Het jubileum dat je niet wil vieren: 3 jaar conflict in Soedan
14 april 2026
Achter de nieuwskoppen over luchtaanvallen, politieke spanningen en internationale machtspellen gaan levens schuil van mensen die de directe gevolgen van conflict dragen. Vaak worden ze gereduceerd tot cijfers: ‘honderdduizenden moeten hun huis ontvluchten in Libanon’. Maar wat betekent dat nu echt in het dagelijks leven? We spraken vier Libanezen van wie het leven ingrijpend is veranderd door het conflict in het Midden-Oosten.
Farah lag te slapen toen het evacuatiebevel kwam. “Het was ongeveer half zes ’s ochtends. We moesten direct evacueren”, vertelt ze. Er was geen tijd om na te denken. Ze verliet haar huis in Zuid-Libanon precies zoals ze was: zonder reservekleding, zonder documenten, zelfs zonder haar identiteitsbewijs.

Samen met haar zoon en dochter van 11 en 13 jaar sloot Farah zich aan bij de vele mensen op de weg. Omdat er geen duidelijke eindbestemming was, trokken ze van de ene plek naar de andere voordat ze uiteindelijk tijdelijk onderdak vonden. Vluchten is niet nieuw voor Farah. Ze is eerder gedwongen om te vluchten. Deze keer voelt het niet anders, alleen zwaarder.
De voortdurende luchtaanvallen maken alles onzeker: “Niemand weet wat er nog over is”. Farah’s kinderen kunnen nu online onderwijs volgen, maar leren is lastig te midden van lawaai, instabiliteit en stress. Haar zoon loopt nu al achter. “Ik maak me echt zorgen om hem.”

Elektriciteit is schaars en telefoons worden opgeladen in de auto. Basisvoorzieningen zijn ver weg. Zelfs naar het toilet gaan vereist een autorit. Farah: “Ik mis mijn huis zo erg. Ik mis mijn spullen. Ik mis mijn vrijheid.”
Voordat het geweld in Libanon escaleerde, woonde en werkte Zaher op zijn boerderij. Omringd door olijfbomen en de dieren waar hij voor zorgde. Nu voelt dat leven heel ver weg. “Ik werk met dieren, dat doe ik het allerliefst”, vertelt hij. “Twee dagen geleden was ik nog op de boerderij in Blat. Ik ben uiteindelijk weggegaan omdat er niemand meer was. Iedereen was gevlucht. Ik heb geen idee waar ik heen moet of wat ik moet doen.”

Zaher liet niet alles achter: zijn honden nam hij mee. “Ik heb er drie. Ik doe er alles aan om hun veilig te houden.” De onzekerheid drukt zwaar op Zaher. Vooral de toekomst baart hem zorgen. “Dat de situatie zo blijft, dat we voor altijd ver van huis zullen zijn. Dat is mijn ergste nachtmerrie.”

Haitham komt oorspronkelijk uit Kfarkela, op twee uur rijden van Beiroet. Zijn huis daar verloor hij in een eerder conflict. “Ik ben één keer teruggegaan. Ons huis was weg. Elk huis dat we kenden was verdwenen. Er was niks meer.”
Daarna woonde hij met zijn vrouw en drie kinderen in Dahiye, tot het geweld opnieuw uitbrak. “Het was half twee ’s nachts op een zondag. We werden wakker van het geluid van bommen. Sindsdien ben ik niet meer thuis geweest. Ik weet niet wat er met het huis is gebeurd.” Nu wonen hij en zijn familie in een tijdelijke tent. Zonder water, elektriciteit of andere basisvoorzieningen. Buiten maken ze een vuur om zich warm te houden. “Maar dit vuur houdt ons niet warm. Als het regent, raken we allemaal doorweekt.”

“We zaten thuis toen het begon”, herinnert Saada zich. “Het was alsof iedereen al op straat was toen we naar buiten gingen.” De wegen raakten al snel vol met gezinnen op de vlucht. Saada reisde met haar kinderen en kleinkinderen. Nu deelt ze een krappe ruimte met haar grote familie. De dagen kruipen voorbij. “Er is geen werk, geen routine. We wachten en hopen op het beste.”
Net als veel gezinnen die door conflicten zijn ontheemd, is ook Saada’s gezin uit elkaar gevallen. Eén van haar zoons trekt van de ene plek naar de andere. “Ik maak me zorgen om hem”, zegt ze zachtjes.

Ook voor Saada is vluchten niets nieuws. Het is een patroon dat zich al generaties lang herhaalt. “Het is alsof we geboren zijn om te vluchten”, zegt ze. “Ik ben gevlucht, mijn kinderen zijn gevlucht, en nu vluchten hun kinderen ook.”
Eerder dit jaar verwondde Saada haar been. Ze onderging een operatie, maar het herstel verloopt traag. Nu, maanden later, is ze nog steeds afhankelijk van krukken en heeft ze veel pijn. Door het conflict is er weinig toegang tot medische zorg en basisvoorzieningen. Dat maakt haar situatie niet makkelijker. Toch keren haar gedachten, ondanks alles, steeds terug naar één ding: thuis. “Ik hoop dat we allemaal terug naar huis kunnen. Want dat is waar ik me werkelijk thuis voel.”

Het is inmiddels meer dan een maand geleden sinds het geweld in Libanon escaleerde, en de aanvallen blijven doorgaan. De situatie is schrijnend: zeker 1,3 miljoen mensen zijn op de vlucht in eigen land. Mensen slapen op straat, in tenten, dozen en auto’s.
Teams van het Libanese Rode Kruis werken dag en nacht om zoveel mogelijk mensen te helpen. Ze behandelen gewonden, brengen patiënten naar ziekenhuizen en richtten opvanglocaties in voor de honderdduizenden mensen die hun huis moesten verlaten. Want iedereen die in nood is, moet op ons kunnen rekenen. Help je mee?