we in Gaza

De situatie in Gaza is erger dan een nachtmerrie. Elke dag strijden mensen om te overleven. De inwoners van Gaza, waaronder veel kinderen, zijn al tientallen keren op de vlucht geweest en lijden aan acute honger. Ze hebben dringend voedsel, water en medicijnen nodig. Onze hulpverleners zetten zich, vaak met gevaar voor eigen leven, in om hen te helpen. Maar de behoefte aan hulp is groter dan ooit. 

Het Rode Kruis zal, zoals altijd, blijven helpen. Help jij mee?