Rode Kruis start met BHV-cursussen voor op de werkvloer
22 mei 2026
Het is 8 april. In tien minuten vallen meer dan honderd bommen op Beiroet. Wadih is aan het werk in zijn fysiotherapiepraktijk als zijn telefoon gaat. Hij weet genoeg: hij moet alles laten vallen. Later wordt deze dag benoemd tot Zwarte Woensdag, de dodelijkste dag van het conflict in Libanon tot nu toe.
We spreken Wadih via een videoverbinding vanuit het hoofdkantoor van het Libanese Rode Kruis. Op de achtergrond is de skyline van Beiroet te zien. “Kijk,” zegt hij opgewekt terwijl hij zijn telefoon kantelt, “wat een mooie dag.” De strakblauwe lucht staat in scherp contrast met het recente geweld. Meer dan een maand geleden regenden hier bommen.
Wat is er aan de hand in Libanon?
Het geweld in Libanon is de afgelopen maanden sterk toegenomen. Steeds meer gebieden worden getroffen, waaronder grote steden. Woningen, ziekenhuizen en andere essentiële infrastructuur zijn zwaar beschadigd. Eén op de vijf mensen is ontheemd, en het geweld heeft al meer dan tweeduizend mensen het leven gekost.
De humanitaire nood is groot. Veel mensen moesten halsoverkop vluchten en hebben nauwelijks spullen bij zich. Gezinnen verblijven in tijdelijke opvang, auto’s of tenten. Tegelijkertijd raakt de zorg steeds verder overbelast. Ziekenhuizen en zorgcentra sluiten, terwijl het aantal gewonden blijft toenemen.

Wadih is vrijwilliger bij het Libanese Rode Kruis en werkt daarnaast fulltime als fysiotherapeut. Dag en nacht staat hij stand-by. “Als mijn telefoon gaat, laat ik alles vallen. Mijn patiënten weten dat, en begrijpen dat”, vertelt hij. Onderweg naar het hoofdkantoor ziet hij mensen in paniek door de straten rennen. Eenmaal op het Rode Kruis-kantoor stromen de noodoproepen binnen. Wadih moet razendsnel inschatten waar hulp het hardst nodig is en waar het veilig genoeg is om noodhulpteams naartoe te sturen. “We hielden continu bij waar onze teams waren, maar soms hoorden we al tijdens een inzet dat er weer een bombardement plaatsvond.”
De hulpverlening begint die middag om 15.30 uur en gaat door tot vijf uur ’s ochtends. De hele nacht zijn vrijwilligers bezig met levens redden. Evacuaties, medische hulp bieden en het overbrengen van mensen naar het ziekenhuis. Het blijft maar doorgaan.
Het geweld raakt niet alleen de inwoners van Beiroet, maar ook de hulpverleners zelf. “De hulpverleners komen ook uit de wijken die geraakt zijn”, vertelt Wadih. “En hun families zijn bang voor hun veiligheid.” Sommige hulpverleners verliezen die dag buren, vrienden of familie.
“Er was veel verdriet”, zegt hij. “Maar ook trots. Trots op wat we samen hebben kunnen doen en op het verschil dat we voor mensen hebben gemaakt.”
Terugkijkend op Zwarte Woensdag noemt Wadih het werk van zijn collega’s een lichtpunt in een donkere periode. “We doen alles wat we kunnen om een positieve impact te hebben. Maar natuurlijk hoop ik vooral dat het conflict stopt. Al jaren draait het leven hier alleen om geweld. Libanezen verdienen meer dan dit. Ze verdienen het om weer echt te leven.”
“Ik ben dankbaar voor alle collega’s die, ondanks het enorme gevaar, die dag de straat op zijn gegaan om mensen te helpen”, besluit Wadih. “Dat maakt me heel trots om onderdeel te zijn van het Rode Kruis.”

Wadih aan het werk als vrijwilliger bij het Libanese Rode Kruis
Iedereen die in nood is, moet op ons kunnen rekenen. Of dat nu in het Midden-Oosten is, of in Oekraïne of Soedan. Juist dáár zijn wij. Om mensen te helpen waar dat voor anderen onmogelijk is.
Mensen die leven te midden van geweld, op de vlucht zijn of die proberen hun leven weer op te bouwen. Voor hen zorgen we voor schoon drinkwater, voedsel, onderdak en medische zorg. De basis die mensen nodig hebben om te overleven en om weer vooruit te kunnen kijken. Help je mee?